barmhartigheid medelijden of mededogen hebben
goedertierenheid barmhartigheid (=medelijden of mededogen hebben), goedgunstigheid
lankmoedigheid verdraagzaamheid, veel kunnen verdragen 
lijdzaamheid zonder morren lijden verdragen
ootmoedigheid nederigheid
vrijmoedigheid zonder schroom (= vrees, angst), openhartig
zachtmoedigheid niet geneigd tot heftigheid; vriendelijk; zachtaardig
­