Het ei van ... nee, nee (!) van Job

(Leestijd: 2 - 3 minuten)
Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 
Iedereen weet wel iets van de Bijbelse Job. Deze godvrezende man zat materieel aan de grond, zijn gezondheid was slecht. Van zijn familieleven en zijn positie in de samenleving was niets meer over. Bovendien kon hij de rampen die hem overkwamen niet rijmen met zijn geloof in God.

zoutDrie vrienden spraken met hem. Samen zochten zij naar een verklaring voor zijn erbarmelijke situatie. Gevieren voerden zij lange, diepgaande discussies over het leven, het lijden en het geloof in God. We gaan naar hoofdstuk 5 in het boek Job, op zoek naar Jobs’ ei, ons onderwerp, dat we vinden in hoofdstuk 6.
Een van hen, Elifaz, is aan het woord. Hij vertelt over de vele goede dingen die God geeft en wat Hij allemaal kan. Deze is een geweldige God! Maar dan zegt Elifaz: “Zie, welzalig is de sterveling die door God gestraft wordt; verwerp daarom de bestraffing van de Almachtige niet” (vers 17). Daarna spreekt hij over positieve dingen die nog op Job wachten, zelfs een lang leven! (Maar Job is doodziek!) Waar slaat dit op?

Job kan dit niet waarderen. Wat Elifaz beweert staat los van zijn pijnlijke nu en zijn wanhoop. Straft God hem omdat hij zalig is? Wat is hij teleurgesteld. Zijn vriend begrijpt zijn diepe verdriet niet, noch hoe zijn situatie hem aangrijpt. Hier wordt hij niet beter van. Woorden zonder medeleven. Smakeloos. Hij komt in verweer en zegt tegen zijn vrienden:

“Wordt het smakeloze gegeten zonder zout? Zit er smaak aan het wit van een ei” (Job 6:6)?

Had Elifaz niet wat troostvoller kunnen zijn? Wat ‘zout’ kunnen gebruiken? Zoals zout de smaak van voedsel rijker maakt, zo kunnen juiste woorden op de juiste tijd gesproken gouden appels zijn op een zilveren schaal (Spr. 25:11).
Enkele hoofdstukken verder zegt Job iets soortgelijks naar aanleiding van een rede van vriend Zofar. “Beproeft het oor de woorden niet, zoals het gehemelte voedsel proeft” (Job 12:11; 34:3)? Wees voorzichtig met woorden. Wat zout zou goed doen.

Woorden dringen in, woorden worden ‘geproefd’. Ze mogen met zout bestrooid zijn, ze kunnen bevrijden, liefdevol en tactisch overkomen. Dan zijn ze zoet! Zo te spreken is een moeilijke opgave voor de mens. De psalmist wist dit ook! “HEERE, zet een wacht voor mijn mond, behoed de deur van mijn lippen” (Ps. 141:3). Lijken we allen niet wat op Elifaz en Zofar?

Paulus schreef aan de Colossenzen “Laat uw woord altijd aangenaam zijn, met zout smakelijk gemaakt, opdat u weet hoe u iedereen moet antwoorden” (Col. 4:6). Nam de apostel hier Jobs’ waarschuwing over? Let op: Er moet wat zout op het ei! We hebben snel onze mening klaar.

Elk mens heeft goede woorden nodig. Met zout bestrooide woorden smaken zoet. Zoals de woorden van de HEERE. “Hoe zoet zijn Uw woorden voor mijn gehemelte, zoeter dan honing voor mijn mond” (Ps. 119:103). We mogen ze ‘eten’. Centraal staat het ‘goede woord’ van God. De Hebreeënbrief legt uit dat je dit woord kunt proeven (geloven, 6:5). Christus de gekruisigde is het goede Woord. Hij is het Woord Gods (Openb. 19:13)! Je kunt proeven dat Hij goedertieren is, zegt Petrus (1 Petr. 2:3). Wat nog meer is: Hij heeft door de genade van God voor allen de dood geproefd (Hebr. 2:9).

Aan zijn discipelen gaf de Heere goede raad: “Heb zout in uzelf en leef met elkaar in vrede” (Mark. 9:50b).

Ineke van Lieshout


Foto: Table salt with salt shaker, van Povraz 72, Free software foundation, Creative commence.

  • Niet

    Wij menen dat het nuttig zal zijn nogmaals over "ou" en "mè " te spreken. Ditmaal willen wij de nadruk leggen op het verschil tussen het objectieve "niet" en het subjectieve "niet". Iets is objectief als het buiten ons ligt, niet van ons afhangt, als men iets als een feit aanziet. Iets is subjectief als het van ons afhangt, als men het beschouwt in verhouding tot ons. Neem b.v.: Mattheus. 6:24:...