Bekritiseer de Bijbel niet, maar laat de Bijbel jou bekritiseren
Richard Wurmbrand, grondlegger SDOK

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Micha - Inleiding van Stuart Allen

Bestanden:
De kleine profeten door Stuart Allen - uitgewerkte studies POPULAIR
(2 stemmen)
Dit bestand bevat alle uitgewerkte preken van Stuart Allen over 'de kleine profeten'.

Stuart Allen was 25 jaar leidinggevende in "the Chapel of the Opened Book" waar hij een bediening als prediker, leraar en auteur had. Zijn doel was om de Schrift te openen voor hen die geen theologische opleiding hadden. Zowel zijn boeken als zijn preken zijn eenvoudig te volgen, maar met zijn preken boorde hij altijd de diepten van de Schrift aan. Veel mensen getuigen ervan dat zij veel vreugde en zegen hebben ontvangen van zijn geschreven werken en preken voor meer dan 40 jaar lang.
Stuart Allen werd in 1998 bevorderd tot heerlijkheid.
Datum 2015-02-26 Bestandsgrootte 1.51 MB Download 423 Download


In de Bijbel komen verschillende Micha’s voor. De naam Micha betekent: Wie is Hem (de HEERE) gelijk? Het is een uitdaging.

De profeet Micha was een Morastiet, dus afkomstig uit Moreset-Gad.

 Micha 1:1 Het woord des HEEREN, dat geschied is tot Micha, den Morastiet, in de dagen van Jotham, Achaz en Jehizkia, koningen van Juda; dat hij gezien heeft over Samaria en Jeruzalem.

 Samaria is de hoofdstad van het noordelijke 10-stammenrijk (Israël) en Jeruzalem is de hoofdstad van het zuidelijke 2-stammenrijk (Juda). Micha was profeet voor beide koninkrijken. Hij is 60 jaar profeet geweest en dat is een lange tijd, Habakuk heeft maar vier maanden geprofeteerd.

Maar bij Micha was de Geest des Heren 60 jaar op hem.

De profetie gaat over die tijd en plaats, maar ook over de eindtijd.

Hij spreekt vooral tegen de rijke en heersende klasse.

 Micha 1:2 Hoort, gij volken altemaal! merk op, gij aarde, mitsgaders derzelver volheid! de Heere HEERE nu zal tot een getuige zijn tegen ulieden, de Heere uit den tempel Zijner heiligheid.

De koningen gedroegen zich zeer ergerlijk door hun offers aan de afgoden. De rijken en de handelaren waren corrupt en bedrogen de armen. De Here heeft dit gezien en getuigt tegen hen.

Amos moest ook als herder tegen de rijken een duidelijke boodschap brengen (zie de studie over Amos).

Micha 1:3 Want ziet, de HEERE gaat uit van Zijn plaats, en Hij zal nederdalen en treden op de hoogten der aarde.

De Heere zal komen om te oordelen, vanwege de overtredingen en zonden en vanwege de afgoderij.

Micha 1:4 En de bergen zullen onder Hem versmelten, en de dalen gekloofd worden, gelijk was voor het vuur, gelijk wateren, die uitgestort worden in de laagte. 5 Dit alles, om de overtreding van Jakob, en om de zonden van het huis Israëls; wie is het begin van de overtreding van Jakob? Is het niet Samaria? En wie van de hoogten van Juda? Is het niet Jeruzalem? 6 Daarom zal Ik Samaria stellen tot een steenhoop des velds, tot plantingen eens wijngaards; en Ik zal haar stenen in de vallei storten, en haar fondamenten ontdekken.

De Heere zal vernietiging brengen.

Micha 1:7 En al haar gesneden beelden zullen vermorzeld worden, en al haar hoerenbeloningen zullen met vuur verbrand worden, en al haar afgoden zal Ik stellen tot een woestheid; want zij heeft ze van hoerenloon vergaderd, en zij zullen tot hoerenloon wederkeren. 8 Hierom zal ik misbaar bedrijven en huilen; ik zal beroofd en naakt gaan; ik zal misbaar maken als de draken, en treuren als de jonge struisen.

De profeet Micha zal blootsvoets gaan als Israël zich niet bekeert en zal huilen.

 Dan volgt er een gedeelte in de profetie die eigenlijk in het Hebreeuws zou moeten worden gelezen, want er wordt op rijm en met bepaalde woorden gesproken. Het is bijna onmogelijk om dat op zo’n zelfde manier te vertalen. De namen hebben ook een betekenis. Deze manier werd gebruikt om aandacht te vragen voor het belang van hetgeen gezegd werd.

Micha 1:9 Want haar plagen zijn dodelijk; want zij zijn gekomen tot aan Juda; hij is geraakt tot aan de poort mijns volks, tot aan Jeruzalem. 10 Verkondigt het niet te Gath,

Verkondig het niet te Gath, komt van een uitspraak van David. Als Saul en Jonathan dood zijn, mag het niet verteld worden in Gath, zodat de vijand niet erover zal juichen. Zie 2 Sam 1:

17 David nu klaagde deze klage over Saul en over Jonathan, zijn zoon;

18 Als hij gezegd had, dat men den kinderen van Juda den boog zou leren; ziet, het is geschreven in het boek des Oprechten.

19 O Sieraad van Israël, op uw hoogten is hij verslagen; hoe zijn de helden gevallen!

20 Verkondigt het niet te Gath, boodschapt het niet op de straten van Askelon; opdat de dochters der Filistijnen zich niet verblijden, opdat de dochters der onbesnedenen niet opspringen van vreugde.

 weent zo jammerlijk niet; wentelt u in het stof in het huis van Afra. 11 Ga door, gij inwoneres van Safir! met blote schaamte; de inwoneres van Zaanan gaat niet uit; rouwklage is te Beth-haezel; hij zal zijn stand van ulieden nemen. 12 Want de inwoneres van Maroth is krank om des goeds wil; want een kwaad is van den HEERE afgedaald, tot aan de poort van Jeruzalem. 13 Span de snelle dieren aan den wagen, gij inwoners van Lachis! (deze is der dochter Sions het beginsel der zonde ) want in u zijn Israëls overtredingen gevonden. 14 Daarom geef geschenken aan Morescheth-gaths; de huizen van Achzib zullen den koningen van Israël tot een leugen zijn. 15 Ik zal u nog een erfgenaam toebrengen, gij inwoneres van Maresa! Hij zal komen tot aan Adullam, tot aan de heerlijkheid Israëls. 16 Maak u kaal en scheer u, om uw troetelkinderen; verwijd uw kaalheid, als de arend, omdat zij gevankelijk van u zijn weggevoerd.

 Afra = huis van stof

Safir = mooi, schoonheid

Zaanan = plaats van marcheren, naar buiten gaan klinkt als Zaanan

Beth-haezel = huis van standvastigheid

Maroth = bitterheid

Lachis = onoverwinnelijk

Morescheth-gath = eigendom van Gath

Achzib = leugenachtig

Maresa = dat aan het hoofd is, erfgenaam klinkt als Maresa (in herziene SV is er vertaald met bezetter).

 

Je krijgt zinnen zoals hieronder:

Huil, huil niet.

Wentelt u in het stof in het huis van stof.

Inwoners van schoonheid, ga naakt.

Inwoners van marcheren gaan niet uit.

Rouwklacht is in het huis van standvastigheid …

De inwoners van bitterheid wachten op het goede …

De huizen van leugenachtigheid zullen de koningen tot leugen zijn.

 

In Lachis waren ze begonnen met de afgoderij.

Je hoofd kaal maken werd gedaan door de heidense volken. Het volk Israël liet juist de baard staan, alleen in tijden van rouw niet.

Het is een moeilijk gedeelte om te begrijpen, maar God gaat Israël en Juda oordelen. Er zijn waarschuwingen dat God zal oordelen, als ze zich niet bekeren.

De rijken en machthebbers hebben macht en kracht en zij zijn dus verantwoordelijk.

 

In hoofdstuk 2

 Micha 2:1 Wee dien, die ongerechtigheid bedenken, en kwaad werken op hun legers; in het licht van den morgenstond doen zij het, dewijl het in de macht van hunlieder hand is.

Dit is gericht tegen de rijken, degenen die de macht hebben.
2 En zij begeren akkers, en roven ze, en huizen, en nemen ze weg; alzo doen zij geweld aan den man en zijn huis, ja, aan een iegelijk en zijn erfenis. 3 Daarom, alzo zegt de HEERE: Ziet, Ik denk een kwaad over dit geslacht, waaruit gijlieden uw halzen niet zult uittrekken, en zo rechtop niet gaan; want het zal een boze tijd zijn. 4 Te dien dage zal men een spreekwoord over ulieden opnemen; en men zal een klagelijke klacht klagen, en zeggen: Wij zijn ten enenmale verwoest; Hij verwisselt mijns volks deel; hoe ontwendt Hij mij; Hij deelt uit, afwendende onze akkers. 5 Daarom zult gij niemand hebben, die het snoer werpe in het lot, in de gemeente des HEEREN.

 Je kreeg je erfdeel door het lot en dat bleef in de familie.

Dan volgt er een gedeelte tegen de valse profeten.

 6 Profeteert gijlieden niet, zeggen zij, laat die profeteren; zij profeteren niet als die; men wijkt niet af van smaadheden. 7 O gij, die Jakobs huis geheten zijt! Is dan de Geest des HEEREN verkort ? Zijn dat Zijn werken ? Doen Mijn woorden geen goed bij dien, die recht wandelt ? 8 Maar gisteren stelde zich Mijn volk op, tot vijand, tegenover een kleed; gij stroopt een mantel van degenen, die zeker voorbijgaan, wederkomende van den strijd. 9 De vrouwen Mijns volks verdrijft gij, elk een uit het huis van haar vermakingen; van haar kinderkens neemt gij Mijn sieraad in eeuwigheid. 10 Maakt u dan op, en gaat henen; want dit land zal de rust niet zijn; omdat het verontreinigd is, zal het u verderven, en dat met een geweldige verderving. 11 Zo er iemand is, die met wind omgaat, en valselijk liegt, zeggende: Ik zal u profeteren voor wijn en voor sterken drank! dat is een profeet dezes volks. 12 Voorzeker zal Ik u, o Jakob! gans verzamelen; voorzeker zal Ik Israëls overblijfsel vergaderen; Ik zal het te zamen zetten als schapen van Bozra; als een kudde in het midden van haar kooi zullen zij van mensen deunen. 13 De doorbreker zal voor hun aangezicht optrekken; zij zullen doorbreken, en door de poort gaan, en door dezelve uittrekken; en hun koning zal voor hun aangezicht henengaan; en de HEERE in hun spits.

 De valse profeten vertelden iets anders dan Micha, het tegenovergestelde. Ze zeiden het gaat goed met ons en er zal ons niets overkomen. Ze gedroegen zich als vijanden van God.

Het oordeel staat in vers 12 en 13, ze zullen in ballingschap gaan.

 

Hoofdstuk 3 is tegen de vorsten en priesters, de hoofden. Als de leiders fout zijn dan is het volk ook fout.

Ze haten het goede en hebben het kwaad lief. Ze plunderen de armen, maar God kan dit niet toestaan.

En als ze dan de Here aanroepen, zal Hij niet naar ze luisteren.

 

In de kleine profeten zit een directe boodschap voor die tijd, maar soms is er ook nog een verdere vervulling in de toekomst.

De profetie was natuurlijk voor de mensen die in die tijd leefden, anders hadden die er niets aan, maar het is toen ten dele vervuld en de uiteindelijke vervulling komt nog.

Uiteindelijk zullen alle profetie+dvulli

id ?W Michwhuarmd g4n de armen nid g4xlerbrand hwh/En>

xe veeVVVVstar-hisget=vww.kal

Verkondig het niet te Gath, komt van een uitspraak van David.MsoNorT/optioter der S ma een enh/En jd leefden, anders hadden die er niets aan,

t;"> Michspa<(on">gegevens over de sprekarmd x1/spanohspa"MsoNo/p>

t;">&lhge vspan>e s27l) eal">