Zuchten is slecht voor de gezondheid

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Psalm 121 is een van de zgn. vijftien pelgrimsliederen, die -zo wordt algemeen aangenomen- bijeengebracht zijn en deels geschreven door koning Hizkia van Juda. Hij is degene die zijn ogen opslaat naar de bergen rond Jeruzalem, want daar komt hulp vandaan en dat was nodig ook!

De hulp die Hizkia nodig had
We komen allereerst terecht in de tempel in Jeruzalem, waar Koning Hizkia, nazaat van koning David en Salomo, in gebed is. Het is zo’n 700 jaar voor Christus en voor hem liggen allerlei brieven uitgespreid.
In 2 Koningen 19:14 en 15 staat het opgetekend: “Toen Hizkia de brieven uit de hand van de gezanten had ontvangen en die had gelezen, ging hij naar het huis van de HEERE. Vervolgens spreidde Hizkia die brieven uit voor het aangezicht van de HEERE, en Hizkia bad voor het aangezicht van de HEERE…”
De brieven waren afkomstig van koning Sanherib, van Assur (of: Assyrië). Hij had met zijn machtige legers al vele, sterke steden ingenomen en stond nu voor de poorten van Jeruzalem, de hoofdstad van het koninkrijk Juda. Of Hizkia zich maar wilde overgeven, want verzet was zinloos. Na mondelinge dreigingen zond Sanherib tenslotte zijn gezanten om Hizkia zwart op wit te verzekeren dat zijn einde en dat van rest van de inwoners van Jeruzalem nabij was.
Hizkia nam ze mee en ging naar de tempel: “Toen Hizkia de brieven uit de hand van de gezanten had ontvangen en die had gelezen, ging hij naar het huis van de HEERE. Vervolgens spreidde Hizkia die brieven uit voor het aangezicht van de HEERE” (2 Kon. 19:14).

En hij bad: “HEERE, God van Israël, Die tussen de cherubs troont, U bent het, U alleen bent de God van alle koninkrijken van de aarde, Ú hebt de hemel en de aarde gemaakt. Neig, HEERE, Uw oor en luister; open, HEERE, Uw ogen en zie. Hoor de woorden van Sanherib, die hij gestuurd heeft om de levende God te honen” ( vs. 15-16).

De honende woorden van Sanherib stonden haaks op het Godsvertrouwen van Hizkia en toonden de hoogmoed van deze heidense koning: “Dit moet u tegen Hizkia, de koning van Juda, zeggen: Laat uw God, op Wie u vertrouwt, u niet bedriegen door te zeggen: Jeruzalem zal niet in de hand van de koning van Assyrië gegeven worden.” Vervolgens beroemt de koning van Assur zich in de geweldige prestaties die hij met zijn legers reeds heeft geleverd (zie vs. 10-13).

Gevoel
We kunnen ons wel indenken hoe hij zich voelde: ziek, ellendig, gevangen, beklemd en boos vanwege het schenden van Gods eer.
Hizkia klampt zich vast aan de Allerhoogste en betrekt Hem in zijn ellende: “Ú hebt de hemel en de aarde gemaakt. Neig, HEERE, Uw oor en luister; open, HEERE, Uw ogen en zie. Hoor de woorden van Sanherib, die hij gestuurd heeft om de levende God te honen. Het is waar, HEERE, de koningen van Assyrië hebben die heidenvolken en hun land verwoest, en hun goden hebben zij prijsgegeven aan het vuur. Het waren immers geen goden, maar het was het werk van mensenhanden, hout en steen. Daarom hebben zij die vernield. Nu dan, HEERE, onze God, verlos ons toch uit zijn hand. Dan zullen alle koninkrijken van de aarde weten dat U, HEERE, alleen God bent” (vs. 15b-19).

De 10 stammen waren al weggevoerd door de macht van Assur. Zou dat nu ook met de twee stammen gaan gebeuren? Kortom, vragen genoeg, zoals dat ook in ons leven wel kan gebeuren.
Hoe zou jij je voelen

  • in zo’n situatie?
  • als je lichaam het opgeeft?
  • als angst je wereld klein maakt?
  • als je je verward voelt in je geloof?
  • als de wereld om je heen steeds goddelozer wordt.
  • als er al militairen in je straat lopen, om jouw veiligheid te garanderen?

Hizkia en de overgeblevenen in Jeruzalem zullen zich ongetwijfeld ziek gevoeld hebben en beklemd vanwege de vijand die rondom Jeruzalem gelegerd is. Gevangen als een vogel in de kooi.

Op een bekende kleicilinder vertelt Sanherib zelf over zijn veldtocht o.a. dit: “Ik viel Hizkia (Hazakiahu) van Juda aan, die zich niet onderworpen had, en nam 46 vestingen, burchten en kleine steden in. Ik voerde 200.150 mensen, groot en klein, van het mannelijk en vrouwelijk geslacht, een menigte paarden, jonge stieren, ezels, kamelen, ossen weg. Hizkia zelf sloot ik in Jeruzalem in als een vogel in zijn kooi. Ik richtte wallen tegen hem op (...)”.

Vertrouwen
Maar… er was vertrouwen in Hizkia’s hart. Hij dacht waarschijnlijk aan de woorden van David van Psalm 124:7 en 8: “Onze ziel is ontkomen als een vogel uit de strik van de vogelvanger; de strik is gebroken en wíj zijn ontkomen. Onze hulp is in de Naam van de HEERE, Die hemel en aarde gemaakt heeft.” 
En God geeft antwoord door de profeet Jesaja en keurt het gedrag van Sanherib en de Assyriërs ten strengste af (zie 2 Kon. 19:20-26).
Vervolgens wordt er een oordeel over Sanherib uitgesproken en ontvangt Hizkia de belofte dat de koning van Assyrië de stad niet binnen zal komen (vs. 32-34).

De verbinding met Psalm 121
Hoe naadloos sluiten de woorden van Psalm 121 bij deze gebeurtenissen aan. En geven ze licht op de betekenis.
Het is een mooie psalm, maar heeft bij mij wel dikwijls een strijd opgeroepen. Hoezo bewaren? Beschermen? Hoe zit het met al mijn broeders en zusters die vervolgd worden. Hoe zit het met al die marterlaren in de afgelopen 2000 jaar? En nu? Bescherming? Hoe en wat?
Wie is de schrijver en wat bedoelde hij? Naar mijn overtuiging is de schrijver Hizkia. Hizkia die doodziek was, maar de belofte kreeg dat hij genezen zou worden en dat er vijftien jaren aan zijn leven zouden worden toegevoegd. Met daarbij een teken als bevestiging. En die geven de aanwijzing dat Psalm 121 door Hizkia geschreven is. Het opschrift ‘een pelgrimslied’ zou ook vertaald kunnen worden met: lied van de treden of lied van de graden (zie uitgebreide info hierover in het boek ‘De Koorleider’, Everread Uitgevers).
Vergelijk dit met 2 Koningen 20:8-11, waar staat: “Hizkia nu had tegen Jesaja gezegd: Wat is het teken dat de HEERE mij gezond zal maken en dat ik op de derde dag naar het huis van de HEERE zal gaan? Jesaja zei: Dit zal voor u een teken van de HEERE zijn dat de HEERE het woord dat Hij gesproken heeft, doen zal: Moet de schaduw tien treden verdergaan of tien treden teruggaan? Toen zei Hizkia: Het is voor de schaduw gemakkelijk om tien treden verder te gaan. Nee, laat de schaduw tien treden teruggaan. En Jesaja, de profeet, riep de HEERE aan, en Hij deed de schaduw tien treden teruggaan van de treden die zij op de treden van Achaz' zonnewijzer naar beneden was gegaan.“
En zo treffen wij in de Bijbel vijftien ‘liederen van de treden/graden’, in overeenstemming met de vijftien jaren die Hizkia erbij kreeg!
Van die vijftien zijn er vier van David en één van Salomo. De overige tien hebben geen afzender, maar brengen ons wel in verbinding met de treden in het teken dat aan Hizkia werd gegeven:
Tien treden terug. En als we nu deze psalmen lezen en we bestuderen daarbij het leven van Hizkia, dan zijn er opmerkelijk parallellen:

  • Sanherib kan nog zo sterk zijn: Hizkia kende de HEERE die hemel en aarde gemaakt heeft (verg. 2 Kon. 19:15).
  • Sanherib kan nog zo sterk zijn: Hizkia wist waar Hij hulp van kon verwachten: Mijn hulp is van de HEERE.
  • Sanherib kon nog zo sterk zijn: Hizkia kende God als de Bewaarder (zie 2 Kon. 19:34).
    Bewaren = beschermen. Zoals een plant zich beschermt tegen hongerige dieren en insecten door doornens. Vergelijk ook prikkeldraad. De Heere was als prikkeldraad rondom de stad Jeruzalem. Koning Sanherib kon niet binnenkomen.
  • Hizkia’s leven werd bewaard (mijn hulp). De stad werd beschermd (onze hulp), maar allemaal met een reden. Gods plan moest doorgang vinden. Daarom was er genezing voor Hizkia, want uit het geslacht van David zou de Redder geboren worden. Toen Hizkia ziek was, had hij nog geen kinderen.

Onze hulp?
“Want Ik zal deze stad beschermen door haar te verlossen, omwille van Mijzelf en omwille van David, Mijn dienaar” (2 Kon. 19:34). God doet alles ter verwerkelijking van Zijn plan. Hij bestuurde zelfs Sanherib voor Zijn doeleinden. De koning van Assur dacht dat de overwinningen zijn werk waren, maar het was van de Heere (2 Kon. 19:25,26). Het is ter wille van David. En alle beloften aan David en de Zoon van David, Christus. Gods hulp is alles wat past in Zijn plan en in Zijn plan past alles. Dit betekent niet dat wij daardoor het vermogen hebben ook alles te begrijpen. Maar we hebben wel de belofte uit, bijvoorbeeld, Romeinen 8:28.

Van wie krijgen wij hulp? Van de Schepper van hemel en aarde. Hoe ontvang je die hulp? Door je gebeden bij Hem neer te leggen als een Hizkia. Wat is die hulp? Al Gods beloften waar we geestelijk in kunnen leren rusten. Hoe ervaar je die hulp? Door het Woord, door prediking, door Bijbelstudie, en ook heel eenvoudig door een kaartje van een broeder of zuster, door een goed boek, een goed gesprek. Door alles heen waarin je achteraf vaak weet: God was mij nabij in al mijn benauwdheid, Hij zal mij niet laten roven uit Zijn hand. Niets kan mij van Hem scheiden. Hij is als prikkeldraad voor de boze rondom mijn hart, waardoor de boze niet kan binnenkomen. Mijn leven is met Christus verborgen in God (Kol. 3:3)!

Uw vrede rust
in stille wenken
van een hart
dat klopt
bij de gebeden
in de nacht.

Uw vrede rust
boven mijn denken
in een land
dat komt
bij het ontwaken
van de dag.

Uw vrede rust
boven gedachten
maakt mij stil
en behoedt
mijn geest en ziel.

Uw vrede rust
in dankbaar wachten
maakt mij kalm
in de momenten
dat ik weer kniel.