Peter Slagter

Peter Slagter is voorzitter van Stichting het Morgenrood te Wijk bij Duurstede.
De doelstelling van Stichting Het Morgenrood is de verkondiging van Jezus Christus in woord en geschrift, tot opbouw van de Gemeente, het Lichaam van Christus.
Dit gebeurt enerzijds door evangelisatie, anderzijds door toerusting van gelovigen.
De activiteiten zijn ondermeer:
- Evangelisatie
- Kinder- en jeugdkampen
- Bijbelvakantiereizen
- Bijbelconferenties
- Bijbelstudieweekenden
- Uitgave van Bijbelstudie- en foldermateriaal.


  • De kleine profeten - Joel- studie 02
    Serie: De kleine profeten | Schriftgedeelte: Joël 1:1-3:21 donderdag, 25 oktober 2012  
    Onder aan dit scherm kun je de preek beluisteren of downloaden.
    Onderstaand verslag is ook te downloaden in pdf formaat

    De kleine profeten - Joel - P.A. Slagter - 25/10/2012 - Studie 2

    De naam Joel betekent JHWH is God. Jo = JHWH en El is van Elohim. Niemand weet hoe de naam van God is uit te spreken, want het Hebreeuws kent geen klinkers, het is een geheimenis.
     
    Joël 2:27 Dan zult u weten dat Ik te midden van Israël ben, dat Ik, de HEERE, uw God ben, en niemand anders: Mijn volk zal voor eeuwig niet beschaamd worden!
     
    Dat is waar het naar toe gaat, het volk moet weten dat de Here de God van Israël is en ook de hele wereld zal dit uiteindelijk weten.
    God maakte Zich eerst bekend als de Almachtige, daarna met een naam, nl. de IK BEN, DE Aanwezige, zie Exodus 3 en Exodus 6, het geeft het karakter van onze God weer.
    Dit in tegenstelling tot Allah, dat is de Arabische vertaling voor het woord god, het is dus geen naam.
     
    In Joel 1:1 staat dat Joel de zoon is van Pethuel. Dit betekent door God uitgebreid of groot gemaakt. Joel profeteert hoofdzakelijk tot Juda en Benjamin, het 2 stammenrijk, hoewel dit niet altijd strikt te scheiden is. Het gaat in de profetie over het toekomstig herstel van gans Israël, de 12 stammen.
    Eerst waren er de 12 stammen - na Salomo een verdeling tussen 10 en 2 stammen - in de toekomst gaat het weer over 12 stammen.
     
    Het thema van Joel is de dag des Heren (Yom JHWH), er komt een dag die de Here toebehoort. Het is een periode (niet één dag). JHWH, of zoals het in onze vertaling staat de HEERE, zal Zich openbaren, eerst aan Israël en daarna aan de hele wereld.
    Habakuk 2:14 Want de aarde zal vol worden met de kennis van de heerlijkheid van de HEERE zoals het water de bodem van de zee bedekt.
    Iedereen zal bekend zijn met de heerlijkheid van God, het zal niet meer zijn van horen zeggen.
     
    1 Korinthe 4:3 Maar het betekent zeer weinig voor mij dat ik door u beoordeeld word of door enig menselijk oordeel. Ja, ik beoordeel ook mijzelf niet.
    Het woord oordeel is hemera en betekent dag. Het gaat hier dus over de menselijke dag, het menselijk gericht, de mens regeert nu en het zal uitlopen op het hoogtepunt (of dieptepunt) in de mens der wetteloosheid. Openbaring 13 toont de exponent van het rijk van de duisternis, het beest, en deze maakt plaats voor de Rechtvaardige Mens, de exponent van het rijk van het licht.
    Handelingen 17:31 en wel omdat Hij een dag vastgesteld heeft, waarop Hij de wereld rechtvaardig zal oordelen door een Man Die Hij daartoe aangesteld heeft. Daarvan heeft Hij aan allen het bewijs geleverd door Hem uit de doden te doen opstaan.
    De Man is door de Here God aangesteld, Hij is de HEERE, JHWH.
    In het Johannes-evangelie zijn de IK BEN uitspraken opgetekend, waarbij een koppeling wordt gemaakt met het Oude Testament met de HEERE.
    Jesaja 44:6 Zo zegt de HEERE, de Koning van Israël, zijn Verlosser, de HEERE van de legermachten: Ik ben de Eerste en Ik ben de Laatste, en buiten Mij is er geen God.
    Ook hier is er de link tussen Oude en Nieuwe Testament, zie Openbaring 1:8, 11; 21:6; 22:13. De macht en heerlijkheid worden geopenbaard in de Here Jezus Christus. In Mattheus 24 staat dat Hij zal komen op de wolken met grote macht en heerlijkheid.
     
    In bijna alle boeken van de profeten wordt er over de dag des Heren gesproken. Eén Bijbelboek is er geheel aan gewijd, nl. het boek Openbaring. Johannes was 'in de geest' op de dag des Heren, hij werd verplaatst naar de toekomst, het boek Openbaring is een aanvulling op het Oude Testament.
    De dag des Heren komt het meest voor in Joel nl. 4x. In Joel 2:1, 11, 31; 3:14. Joel is een korte beschrijving van wat er gebeurt op de dag des Heren.
    Het gaat om 7 punten:
    1) Het oordeel voor Israël en Juda vanwege ontrouw en ongerechtigheid.
    2) Een oproep tot berouw en bekering, dit betekent dat het oordeel dus ontvlucht kan worden!
    3) Een rest/overblijfsel komt tot bekering. Als zij roepen antwoordt de Here. Joël 2:32 Het zal geschieden dat ieder die de Naam van de HEERE zal aan aanroepen, behouden zal worden. Want op de berg Sion en in Jeruzalem zal ontkoming zijn, zoals de HEERE gezegd heeft, namelijk bij hen die ontkomen zijn, die de HEERE roepen zal.
    Jesaja heeft 2 zonen: Maher Salal Chasbas, zijn naam betekent haastig buit, spoedig roof en spreekt over oordeel. De andere zoon heet Sear Jasub en betekent een rest/overblijfsel zal zich bekeren. Deze namen spreken over oordeel en herstel.
    De Here wil aangeroepen worden. De Naam mag niet worden ontheiligd, maar wel worden uitgesproken. Heiligen is doen wat de Here zegt, dat is Hem eren! De orthodoxe Jood spreekt de Naam niet uit maar zegt Hashem (de naam) of Adonai, dat is een aanspreektitel. Dat is tragisch en triest.
    4) Door bekering zal Geest op alle vlees gestort worden.
    5) Juda en Israël zullen in genade worden aangenomen en het gericht over Israëls vijanden, dat zijn alle volken van de aarde, zal plaatsvinden.
    6) De Here zal het land Israël herstellen en bestemmen voor het volk Israël.
    7) Israël zal tot een zegen zijn voor en vanuit het midden van de aarde.
     
    Uitgangspunt van de profetie is de sprinkhanenplaag, die ten tijd van het uitspreken van de profetie ook is geweest.
     
    Joel 1:2-4 spreekt van  een aantal sprinkhanen.
    soort in HSV soort in SV soort in NBG Hebreeuws
    jonge sprinkhaan rups rups gazam
    veldsprinkhaan sprinkhaan sprinkhaan arbeh
    trekspringhaan kever verslinder yekeq
    zwermspringhaan kruidworm kaalvreter chaciyl
     
    De NBG geeft in de vertaling de volgorde goed aan, het gaat van kwaad tot erger, het wordt steeds verwoestender.
    Israël wordt als een boom gekarakteriseerd en kaal gevreten.
     
    Babel en Egypte worden vaak als vijanden van Israël vermeld. Babel wordt het meest verbonden met de dag des Heren. Het is een verzamelnaam voor de vijanden van Israël in het algemeen. Israël is al eens door Babel uit het land gevoerd in de Babylonische ballingschap voor 70 jaar.
    In de eindtijd zal Israël helemaal alleen komen te staan en onder leiding van Babel zal de wereld Israël kaalvreten. Het is wonderlijk dat de Here God dit toelaat om een afvallig volk te oordelen. In het verleden was Nebukadnezar de dienaar van de Here in het plan van God om Juda in ballingschap te leiden. Hij was een instrument in Gods hand.
     
    In Joel 1:7 wordt de complete ontmanteling van Juda omschreven, de omschrijving gaat van kwaad tot erger.
    In Joel 1:12 worden een aantal bomen genoemd, die in de Bijbel ieder een aspect van Israël weergeven.
     
    De wijnstok spreekt van het doel van God met Israël, dat is vrucht dragen in relatie met de Here als de bruid van JHWH in het beloofde land. In Jesaja 5 wordt gesproken over de wijnstok uit Juda. Zie Hosea 10:1 en Johannes 15 waar de Here Jezus zegt dat Hij de Ware Wijnstok is, geboren vanuit Juda. Wijn spreekt van de Geest, de opgestane Here, wijn spreekt van vreugde. In Johannes 2 wordt de geschiedenis van de bruiloft te Kana beschreven. Eerst was er geen wijn, de vreugde was verdord, daarna kwam de beste wijn, een beeld van het Nieuwe verbond.
     
    De vijgenboom spreekt van Israël als natie/verbondsvolk dat woont in het aan Abraham beloofde land, zie Hosea 2:11. In de evangeliën wordt gesproken over de vijgenboom waar wel bladeren, maar geen vruchten aan waren. De bloeiwijze is echter dat er gelijktijdig bladeren en vruchten zijn, waarbij er ook sprake is van verschillende oogsten. Het is een beeld van Israël. In de tijd dat de Here Jezus op aarde was, was er geen vrucht, het was verdord/verwelkt en werd daarom vervloekt. Dat geldt ook voor onze tijd, er zijn wel bladeren, maar er is geen vrucht en het is geschikt om vervloekt te worden, Israël is nog niet in het verbond. Het wachten is op het week worden van het hout, dat de bladeren uitspruiten en er kleine vruchten komen die uitlopen op de oogst. Zie Mattheus 24 en Lukas 21.
     
    De granaatappelboom spreekt van de zegen bij het onderhouden van de geboden, de heerlijkheid van het priestervolk. Aan de kleding van de hogepriester hingen granaatappeltjes. Dat had Mozes niet bedacht, de Here had aangegeven hoe het kleed er uit moest zien.
     
    De palmboom wijst op het koninkrijk en de Koning uit Juda (de Koning der Joden). In Genesis 38 lezen we de geschiedenis van Juda en Thamar. Zij wordt zwanger van haar schoonvader en er wordt een tweeling geboren. Zerah stak zijn hand uit en men bindt een scharlaken koord om zijn handje om aan te geven dat hij de eerstgeborene is. Zerah (=opgaan of rijzen) trekt zich terug en dan komt ineens Perez (doorbraak) tevoorschijn. Dit alles is een beeld van de Here Jezus. De uitgestoken hand is een beeld van de Here Jezus die kwam om te redden, 2000 jaar geleden. Hij ging echter naar de hemel terug. Nu bevinden wij ons in de tijd van de breuk. De Here Jezus Christus zal wederkomen en Israël (en de hele wereld) zal Hem zien. Hij is de koninklijke stam Juda.
    Toen de Here Jezus in Jeruzalem kwam, spreidde men palmtakken uit, in Openbaring 7:9 heeft de menigte die niemand tellen kon, palmtakken in de hand.
     
    Over de appelboom wordt niet veel in de Bijbel gezegd. Alleen in Hooglied 2:3 en Hooglied 8:5, beeld van respectievelijk bruidegom en bruid.
     
    In dit rijtje ontbreekt de olijfboom. De olijfboom wijst op de roeping en bestemming van Israël: een koninklijk priesterschap. Waarom ontbreekt deze boom? Omdat deze roeping van het volk onberouwlijk is, die verdord niet, dat ligt in de trouw van God en is een waarborg van het herstel van Israël ondanks ontrouw en trouwbreuk. Denk hierbij aan de Romeinenbrief.
     
    In Mattheus 24 staat: "Let op de olijfboom en alle bomen ...", alles heeft betrekking op Israël.
     
    Er is een dag van verwoesting (Joel 1:15) en het volk wordt gewaarschuwd met de bazuin, de sjofar (Joel 2:1) en een machtig volk zal zich over Israël verspreiden, onder aanvoering van Babel (zie Psalm 2). Er zal een oordeel zijn in de eindtijd, zoals beschreven in het boek Zacharia en Daniel (de laatste jaarweek) en de grote verdrukking in Mattheus 24.
    Opnieuw klinkt de bazuin in Joel 2:15 Het volk wordt verzameld: roep een bijzondere samenkomst bijeen.
    Vroeger streden de afzonderlijke volken tegen Israël, in de eindtijd strijden alle volken in 1 grote coalitie tegen Israël.
    De Here zegt, weest niet bevreesd (vers 21), want de Here heeft grote dingen gedaan en weer weest niet bevreesd (vers 22), want de woestijn wordt groen en de bomen dragen vrucht  en geven opbrengst. De vroege en late regen zal komen (vers 23). De Leraar der gerechtigheid is de Here Jezus, JHWH tsidqenuw (zie Jeremia 23:6).
    Het Hebreeuwse woord voor leraar (in vers 23) is mowreh en kan zowel leraar als regen betekenen. De vroege regen is het Hebreeuwse woord gehsem moreh, de late regen is weer malkoshe. De 1e halteplaats van Abraham was bij het eikenbos/grote bomen (SV terebinten) van More = mowreh (zie Gen 12:6). De grote bomen van de Leraar.
     
    Er wordt gesproken over vroege en late regen. De vroege regen valt van oktober tot begin december, dan wordt er gezaaid. De late regen is in maart en april.  In vers 23 staat in de eerste maand, maand staat echter niet in de grondtekst!
    De kalender van God begint in de maand Nisan/Abib onze maand maart/april en loopt tot en met de 7e maand Tishri. De vroege en de late regen vallen dus in de 1e maand van de beide jaren.
    De feesten des Heren zijn dus in het geestelijk jaar, zie Leviticus 23. Bij ons zijn de maanden ook wel zo genoemd denk aan september (7), oktober (8), november van neuf (9) en december van deca (10)
    De vroege regen is nodig voor het kiemen van het zaad en als de oogst er is, zal de Here Jezus komen, dat is de voleinding van de eeuw, zie Matteus 13:31.
     
    Jakobus 5:7 Wees daarom geduldig, broeders, tot de komst van de Heere. Zie, de landbouwer verwacht de kostbare vrucht van het land, en heeft daarbij geduld, totdat het de vroege en late regen zal hebben ontvangen.
    De komst van de Here is nabij zegt Jakobus en de Landbouwer verwacht vrucht na de vroege en de late regen.
     
    In Handelingen2 haalt Petrus de profetie van Joel aan. Hij zegt niet dat dit al de vervulling is, hij zegt dit is waarvan Joel gesproken heeft: de uitstorting van de Geest.
     
    Joel 3 geeft het herstel van Israël weer met het oordeel over de heidenvolken en daarna is het doel bereikt: De Here zal wonen in Sion (Joel 3:21).
  • De kleine profeten - Hosea - studie 01
    Serie: De kleine profeten | Schriftgedeelte: Hosea 1:1-14:10 donderdag, 27 september 2012  
    Onder aan dit scherm kun je de preek beluisteren of downloaden.
    Onderstaand verslag is ook te downloaden in pdf formaat

    De kleine profeten - Hosea - P.A. Slagter - 27/09/2012 - Studie 1

    Even een tip vooraf: lees het Bijbelboek alvast door, voor de komende studie, want we kunnen de meeste kleine profeten niet helemaal lezen op de Bijbelstudie-avond. Peter wil iedere avond 1 'kleine profeet' behandelen.
     
    In de Hebreeuwse Bijbel wordt een onderverdeling gemaakt in:
    - de vroege profeten: de boeken Jozua tot en met 2 Koningen
    - de latere profeten: de boeken Jesaja tot en met Maleachi
    Dat is een mooie verdeling, want het 1e boek van beide reeksen draagt de naam van de Here Jezus in zich, Jehovah redt.
    De 12 kleine profeten vinden we in de latere profeten. 'Klein' heeft betrekking op de lengte van de profetie.
    Het thema van de profetie is altijd de persoon van de Here Jezus Die Zich openbaart als: de Redder, de Verlosser, de Voleinder.
     
    Hosea
    De profetie door de mond van Hosea is gericht aan de 10 stammen, Israël met als hoofdstad Samaria.
    De verdeling van de 10 en de 2 stammen vond plaats direct na de dood van Salomo, ten tijde van Jerobeam en Rehabeam (2 Kronieken 10).
    De 2 stammen, Juda en Benjamin, hadden Jeruzalem als hoofdstad.
    Hosea trad ongeveer 750 voor Christus op. Het was een bloeitijd met welvaart en afgoderij (gaat meestal samen) onder Jerobeam II, de zoon van Joas. Dit werd nog erger na de dood van de koning en Israël kwam meer onder de invloedsfeer van Syrië (noordelijk en oostelijk van het land), en Israël zoekt steun bij Egypte.
    Syrië verovert Jeruzalem en het volk gaat in de Assyrische Ballingschap rond 722 voor Christus.
     
    Hosea 1:1 zegt dat het Woord van de Here tot Hosea, de zoon van Beeri (mijn bron) kwam.
    Het leven van Hosea wordt gekenmerkt door het trouwen met een hoer:
    Hosea 1:2 Het begin van het spreken van de HEERE door Hosea. De HEERE zei tegen Hosea: Ga! Neem voor u een vrouw van de hoererijen en kinderen van de hoererijen, want het land wendt zich in schandelijke hoererij van de HEERE af.
    Dat is opzienbarend, een onterende gelegenheid en tekenend voor de situatie in Israël, (vers 2 einde) want het land wendt zich in schandelijke hoererij van de Here af. Zij gaven zich over aan de afgod Baäl (Heer, in de betekenis van bezitter), de tegenstander.
     
    In Hosea zien we
    - enerzijds Gods liefde voor Israël, zelfs al geeft zij zich aan een ander en
    - anderzijds de toorn van God.
    Hij is bedroefd over de zonde.
     
    Mozes had reeds namens de Here aan het volk verkondigd dat als het volk zich aan het verbond zou houden, God hen zou zegenen, maar als ze zich niet aan het verbond hielden Hij hen zou treffen met de vloek.
     
    God heeft vol van lankmoedigheid veel profeten geroepen (die veel moesten doen en verdragen!) die het volk duidelijk moesten maken dat zich moesten bekeren.
    Tot de maat bij God vol is, dan volgt de sanctie, de Assyrische ballingschap in 722 voor Christus. Voor Juda was dit in 586 voor Christus, zij gingen voor 70 jaar in Babylonische ballingschap, ze werden weggevoerd door Nebukadnezar, want Babel was in die tijd de wereldmacht. De situatie was in Juda zo mogelijk nog erger dan in Israël, terwijl ze een voorbeeld in het 10-stammenrijk hadden!
    Juda kwam weer terug uit de Babylonische ballingschap, hierover lezen we in Ezra en Nehemia. Daarna volgde ca. 400 jaar in de druk der tijden (zie het boek Daniël). Toen kwam de Here Jezus en volgde Zijn bediening. In het jaar 70 werd Jeruzalem vernietigd en werd het volk verstrooid over de aarde.
     
    De naam Hosea betekent verlossing. In vers 3 staat dat Hosea, Gomer (volmaakt/voleinding) tot vrouw neemt. Het volk van Israël was niet volmaakt, maar zal dit uiteindelijk wel worden!
    In Hosea vinden we het beeld van de relatie van de Here en Israël. Die begon officieel met de verbondssluiting.
    Exodus 19:5 Nu dan, als u nauwgezet Mijn stem gehoorzaamt en Mijn verbond in acht neemt, dan zult u uit alle volken Mijn persoonlijk eigendom zijn, want heel de aarde is van Mij.
    6 U dan, u zult voor Mij een koninkrijk van priesters en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden die u tot de Israëlieten moet spreken.
    7 Mozes kwam terug en riep de oudsten van het volk, en hield hun al deze woorden voor, die de HEERE hem geboden had.
    8 Toen antwoordde heel het volk gezamenlijk en zei: Alles wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen! En Mozes bracht de woorden van het volk weer over aan de HEERE.
     
    Vers 5 zegt dat Israël, Gods persoonlijk eigendom is. De aarde is van de Here God, want alle dingen zijn uit Hem, door Hem en tot Hem.
    Uit de hele volkerentafel van Genesis 10, vanuit de zoon van Noach, via Sem werd uiteindelijk via Abraham (zie Genesis 11:10-32) en Izak, Israël verkozen.
    In vers 6 bestemt de Here God Israël tot een heilig volk, goi, dat wil zeggen dat zij net waren als alle andere (heiden)volken, maar een bijzonder plaats kregen, ze waren nl. een heilig (apart gezet) volk.
    Het volk antwoordde als één man (gezamenlijk) dat zij zouden doen alles wat de Here gesproken had (vers 8). Dat is de enige goede reactie van het volk (en van een mens) als de Here iets vraagt, maar de druk die dat geeft, is enorm, alsof wij dat zouden kunnen volbrengen. Ons past dan: "Zo waarlijk helpe mij God Almachtig", want hoe zouden wij ooit iets kunnen doen zonder de hulp van de Allerhoogste?

    De vraag is, wanneer zal Israël dat ook daadwerkelijk gaan doen? Pas als zij de Heilige Geest hebben ontvangen en dat geldt natuurlijk ook voor ons.
     
    Hosea 1:3 Hij ging en nam Gomer, een dochter van Diblaïm; zij werd zwanger en baarde hem een zoon.
    4 Toen zei de HEERE tegen hem: Geef hem de naam Jizreël, want nog even en Ik zal de bloedschulden van Jizreël vergelden aan het huis van Jehu, en Ik zal het koningschap van het huis van Israël wegdoen.
     
    Jizreël betekent God plant of God zaait, alles gaat van God uit. Wij zoeken goede grond uit om te zaaien, zo niet bij de Here. Het begint in de diepte van ellende, in onvruchtbare grond, in de woestijn, in de dood. Dat is ook zo in ons leven!
    Abraham en Sara hadden geen kinderen, geen erfgenaam (daar zorgt Abraham in de tussentijd zelf voor, met alle ellende van dien), maar de Here zorgt voor nageslacht (leven) via Izak en Jakob. Het gaat om sterven, dood en opstanding.
     
    Hosea 1:6 Zij werd opnieuw zwanger, en zij baarde een dochter. Daarop zei Hij tegen hem: Geef haar de naam Lo-Ruchama, want Ik zal Mij voortaan niet meer ontfermen over het huis van Israël, want ik zal hen zeker wegvoeren.
    7 Maar over het huis van Juda zal Ik Mij ontfermen, en Ik zal hen verlossen door de HEERE, hun God. Ik zal hen echter niet verlossen door boog, door zwaard, door strijd, door paarden of door ruiters.
    8 Toen zij Lo-Ruchama niet meer de borst gaf, werd zij weer zwanger, en zij baarde een zoon.
    9 En Hij zei: Geef hem de naam Lo-Ammi, want u bent niet Mijn volk en Ík zal er voor u niet zijn.
     
    Gomer baart Lo-Ruchama Ik zal mij niet ontfermen (vers 6) en daarna Lo-Ammi, niet mijn volk, Ik zal er voor u niet zijn (vers 9), de nadruk ligt op Ik, de maat was vol. Momenteel is het Lo-ammi, geen ontferming voor Israël.
     
    Hosea 1:10 Toch zal het aantal Israëlieten zijn als het zand van de zee, dat niet gemeten en niet geteld kan worden. En het zal gebeuren dat in de plaats waar tegen hen gezegd is: U bent niet Mijn volk, tegen hen gezegd zal worden: kinderen van de levende God.
    11 Dan zullen de Judeeërs bijeengebracht worden samen met de Israëlieten. Zij zullen voor zich één Hoofd aanstellen en uit het land oprukken; want groot zal de dag van Jizreël zijn.
     
    Toch zal er ontferming komen, want zij zullen kinderen van de levende God zijn (vers 10), Juda zal samen met Israël optrekken in de (verre) toekomst. De volgorde is als volgt:
    - er was een verbond met Israël, Mijn volk en Hij ontfermde Zich erover
    ----- er kwam een verbondsbreuk = scheiding, Israël is niet Mijn volk, Hij ontfermt Zich niet over hen
    - de Here plant en zaait, Israël wordt weer Zijn volk, Hij ontfermt Zich over hen
     
    Hosea 2 spreekt over oordeel en herstel.
    Hosea 2:10 Ik zal haar vreugde doen ophouden, haar feesten, haar nieuwemaansdagen en haar sabbatten, ja, al haar feestdagen.
    11 Ik zal haar wijnstok en haar vijgenboom verwoesten, waarvan zij zegt: Die vormen voor mij het hoerenloon dat mijn minnaars mij gegeven hebben. Maar Ik zal er een woud van maken en de dieren van het veld zullen ervan vreten.
    12 Ik zal haar de dagen van de Baäls vergelden, waarop zij hun reukoffers bracht. Zij tooide zich met haar ring en haar halssieraad en ging achter haar minnaars aan, maar Mij vergeet zij, spreekt de HEERE.
    13 Daarom, zie, Ikzelf ga haar lokken, haar de woestijn in leiden, en naar haar hart spreken.
    14 Ik zal haar daarvandaan haar wijngaarden geven, en het Dal van Achor tot een deur van hoop. Daar zal zij zingen als in de dagen van haar jeugd, als op de dag dat zij wegtrok uit het land Egypte.
     
    In vers 10 t/m 12 wordt gesproken over uitzetting uit het land en verwoesting en in vers 13 en 14 over de hoop die er is in de woestijn.
    Het dal van Achor (een plaats van straf voor Achan, een plaats van verdriet, zie Jozua 7) wordt tot een deur van hoop. Deur is het Hebreeuwse daleth, een opening, een weg van hoop. In Johannes 10 zegt de Here Jezus dat Hij de deur is, de hoop.
     
    In Hosea 2:15-20 wordt gesproken over "Die dag", de dag in de toekomst, waarin Israël de bruid zal zijn (vers 19).
    Jeremia 31:1 In die tijd, spreekt de HEERE, zal Ik al de geslachten van Israël tot een God zijn, en zíj zullen Mij tot een volk zijn.
    2 Zo zegt de HEERE: Het volk dat aan het zwaard ontkomen was, heeft genade gevonden in de woestijn, toen Ik op weg ging om hem, Israël, tot rust te brengen.
    3 Van verre tijden af is de HEERE aan mij verschenen: Met eeuwige liefde heb Ik u liefgehad, daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid.
    4 Ik zal u weer bouwen en u zult gebouwd worden, maagd Israël. Opnieuw zult u zich tooien met uw tamboerijnen, opnieuw zult u uittrekken in een reidans van vrolijke mensen.
    5 Opnieuw zult u wijngaarden planten op de bergen van Samaria: de planters zullen planten en de vruchten genieten.
     
    "In die tijd" (vers 1), zal er genade gevonden worden in de woestijn en er zal rust zijn (vers 2), er zal herstel vanuit de woestijn zijn. Jizreël het zaad zal worden gezonden, het zaad van het evangelie.
    Over de woestijn wordt gesproken in Ezechiel 20, Openbaring 12 en Jeremia 31 waar het Nieuwe Verbond wordt getoond, niet zoals het Oude Verbond, maar met Gods Geest in hun binnensten en de Wet in het hart.
     
    In Hosea 3:1 moet Hosea weer tot Gomer gaan, die een beeld is van Israël.
     
    Hoe komt Gods liefde voor Israël tot uitdrukking?
    In de Here Jezus, Hij is gezonden tot het verloren volk van Israël om Zich over hen te ontfermen. Ik ben de goede Herder.
    Liefde is de drang tot gemeenschap, maar
    God kan Zijn gerechtigheid niet voorbij gaan (door de vingers zien).
     
    Deze 2 elementen komen samen in de Here Jezus Christus. Hij is liefde en kwam om de gerechtigheid van God te voldoen.
     
    In Hosea 3:4 staat dat Israël veel dagen zonder koning en vorst, gewijde steen, efod en afgodsbeeld moet zijn, want daarna zullen zij zich bekeren (vers 5) in "later tijd". Bekering is noodzakelijk.
     
    Zacharia 1:3 Daarom, zeg tegen hen: Zo zegt de HEERE van de legermachten: Keer terug naar Mij, spreekt de HEERE van de legermachten, dan zal Ik naar u terugkeren, zegt de HEERE van de legermachten.
    Keer terug naar Mij. We komen vaak in problemen met uitverkiezing. De Here vraagt om bekering. Op de deur staat "bekeert u", als we zijn binnen gegaan staat op de achterkant van de deur "uitverkoren". Het mysterie is groot, maar ontslaat de mens niet van de plicht Hem te zoeken.
     
    Hosea 4 is een aanklacht tegen de leiders, ook die van Juda.
    Hosea 4:6 Mijn volk is uitgeroeid, omdat het zonder kennis is. Omdat ú de kennis verworpen hebt, heb Ik u verworpen om als priester voor Mij te dienen. Omdat U de wet van uw God hebt vergeten, zal Ik ook uw kinderen vergeten.
    God spreekt de priester aan. De taak van de priester was het toezicht op de tempel(dienst) en het onderwijzen in de inzettingen van God.
    In vers 7 t/m 9 staat dat de priesters meegingen in de afgoderij van het volk, ze wilden bij het volk in een goed blaadje komen. Het doel was echter dat Israël een koninkrijk van priesters zou zijn.
     
    Hosea 5:15 Ik ga en keer terug naar Mijn woonplaats, totdat zij zich schuldig weten en Mijn aangezicht zoeken. In hun benauwdheid zullen zij Mij ernstig zoeken.
     
    Er wordt vaak gesproken over benauwdheid.
    Jeremia 30:3 Want zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat Ik een omkeer zal brengen in de gevangenschap van Mijn volk, Israël en Juda, zegt de HEERE, en Ik hen zal terugbrengen naar het land dat Ik hun vaderen gegeven heb, en zij zullen het in bezit nemen.
    4 Dit zijn de woorden die de HEERE gesproken heeft tot Israël en tot Juda.
    5 Want zo zegt de HEERE: Een schrikwekkende stem hebben wij gehoord, angst is er, geen vrede.
    6 Vraag toch en zie of een man baren kan? Waarom heb Ik dan iedere man gezien met zijn handen op zijn heupen als een barende vrouw, en waarom zijn alle gezichten lijkbleek weggetrokken?
    7 Wee! Want die dag is groot, er is er geen als hij. Het is een tijd van benauwdheid voor Jakob, toch zal hij daaruit verlost worden.
     
    Een dag van benauwdheid voor Jakob (vers 7), er zal herstel zijn als het leven wegvliedt, want dan zullen zij de Here ernstig zoeken (Hos. 5:15).
     
    Hosea 6 spreekt van de komst van de Here die leidt tot ommekeer.
    Hosea 6:1 Kom, laten wij terugkeren naar de HEERE, want Hij heeft verscheurd, maar Hij zal ons genezen; Hij heeft geslagen, maar Hij zal ons verbinden.
    2 Na twee dagen zal Hij ons levend maken, op de derde dag zal Hij ons doen opstaan. Dan zullen wij voor Zijn aangezicht leven.
    3 Dan zullen wij kennen, wij zullen ernaar jagen de HEERE te kennen! Zijn verschijning staat vast als de dageraad. Ja, Hij komt naar ons toe als de regen, als late regen, die het land natmaakt.
     
    Na benauwdheid zal het volk terugkeren (vers 1), er volgt een opstanding op de derde dag (daarvoor was de dood, de woestijn), zij worden tot leven gewekt: "dan zullen wij voor Zijn aangezicht leven" (vers 2). Israël zal ernaar jagen om de Here te kennen (vers 3).
    De consequentie van dit alles is, dat als de dag van Jakobs benauwdheid nog niet geweest is er ook geen herstel kan zijn. Het huidige Israël (een republiek!) is geen vervulling van de belofte, maar de staat Israël is wel nodig om tot het einddoel te komen.
     
    Hosea 7 en Hosea 8 spreken over de onbekeerlijkheid en ondergang.
    Hosea 8:14 Israël vergat zijn Maker, en bouwde paleizen, Juda heeft de versterkte steden talrijk gemaakt. Daarom zal Ik vuur werpen in zijn steden; dat zal zijn paleizen verteren.
    "Israël vergat zijn Maker"! Zie ook Deuteronomium 32:15-20.
     
    Hosea 7:8 Efraïm, met de volken vermengt het zich. Efraïm is een koek die niet omgekeerd is.
    De bedoeling was dat het volk in het land zou wonen.
    Ezechiël 36:21 Maar Ik spaarde hen vanwege Mijn heilige Naam. Het huis van Israël had die ontheiligd onder de heidenvolken waarheen zij gegaan waren.
    22 Zeg daarom tegen het huis van Israël: Zo zegt de Heere HEERE: Ik doe het niet om u, huis van Israël, maar om Mijn heilige Naam, die u ontheiligd hebt onder de heidenvolken waarheen u gegaan bent.
    23 Ik zal Mijn grote Naam heiligen, die onder de heidenvolken ontheiligd is, die u in hun midden ontheiligd hebt. Dan zullen de heidenvolken weten dat Ik de HEERE ben, spreekt de Heere HEERE, als Ik in u voor hun ogen geheiligd word.
    Door de verstrooiing ontheiligden zij daar de heilige naam van God.
    Na de doop van de Here Jezus, de verzoeking in de woestijn, volgde de bergrede, waarin het heiligen van Gods naam naar voren komt.
     
    Hosea 9 en Hosea 10 spreken van zonde en straf van hogerhand.
    Hosea 9:17 Mijn God zal hen verwerpen, omdat zij naar Hem niet luisteren. Zij zullen zwervers onder de volken zijn.
    Zie Deuteronomium 28-30, de zegen en de gevolgen van de vloek: zwervers onder de volken.
    Hosea 10:8 Weggevaagd zullen worden de hoogten van Aven, de zonde van Israël; doornen en distels zullen opschieten tot boven hun altaren. Dan zullen zij tegen de bergen zeggen: Bedek ons! en tegen de heuvels: Val op ons!
    In Openbaring 6:16 wordt ook gesproken over bergen en heuvels.
     
    Hosea 11:1 spreekt over de zoon.
    Exodus 4:22 Dan moet u tegen de farao zeggen: Zo zegt de HEERE: Mijn zoon, Mijn eerstgeborene, is Israël.
    Matthéüs 2:15 En hij bleef daar tot de dood van Herodes, opdat vervuld werd wat door de Heere gesproken is door de profeet: Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen.
    Zoon wordt dus op het volk Israël en op de Here Jezus toegepast, de ware Eerstgeborene! Israël moest uit Egypte om de Here te dienen, maar het volk diende de Here niet. Filippenzen 2 spreekt over de Dienstknecht, de Gehoorzame tot de dood, Hij heeft de wet vervuld.
    De dood kon Hem niet vasthouden, want Hij heeft niet gezondigd (het loon van de zonde is de dood), Christus is in dood en opstanding altijd de levende geweest.
     
    Hosea 12 en Hosea 13 zijn een terugblik en samenvatting van de zonde. Het advies is om geen heil te zoeken bij anderen, maar alleen bij de Here.
    Hosea 13:4 Maar Ik ben de HEERE, uw God, sinds het land Egypte. Een God behalve Mij mag u daarom niet erkennen, en buiten Mij is er geen Heiland.
     
    Hosea 14:1 Ook al draagt hijzelf tussen broeders vrucht, de oostenwind zal komen, de adem van de HEERE, die opsteekt uit de woestijn. Zijn bron zal uitdrogen en zijn wel droogvallen. Die zal de schat plunderen van al zijn kostbare voorwerpen.
    2 Bekeer u, Israël, tot de HEERE, uw God, want u bent gestruikeld door uw ongerechtigheid.
    3 Neem deze woorden met u mee, bekeer u tot de HEERE. Zeg tegen Hem: Neem alle ongerechtigheid weg, neem het goede aan. Dan zullen wij de offers van onze lippen nakomen.
    4 Assyrië zal ons niet verlossen, op paarden zullen wij niet rijden. Wij zullen nooit meer zeggen: U bent onze god tegen het werk van onze handen. Bij U immers vindt een wees ontferming.
    5 Ik zal hun afkerigheid genezen, Ik zal hen vrijwillig liefhebben, want Mijn toorn heeft zich van hem afgewend.
    6 Ik zal voor Israël zijn als de dauw. Hij zal in bloei staan als de lelie, wortel schieten als de Libanon.
    7 Zijn jonge loten zullen uitlopen, zodat zijn pracht zal zijn als de olijfboom, en hij zal een geur hebben als de Libanon.
    8 Zij zullen opnieuw in zijn schaduw zitten, koren verbouwen en in bloei staan als de wijnstok; zijn gedachtenis zal zijn als de wijn van Libanon.
    9 Efraïm, wat heb Ik nog met de afgoden te maken? Ík heb hem verhoord en zal naar hem omzien. Ik zal zijn als een altijd groene cipres. Door Mij is bij u vrucht te vinden.
    10 Wie is zo wijs, dat hij deze dingen begrijpt, en zo verstandig dat hij ze kent? De wegen van de HEERE zijn immers recht. De rechtvaardigen zullen daarop wandelen, maar de overtreders zullen erop struikelen.
     
    Hebreeën 13:15 Laten wij dan altijd door Hem een lofoffer brengen aan God, namelijk de vrucht van lippen die Zijn Naam belijden.
     
    Jesaja 55:12 Want in blijdschap zult u uittrekken en met vrede voortgeleid worden. De bergen en de heuvels zullen voor uw ogen uitbreken in gejuich en alle bomen van het veld zullen in de handen klappen.
    13 Voor een doornstruik zal een cipres opkomen, Voor een distel zal een mirt opkomen; en het zal de HEERE zijn tot een naam, tot een eeuwig teken, dat niet zal worden uitgewist.
     
    De bomen van het veld zullen in de handen klappen, de vloek verandert in zegen voor altijd. De cipres is altijd groen.
    Hosea 14:10 vraagt: "Wie is zo wijs?".
    Spreuken 1:7 De vreze des HEEREN is het beginsel van de kennis, dwazen verachten wijsheid en vermaning.
    Spreuken 4:7 Het beginsel van wijsheid is: verwerf wijsheid, en bij alles wat je verwerft: verwerf inzicht!
    Het antwoord is dus: die de vreze des Heren kent en het verwerven van wijsheid.
     
    Laten wij daarom als leden van het Lichaam van Christus te rade gaan bij Christus:
     
    in Wie al de schatten van de wijsheid en van de kennis verborgen zijn (Kolossenzen 2:3).
     
  • Het jubeljaar, oplossing voor (financiele) problemen
    Serie: Samenkomst | Schriftgedeelte: Leviticus 25:8-25:12; Jesaja 35:7-35:10 zondag, 17 juni 2012  
  • Wil je echt weten hoe het zit? Geloof en je ogen worden geopend!
    Serie: Samenkomst | Schriftgedeelte: Lukas 24:13-24:35; Efeziërs 1:15-1:23 zondag, 15 april 2012  
  • Brandpunt Midden Oosten, licht op toekomstige gebeurtenissen - ochtendstudie
    Serie: Bijbelstudiedagen zaterdag, 24 maart 2012  
    Tijdens de studie wordt door Peter onderstaande kaart gebruikt (klik erop om deze te vergroten).

    Klik op de kaart om deze in een nieuw venster te openen
  • Brandpunt Midden Oosten, licht op toekomstige gebeurtenissen - middagstudie
    Serie: Bijbelstudiedagen zaterdag, 24 maart 2012  
    Tijdens de studie wordt door Peter onderstaande kaart gebruikt (klik erop om deze te vergroten).

    Klik op de kaart om deze in een nieuw venster te openen
  • Uw inspanning is niet tevergeefs in de Here
    Serie: Samenkomst | Schriftgedeelte: Maleachi 3:13-3:18; 1Korintiërs 15:57-15:58 zondag, 20 november 2011  
  • met Christus opgewekt, een verborgen realiteit
    Serie: Samenkomst | Schriftgedeelte: Kolossenzen 3:1-3:4 zondag, 14 augustus 2011  
  • De hemelse gewesten
    Serie: Samenkomst | Schriftgedeelte: Efeziërs 1:3-1:3; Efeziërs 1:20-1:20 zondag, 26 september 2010  
  • De Geest van wijsheid
    Serie: Samenkomst | Schriftgedeelte: Efeziërs 1:15-1:23 zondag, 20 juni 2010  
  • Genezing en opwekking, beeld van de bloedstorting en opstanding
    Serie: Samenkomst | Schriftgedeelte: Lukas 8:40-8:56 zondag, 14 maart 2010  
  • God de Schepper begint, onderhoudt, voleindigt wat hij in ons is begonnen, twijfel niet maar geloof
    Serie: Samenkomst | Schriftgedeelte: Efeziërs 3:14-3:21 zondag, 27 september 2009  
  • Het welbehagen van God
    Serie: Samenkomst | Schriftgedeelte: Jesaja 46:1-46:9 zondag, 29 maart 2009  
  • De lofzang van Zacharias
    Serie: Samenkomst | Schriftgedeelte: Lukas 1:57-1:80 zondag, 21 december 2008  
  • Een inleiding op de Filipenzenbrief (ochtenstudie)
    Serie: Bijbelstudiedagen | Schriftgedeelte: Er is geen specifiek gedeelte uit het boek als Schriftgedeelte aan te geven. zaterdag, 19 april 2008  
­