O, niets te zijn, gansch niets te zijn,
Slechts zittend aan Zijn voet,
Wat wordt men daar ontzagg’lijk klein
Bij Zijnen liefdegloed!
refrein:
Heer, verbreek mij nu!
Maak m’ een vat voor U,
Opdat ’k, in volle afhank’lijkheid,
Niets dan Uw eer verbreid.
O, niets te zijn in daad en woord,
Opdat des hemels schat
All’ eere krijgt, zoals ’t behoort,
In ons verbroken vat!
refrein
O, niets te zijn! o, help mij, Heer,
Ook als men mij bespot;
Verbroken ook, als ’t geldt mijn eer!
Schenk mij dat zalig lot!
refrein
O, niets te zijn, als broeders mij
Miskennen, zonder schuld!
Verbreek mij dan, maak mij gansch vrij!
Heer, geef mij Uw geduld.
refrein
O, niets te zijn, slechts instrument,
Verbroken in Uw hand,
Niet meer vertrouwend op talent,
Op kennis of verstand.
refrein
O, niets te zijn, slechts Uwe kracht
Word’ in mijn zwakheid, Heer!
Tot ’s menschen heil in mij volbracht!
Uw naam alleen zij d’ eer!
refrein