In de Bijbel staat het evangelie. Dat is een woord dat je niet vaak hoort. Het wordt wel uitgelegd als: goede / blijde boodschap. Maar het woord boodschap gebruiken wij nu meer voor als je eten gaat kopen. Nu zouden we zeggen: ik heb goed nieuws.

Er zijn vier schrijvers in de Bijbel die vertellen over het leven van de Heere Jezus.
Dat Hij is geboren. Zijn moeder was iemand uit de familie van David, daarom kan Hij koning worden. Zijn Vader is de Heere God. Dat is heel bijzonder. De Heere God kwam daardoor Zelf naar de aarde in Zijn schepping, die onder de zonde was. Maar de Heere Jezus was zonder zonde.
We lezen één keer dat de Heere Jezus nog kind was en in de tempel was, maar verder lezen we niets over hoe Hij heeft geleefd of wat Hij heeft gedaan.

Keer terug naar God

verlamdeToen de Heere Jezus volwassen was geworden, ging Hij de Joden vertellen waarom Hij op aarde was. Hij zei: keer terug naar God, want het koninkrijk komt bijna. Nou kan iedereen natuurlijk van alles roepen, maar de Heere Jezus deed allemaal tekenen en wonderen. Zo wisten de mensen dat Hij van God kwam. Hij maakte alle zieken beter: blinden konden weer zien, lammen konden weer lopen, zelfs mensen die overleden waren, maakte Hij levend.
Iedereen kon dan gezond het koninkrijk binnengaan, dan zou de Koning regeren en konden alle volken bij Koning Jezus gaan horen.

Maar de Joden geloofden het niet. Ze vonden het verschrikkelijk wat de Heere Jezus zei en vonden dat Hij liep te spotten. In onze tijd zijn er heel veel mensen die spotten met God. Ze maken God en de gelovigen belachelijk, ze vinden het ouderwets, ze vinden zichzelf slimmer. Ze vinden eigenlijk dat ze zelf een stukje god zijn. Wanneer de Heere Jezus zei dat God Zijn Vader is, dan vonden de Joden dat spotten. Maar de Heere Jezus sprak de waarheid.

Ik ben

Op allerlei manieren vertelt de Heere Jezus hoe Hij is, Hij zegt:
• Ik ben de Goede Herder voor de schapen. Een herder past op de schapen en zorgt dat er eten en drinken is. De herder beschermt ook tegen wilde dieren of gevaarlijk gebied.
• Ik ben de Deur voor de schapen. De schapen liepen in het open veld, daar was toen nog geen hek met prikkeldraad om heen. Ze hadden wel een kleine plek met een muurtje eromheen waar de schapen ’s nachts konden slapen. De schapen gingen door de opening naar binnen en de herder bleef in de opening als een deur om de schapen binnen te houden en rovers buiten te houden. Zo beschermt de Heere Jezus net als een herder.
• Ik ben het Brood dat leven geeft. Brood of eten heb je nodig, anders ga je dood. Zo heb je ook de Heere Jezus nodig.
• Ik ben het Licht van de wereld. In het begin van de Bijbel zien we dat op de eerste dag God zegt: Er moet licht zijn. En er kwam licht. Dit licht was er eerder dan de zon, maan en sterren. Dit Licht is de Heere Jezus. We hebben licht nodig om te leven en om dingen te kunnen doen.
• Ik ben de Opstanding en het Leven. De Heere Jezus had wel mensen weer levend gemaakt, maar deze zijn uiteindelijk toch weer allemaal dood gegaan. De Heere Jezus Christus is de Eerste Die is opgestaan en nooit meer sterft. Wanneer we in Hem geloven, zullen we ook opstaan als we sterven en voor altijd leven.
• Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Er is maar één weg om leven te krijgen. Er zijn wel mensen die zeggen dat het niet uitmaakt in wie je gelooft en dat we allemaal in dezelfde god geloven, maar dat is niet waar. Er is maar één weg: geloven dat de Heere Jezus voor je zonden aan het kruis is gestorven en dat Hij weer is opgestaan in eeuwig leven. Er is maar één waarheid: het Woord van God. De Bijbel is het Woord van God en de Heere Jezus is het Woord van God.
• Ik ben de ware Wijnstok. Het volk Israël werd ook vergeleken met een wijngaard met wijnstokken. Deze gaven geen goede vruchten. De Heere Jezus is de echte Wijnstok die veel vrucht geeft aan iedereen die in Hem gelooft.

De Heere vertelt ook dat Hij moet gaan lijden en sterven, maar ook weer zal opstaan. Dat is nieuws wat de discipelen niet begrepen. Ze wisten wel dat helemaal aan het eind iedereen zou opstaan. Maar ze begrepen niet dat de Heere na drie dagen zou opstaan.

De kruisiging

Op weg naar GolgothaDe Joden hadden op een bepaald moment zo’n ongelofelijke hekel aan de Heere Jezus, dat ze Hem wilden vermoorden. Eén van de discipelen heeft toen verteld, waar ze de Heere konden vinden. De Joden hebben Hem gevangen genomen en aan de Romeinen, die toen de baas waren in het land, gevraagd om Hem te doden. De Romeinen hebben de Heere aan het kruis gespijkerd.
Toen de Heere aan het kruis hing, werd het midden op de dag verschrikkelijk donker, drie uur lang. In die donkere tijd had de Heere God Zijn Zoon verlaten. God is Licht, wanneer Hij weggaat, is het donker. In die donkere tijd werden alle zonden en de zonde op de Heere Jezus gelegd. Hij werd het offer, zoals een dier geofferd werd als iemand van het volk gezondigd had. Toen Adam en Eva ongehoorzaam waren geweest en ze zagen dat ze bloot waren, offerde de Heere God Zelf een dier om kleren te maken. Later moest het volk Israël offers brengen als ze ongehoorzaam waren geweest. Eerst in de tabernakel en later in de tempel. De Heere Jezus had al onze ongehoorzaamheid op Zich genomen, God kon toen niet bij Hem zijn, want God is goed. Hij kan niet bij de zonde zijn.
OpstandingNa de drie uur was de straf genoeg, de Heere zei: het is volbracht. Dat betekent dat Hij alles had gedaan wat God wil. De hele wil van God, de hele wet had de Heere Jezus gedaan. De Bijbel zegt: wie de wet doet, zal leven. Dus de Heere Jezus is opgestaan, Hij leeft.

Wanneer wij geloven in de Heere Jezus, dan zijn wij in Hem. Als God dan naar ons kijkt, ziet Hij de Heere Jezus Christus en weet Hij dat er voor onze zonden is betaald.

Vier schrijvers

In de Bijbel staan vier evangeliën van vier schrijvers. Ze schrijven alle vier over het leven van de Heere Jezus. Sommige gebeurtenissen kun je dus een paar keer lezen. Waarom is dat dan nodig. Ze schrijven niet allemaal alles hetzelfde.
Het verschil zit in wat ze willen laten zien van de Heere Jezus.

Koning

Mattheüs wil vertellen dat de Heere Jezus de zoon van David is, Die voor altijd koning zou zijn. Hij vertelt over de wijzen uit het oosten die op bezoek gaan bij de koning van de Joden.

Knecht

Markus vertelt juist dat de Heere Jezus kwam om Zijn volk te dienen als een dienstknecht. Wij kennen het woord knecht eigenlijk niet meer. Vroeger had je bazen en knechten. Nu zeggen we werkgevers en werknemers, maar werknemers hebben ook heel veel rechten. Een knecht moest doen wat er gezegd werd, je mocht niet tegenspreken.
De Heere Jezus kwam om te lijden en te sterven. Hij mopperde niet. Hij probeerde niet eronder uit te komen. Hij luisterde naar God en deed wat Hij moest doen.

Mens

Lukas vertelt dat de Heere Jezus een mens was. Hij vertelt over de geboorte. De Heere was een baby net als wij. Lukas laat zien dat de Heere ook van Adam af kwam, uit de aarde. Wel onder de zonde van de wereld, maar er was geen zonde in de Heere, want Zijn Vader was God Zelf.

God

Johannes vertelt dat de Heere Jezus God is. Wel als een mens geboren, maar vanaf het begin het Woord van God. Het Licht dat in de wereld kwam.

Zoveel namen

Er staan zoveel namen of woorden in de Bijbel die over de Heere Jezus gaan. Dat kan best lastig zijn.
Hij is het Lam, dat geslacht wordt voor de zonde, maar ook de Leeuw (de Koning).
Hij is het Begin en het Einde, de Alpha en de Omega.
Hij is Koning van alle koningen en de Heere van alle heren.
Hij is de Wonderbare Raadsman, Machtige God, Eeuwige Vader, Vredevorst, Immanuel.

En zo zijn er nog veel meer titels en namen, die allemaal laten zien hoe groot Hij is. En in de evangeliën kunnen we lezen wat Hij heeft gedaan en wat Hij heeft gezegd tegen de Joden.

Je kunt het artikel ook downloaden:

 

 

De illustraties komen van de site https://www.gospelimages.nl/

Beschikbaar gesteld door Evangeliegemeente van Jezus Christus te Oud-Beijerland - www.kaleo.nl 


­