Verdriet (droefheid) is soms ons deel in het leven onder de zon. Een bekende term is weltschmerz, letterlijk: wereldpijn. Het verwoordt het gevoel van diepe droefheid, ontstaan door de onvolmaaktheid van deze wereld. Verdriet is een realiteit, maar uiteindelijk zal de gelovige de alles vervullende blijdschap mogen gaan ervaren.
Gepubliceerd in AMEN 184 - februari 2026 (17-02-2026) op pagina 30
De Heere bedroeven
Ruim 1650 jaar na de schepping lezen we over de slechtheid van de mens, die zich vermengt met engelen, in de dagen van Noach: "En de HEERE zag dat de slechtheid van de mens op de aarde groot was, en dat al de gedachtespinsels van zijn hart elke dag alleen maar slecht waren. Toen kreeg de HEERE er berouw over dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het bedroefde Hem in Zijn hart" (Gen. 6:5-6).
De boze heeft de mens verleid, er is alleen maar slechtheid en de Heere heeft intense smart in het hart en moet ingrijpen met een verschrikkelijke vloed om Zijn plan voortgang te laten vinden.
Ook Zijn oogappel, Israël, bracht Hem verdriet: "Hoe vaak tergden zij Hem in de woestijn, bedroefden zij Hem in de wildernis!" (Ps. 78:40). Jesaja zegt over diezelfde woestijnperiode: "Zíj daarentegen zijn ongehoorzaam geworden en hebben Zijn Heilige Geest bedroefd" (Jes. 63:10a).
Paulus beveelt: "En bedroef de Heilige Geest van God niet, door Wie u verzegeld bent tot de dag van de verlossing" (Efe. 4:30). Efeze 1 t/m 3 handelt over onze roeping en positie. Hoofdstuk 4 en verder gaat over onze praktische wandel, ons gedrag. Paulus roept ons op de oude mens af te leggen en de nieuwe mens aan te doen (Efe. 4:22-24) en op te groeien tot een volwassen man/gelovige. Als onze levenswandel niet in overeenstemming is met onze roeping dan bedroeft het de Heere.
Wees niet bedroefd
Als Jozef zich aan zijn broers bekend maakt, zegt hij dat ze niet bedroefd moeten zijn over alles wat zij hem hebben aangedaan, want God had Jozef voor hen uitgezonden tot behoud van hun leven (Gen. 45:5). Jozef spreekt over het veilig stellen van een overblijfsel op aarde (Gen. 45:7). Het is een geweldig typologisch beeld. De Heere Jezus, verworpen door Zijn volk, heeft aan het kruis behoud en leven tot stand gebracht. Uiteindelijk zal Zijn volk Hem (h)erkennen, intens bedroefd zijn en rouw bedrijven (Zach. 12:10). Als zij Zijn Naam aanroepen, zal Hij hen verhoren en zegt de Heere: “Dit is Mijn volk; en zij zullen zeggen: De Heere is mijn God” (Zach. 13:9b). Er is geen plaats meer voor verdriet.
Mede bedroefd zijn
In Gethsémané zei de Heere Jezus tegen Zijn discipelen: "Mijn ziel is zeer bedroefd, tot de dood toe; blijf hier en waak met Mij" (Matt. 26:38). Als we dit gedeelte lezen, zien we de grote strijd van de Zoon en Zijn bedroefdheid. Het is voor ons als mens bijzonder om te mogen weten dat Hij als mens kan meevoelen in onze (intense) droefheid en zwakheid (Hebr. 4:15 NBG). In alle religies moet de mens naar god opklimmen, zo niet bij onze Heere, Hij is aan de mens gelijk geworden!
Noodzakelijke droefheid
In de 2e Korinthebrief komt droefheid maar liefst 17 keer voor. Paulus heeft hen geschreven over de vele misstanden in deze gemeente en dat bracht droefheid teweeg: "Nu verblijd ik mij, niet omdat u bedroefd bent geweest, maar omdat u bedroefd bent geweest tot bekering" (2 Kor. 7:9a). Deze droefheid heeft een uitwerking gehad, "Want de droefheid die overeenkomstig de wil van God is, brengt een onberouwelijke bekering tot zaligheid teweeg, maar de droefheid van de wereld brengt de dood teweeg" (2 Kor. 7:10).
Als je jezelf gaat zien in het licht van Gods Woord, ontstaat er droefheid, het gevolg is een omkering tot God.
Het kan ook een droefheid zijn, omdat je ziet dat je op de geloofsweg bent afgedwaald en dat er omkeer nodig is.
Onze kracht
De stam Juda is deels na 70 jaar ballingschap in Babel teruggekeerd in het land. Na een moeilijke periode van herbouw wordt het Woord van God verkondigt (Nehemia 8 is een prachtig hoofdstuk!). Ezra leest voor uit de wet van Mozes: "Zij lazen uit het boek voor, uit de wet van God, gaven uitleg en verklaarden de betekenis, zodat men de voorlezing begreep" (Neh. 8:9). Het volk werd diep in het hart getroffen toen zij zichzelf in de spiegel van de wet zagen: "Heel het volk huilde namelijk toen ze de woorden van de wet hoorden" (Neh. 8:10b). Rouw dan niet en huil niet "… want deze dag is heilig voor onze Heere. Wees niet bedroefd, want de vreugde van de HEERE, dat is uw kracht" (Neh. 8:11b).
Als we zien op wat de Heere heeft gedaan en gegeven dan bewerkt dat een intense vreugde, die alle droefheid te boven gaat, Hij tilt ons op naar Hem!
"Als bedroefden, maar toch steeds blij" (2 Kor. 6:10a).