Zonder en loos
- Gegevens
- Categorie: Tot slot
- Hits: 11
In Gods Woord komen we veel aanduidingen tegen van datgene wat er uit het hart van de mens voortkomt, door het gebruik van het voorzetsel ‘zonder’ dan wel door het achtervoegsel ‘loos’. Veel van wat de mens aan ‘loosheid’ voortbrengt, is het tegenbeeld van de wezenskenmerken van onze God.
Door Jaap Wols in AMEN 185 - april 2026 (15-04-2026) op pagina 30
De mens
Er is helaas veel te melden over de staat van de mens. De mens is meedogenloos (Jer. 6:23), trouweloos (Ps. 25:3) en zonder verstand (Spr. 11:12). Daarnaast is hij van nature ordeloos (1 Thess. 5:14). De mens wil zonder God leven: “De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God“ (Ps. 53:2). ‘Goddeloos’ is een terugkerend refrein in Gods Woord.
Dan is er ook nutteloosheid: "Allen zijn zij afgedwaald, samen zijn zij nutteloos geworden. Er is niemand die goeddoet, er is er zelfs niet één" (Rom. 3:12). En radeloosheid: "Ellendig ben ik en stervende van jongs af, ik draag Uw bedreigingen, ik ben radeloos" (Ps. 88:16).
Het leven onder de zon is voor veel mensen een zinloos bestaan: "Dit zeg ik dan en getuig ervan in de Heere, dat u niet meer wandelt zoals de andere heidenen wandelen, in de zinloosheid van hun denken" (Efe. 4:17). Job roept uit: "Mijn dagen zijn sneller gegaan dan een weversspoel, ze zijn vergaan zonder hoop" (Job 7:6). Uiteindelijk is de mens ook krachteloos: "Maar een man sterft en is krachteloos; als een mens de geest geeft, waar is hij dan?" (Job 14:10).
Prediker en de jonge man
- Gegevens
- Categorie: Iniminies
- Hits: 55
Koning Salomo was de meest wijze persoon ooit. God gaf hem een groot verstand en veel inzicht (1 Kon. 3:12). Naast zijn andere verantwoordelijkheden, zoals de tempelbouw en zijn koningschap, bestudeerde hij hoe de natuur en het universum functioneert; hij observeerde wat mensen doen, waar ze naar streven en hoe dit uitpakte. Hij vroeg zich af: “Welk voordeel heeft de mens van al zijn zwoegen waarmee hij zwoegt onder de zon” (Pred. 1:3)? Een en ander documenteerde hij in het boekje Prediker. Samengevat is dit de conclusie van zijn observaties: alles wat mensen ondernemen is vluchtig, het is ijdelheid der ijdelheden (Pred. 1:2). Ook het leven zelf is vluchtig. Iedereen sterft. Wat blijft er van het leven over?
In het laatste hoofdstuk (Pred. 12:1, 12) vertrouwt hij zijn zoon toe wat het beste is om te doen. “Vrees God, en houd je aan Zijn geboden, want dit geldt voor alle mensen. God zal namelijk elke daad in het gericht brengen (letterlijk: recht zetten), met alles wat verborgen is, hetzij goed, hetzij kwaad” (Pred. 12:13, 14). Dit zegt ook de apostel Paulus (1 Kor. 3:8; 4:5; 2 Kor. 5:10 en Hebr. 9:27).
Jeruzalem
- Gegevens
- Categorie: Videos
- Hits: 9
Er is een volk door God gekozen, om tot Zijn licht te zijn,
het werd uit slavernij gedragen, op reis door de woestijn.
Het heeft de wet van God gekregen, een woord van zuiverheid,
een leidraad voor het goede leven, dat ons in waarheid leidt.
Hoor Israël, o volk van God,
keer weer terug naar Zijn gebod,
Hij zal Zijn liefde nooit verlaten,
jij hoort bij Hem.
Jeruzalem, verscheurde stad,
de Redder komt straks op jouw pad,
Hij zal zich over jou ontfermen,
jij bent van Hem.
En uit dit volk is voortgekomen, de ware Vredevorst,
de Zoon van God en de Messias, die van het kwaad verlost.
Door Israël werd Hij verworpen, zij namen Hem niet aan,
toch is dit ons tot heil geworden, Gods werk is doorgegaan.
Hoor Israël, o volk van God,
keer weer terug naar Zijn gebod,
Hij zal Zijn liefde nooit verlaten,
jij hoort bij Hem.
Jeruzalem, verscheurde stad,
de Redder komt straks op jouw pad,
Hij zal zich over jou ontfermen,
jij bent van Hem.
De grote stem
- Gegevens
- Categorie: Iniminies
- Hits: 113
Met grote stem
Goede Vrijdag gewenst. Een dag waarop we ons richten op de geliefde Zoon van God, de Messias van Israël, onze Verlosser. Hij was, hoewel onschuldig, toch veroordeeld tot de dood op het kruis. We realiseren ons dat Hij zes uren aan het kruis hing. Het was verschrikkelijk. Zijn armen en benen kon Hij niet bewegen en Hij raakte uitgeput van pijn en dorst.
Daarnaast hing er gedurende drie uur (van twaalf uur tot drie uur 's middags) een vreemde duisternis over het land (Matt. 27:45). De situatie was beklemmend, ongemakkelijk zelfs voor hen die toekeken. Deze duisternis was een teken van de toorn van God over de zonden. De duisternis rustte ook op Hem Die had gezegd, “zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het licht van de wereld” (Joh. 9:5). Hij werd in Zijn laatste uren omringd door duisternis, terwijl Zijn levenslicht doofde.
Het leven van de Heere hing aan een zijden draadje en toen, …“ongeveer op het negende uur riep Jezus met een luide stem: Eli, Eli, lama sabachtani? Dat betekent: Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten” (Matt. 27:46)? Hij riep dit (letterlijk) ‘met een grote stem’, hoewel Hij een droge mond had. Waar kwam de energie vandaan om Zijn Vader luid, met kracht die nog restte, te vragen waarom Hij Hem verlaten had? Mijn God. Mijn God! Waarom verlaat U Mij? Zo was het toch nooit geweest? Altijd waren Wij samen. “Vanaf de moederschoot bent U mijn God” (Ps. 22:11). “Ik en de Vader zijn Eén” (Joh. 10:30). Zo was onze relatie toch? Ik kan niet zonder U! “Ik kan van Mijzelf niets doen, Ik doe de wil van Mijn Vader” (zie Joh. 5:30). Waren dit Zijn gedachten? Waarom moest dit juist nu zo gaan? Waarom?
Pagina 1 van 6