Als je kunt lachen om jezelf, heb je eindeloos veel lol

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Het boek Zacharia (Deel 10)

Zacharia (10) - Heilsbeloften

uit: AMEN 50, pagina 40

Sebastiaan de Graaf
"Zo zegt de HERE der heerscharen…". Tien keer komt deze zinsnede voor in Zacharia 8. De eerste vijf passages tonen voornamelijk aan wat er voor Israël in de toekomst op nationaal en maatschappelijk gebied zal gebeuren, terwijl de laatste vijf handelen over veranderingen op geestelijk vlak.

Tezamen verkondigen zij de toekomst voor Gods volk Israël. Die zal in eerste instantie bestaan uit oordeel en beproeving, maar uiteindelijk zal ook genade en vrede geschonken worden. De schaduw van doodsheid waarin het volk leeft, zal verdwijnen en zij zullen de Zon der gerechtigheid zien en in Zijn licht wandelen.

Zo zegt de HERE der heerscharen

In dit artikel behandelen wij het tweede gedeelte van de profetie uit Zacharia 8. In het vorige artikel zagen wij al dat de frase "Zo zegt de HERE der heerscharen" een belangrijke plaats in het hoofdstuk inneemt en structuur aanbrengt. In het vorige artikel bespraken wij de eerste vijf passages. In dit artikel behandelen wij de laatste vijf, die gemeenschappelijk hebben dat zij alle spreken over veranderingen op geestelijk vlak. Niet alleen op nationaal en maatschappelijk gebied zal er veel voor het volk veranderen, zoals wij zagen in de eerste vijf passages, maar er zal ook veel in hun wijze van denken en, daaruit voortvloeiend, hun handelen veranderen. Dit laatste behoort zelfs eerst te gebeuren voordat het eerste gestalte kan krijgen. Niet de staat zal de individuele Israëliet gelovig maken, maar alle gelovige Israëlieten, met aan hun hoofd Christus als Koning, zullen tot een gelovige staat gemaakt worden dat tot een licht voor de omliggende volken zal zijn. 

6. Laten uw handen sterk zijn (v. 9)

De eerste woorden van deze passage bepalen ons onmiddellijk bij Hebreeën 12: "Heft dan de slappe handen op en strekt de knikkende knieën, en maakt een recht spoor met uw voeten…" Deze woorden hebben betrekking op het ontvangen van tucht. Deze 'geestelijke opvoeding' is gericht op de komst van de Here Jezus in heerlijkheid met zowel genade als oordeel. Ook in Zacharia 8 krijgt Israël een dergelijke aanmoediging met het oog op de toekomst. Hoe het volk de handen sterk moet houden, is terug te zien in passage 7 (vers 16 en 17). De uitwerking daarvan wordt vervolgens uiteengezet in de passages 8, 9 en 10. Maar voordat ingegaan wordt op het 'hoe', wordt eerst nog stilgestaan bij het 'waartoe', oftewel de hoop die de toehoorders mogen hebben. Immers, als er geen hoop is, is er ook geen reden om sterk te zijn. De HERE refereert eerst bij monde van Zacharia aan het ellendige verleden van Israël van vóór de tempelbouw. Het land was onveilig en er was grote sociale nood. Maar met het begin van de tempelbouw was dit veranderd en het zou zelfs nog beter worden voor het volk. In vers 12 wordt daarop beschreven hoe de huidige veranderde situatie is: "Want het zaad gedijt, de wijnstok geeft zijn vrucht, het land geeft zijn opbrengst en de hemel geeft zijn dauw…" Echter, dit is nog niet alles, er wordt nog meer gezegd. Deze woorden moeten geplaatst worden in de toekomst. Wij vinden aan het einde van vers 12 als het ware een breuk die duurt tot aan Christus' wederkomst. De woorden uit het vervolg van vers 12 en daarop volgend vers 13 zullen pas bij Zijn wederkomst vervuld worden: "…en Ik doe het overblijfsel van dit volk dit alles beërven. Gelijk gij onder de volken een vervloeking geweest zijt, o huis van Juda en huis van Israël, zo zult gij, doordat Ik u heil schenk, een zegen worden; vreest niet, laten uw handen sterk zijn.

7. De HERE doet Jeruzalem en Juda wel (v. 14)

De zevende passage vormt min of meer een samenvatting van de negen andere passages. Dit blijkt niet alleen uit de inhoudelijke boodschap, maar ook uit de extra vermelding van de frase 'Zo zegt de HERE der heerscharen' in vers 14. Dit alles wordt weergegeven in een prachtige structuur: 

a) Want zo zegt de HERE der heerscharen
b) Zoals ik Mij voorgenomen had u kwaad te doen
c) toen uw vaderen Mij vertoornden
a) zegt de HERE der heerscharen
c) en het Mij niet berouwde
b) zo heb Ik (…) Mij weer voorgenomen (…) wel te doen


Opvallend is dan de overgang naar vers 16 en 17, waar het volk opgeroepen wordt om waarheid te spreken, eerlijke rechtspraak te beoefenen, geen onheil te beramen en geen valse eed lief te hebben. Helemaal vreemd is dit daarentegen niet. De genoemde zonden waren namelijk de aanleiding waarom de HERE vertoornde tegen de vaderen en behoren daarom ook niet thuis in een situatie waarin de HERE wèl doet aan Zijn volk. Daarnaast is het genoemde voornemen van de HERE gebaseerd op de handel en wandel van het volk, zo leert Zacharia 1: "Zoals de HERE der heerscharen Zich voorgenomen had ons te doen naar onze handel en wandel, zo heeft Hij met ons gedaan."
Kenmerkend is overigens dat hier met betrekking tot Gods handelen, de werken zo'n belangrijke rol spelen. Zijn voornemen is afhankelijk van de daden van Zijn volk. Wat heerlijk voor ons in deze tijd te weten dat Gods voornemen met ons als gelovigen reeds vastlag vóór de grondlegging der wereld en dat daar niets meer aan verandert! 

"Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren voor de grondlegging der wereld (…) in Wie wij ook een erfdeel geworden zijn, waartoe wij tevoren bestemd waren krachtens het voornemen van Hem, Die in alles werkt naar de raad van Zijn wil (…) in Hem zijt gij, toen gij gelovig werdt, ook verzegeld met heilige geest der belofte, die een onderpand is van onze erfenis." (Efe. 1) 

8. Het vasten zal vreugde zijn

In artikel 8 hebben wij al stilgestaan bij de betekenis van de vastendagen. Er waren er vier in totaal die te maken hadden met de verwoesting van de tempel en de ondergang van het Israëlitische rijk. Feitelijk waren dit dagen van herdenken en treuren. In de toekomst zullen deze dagen echter feestdagen worden, vol vrolijkheid en vreugde vanwege de verlossing die de HERE geschonken heeft in de Messias. Over het contrast tussen de verwoesting van Jeruzalem en de vrolijkheid en de vreugde van de verlossing, wordt gesproken in Jesaja 51: "Want de Here troost Sion, Hij troost al haar puinhopen; Hij maakt haar woestijn als Eden en haar wildernis als de hof des HEREN; blijdschap en vreugde zullen er gevonden worden, loflied en geklank van gezang.

9. Volken zoeken de gunst des HEREN

De uitwerking van Israëls gehoorzaamheid zal niet alleen zijn dat zij in vreugde de vastendagen vieren en in vrede leven, zij zullen ook tot een licht voor de volken worden, zoals Jesaja dat prachtig omschrijft: "Volken zullen opgaan naar uw licht en koningen naar uw stralende opgang." (60:3) Zoals wij als gelovigen in deze tijd ertoe gesteld zijn om ten tijde van de nog komende eeuwen in de hemelse gewesten te getuigen van Gods genade aan ons betoond, zo heeft Israël een soortgelijke roeping op aarde. De HERE wil in de verheerlijking van Zijn volk Zijn grootheid en heerlijkheid aan de mensheid bekend maken. Waar dit eerst slechts herkend kon worden door met het verstand de werken van de schepping te doorzien of deel te hebben aan Zijn Woord en de verlichting met heilige Geest, daar zal dit dan voor het oog geheel waarneembaar worden met de openbaring van Christus. Daarbij zal de sluier van zonde en dood, die over de volken uitgespreid lag, weggenomen worden: "En Hij zal op deze berg de sluier vernietigen, die alle natiën omsluiert, en de bedekking, waarmede alle volken bedekt zijn. Hij zal voor eeuwig de dood vernietigen, en de Here HERE zal de tranen van alle aangezichten afwissen en de smaad van Zijn volk zal Hij van de gehele aarde verwijderen,want de HERE heeft het gesproken." (Jes. 25) Een heerlijke tijd breekt aan waarin de verwachte en verkondigde Verlosser temidden van de natiën zal wonen en vrede stichten. Ook zal de smaad en vloek die op Israël rustte weggenomen worden en zullen zij een verheerlijkte positie op aarde krijgen waarin zij als baken van licht en heil voor de volken fungeren. Uiteindelijk mag deze periode, na een laatste oprisping van het kwaad bij het loslaten van satan, uitmonden in een nieuwe, nog grotere openbaring, namelijk die van het hemelse Jeruzalem. Van deze stad worden de volgende heerlijke woorden gesproken: "En de stad heeft de zon en de maan niet van node, dat die haar beschijnen, want de heerlijkheid Gods verlicht haar en haar lamp is het Lam. En de volken zullen bij haar licht wandelen en de koningen der aarde brengen hun heerlijkheid in haar; en haar poorten zullen nooit gesloten worden des daags, want daar zal geen nacht zijn; en de heerlijkheid en de eer der volken zullen in haar gebracht worden." (Openbaring 21) 

10. Vreemdelingen willen met Juda optrekken

Zacharia 8 wordt afgesloten met de beschrijving van een prachtig tafereel zoals zich dat af zou kunnen spelen ten tijde van het Messiaanse rijk. Een man van Judese afkomst trekt op naar Jeruzalem en treft onderweg tien mannen van verschillende nationaliteiten die met hem op willen trekken. De Judese man is gewild en geliefd omdat hij iets heeft wat waardevol en begerenswaardig is, namelijk het feit dat God met hem is en temidden van hem en Zijn volk woont. Waren er ten tijde van Abraham nog geen tien mannen in het grote Sodom te vinden die de HERE wilden dienen, ten tijde van het Messiaanse rijk zullen er in veelvoud zijn die wel die bereidheid hebben. Desondanks zal aan deze heilrijke periode toch ook weer (tijdelijk) een einde komen, wanneer de volken, ondanks het geweldige getuigenis door Christus' aanwezigheid op aarde, in opstand zullen komen en Jeruzalem belegeren. Gelukkig mag Israël zich, in die korte tijd van verdrukking, vastklampen aan de zekerheid zoals die aan het einde van Zacharia 8 staat en die, zij het op andere wijze, ook voor ons mag gelden: God is met u.

Deel deze pagina via

Darwin

Darwin: een aanhanger van Johannes van Helmond?Johannes van Helmond leefde rond begin 1600 en schreef een recept voor het maken van muizen: als je oude lappen en graan in een vat stopt en wegzet op een zolder of in een schuur, dan zullen na verloop van tijd vanzelf muizen ontstaan. Het was een wetenschappelijk experiment en herhaalbaar met telkens hetzelfde resultaat. Ook vandaag de dag kan je hetzelfde experiment herhalen met nog steeds dezelfde resultaten.  Het was Louis Pasteur die drie eeuwen later, aan het einde van de 19e eeuw, aantoonde dat het spontaan ontstaan van muizen (en leven), onzin was... totdat de evolutietheorie de kop op stak, met haar bewering dat in een ver verleden spontaan leven ontstaan is uit een levensloze massa... Ik denk dat Darwin een aanhanger was van Johannes van Helmond ... ;) (overgenomen uit Bijbelvast onderwijs)                       

Even een vraag

Fake nieuws:

Volg ons via twitter @egkaleo

Amen

Veel bijbelstudies op onze site
komen van bijbelmagazine Amen.
Meer weten over dit unieke blad
kijk dan snel op amen.nl

Abonneer je op Amen

Agenda

  • 26 11 2017
    samenkomst met Hoite Slagter 10:00 tot 11:30

Recente preken

Loading Player...

Vers van de dag

Psalmen 145:3-3
Gimel. De HEERE is groot en zeer te prijzen, en Zijn grootheid is ondoorgrondelijk.