Geen verstandig mens zal ooit zeggen, dat van mening veranderen onstandvastigheid betekent

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Amos uit de serie "De kleine profeten" van Stuart Allen

Bestanden:
De kleine profeten door Stuart Allen - uitgewerkte studies POPULAIR
(0 stemmen)
Dit bestand bevat alle uitgewerkte preken van Stuart Allen over 'de kleine profeten'.

Stuart Allen was 25 jaar leidinggevende in "the Chapel of the Opened Book" waar hij een bediening als prediker, leraar en auteur had. Zijn doel was om de Schrift te openen voor hen die geen theologische opleiding hadden. Zowel zijn boeken als zijn preken zijn eenvoudig te volgen, maar met zijn preken boorde hij altijd de diepten van de Schrift aan. Veel mensen getuigen ervan dat zij veel vreugde en zegen hebben ontvangen van zijn geschreven werken en preken voor meer dan 40 jaar lang.
Stuart Allen werd in 1998 bevorderd tot heerlijkheid.
Datum 2015-02-26 Bestandsgrootte 1.51 MB Download 311 Download


Amos is ook een van de kleine profeten. Hij komt uit Juda, maar hij heeft een bediening in Israël, het tienstammenrijk.
  • Amos 1:1 De woorden van Amos, die onder de veeherderen was van Thekoa, dewelk hij gezien heeft over Israël, in de dagen van Uzzia, koning van Juda, en in de dagen van Jerobeam, zoon van Joas, koning van Israël; twee jaren voor de aardbeving.

Deze profetie is gedateerd. Er zijn van de kleine profeten 6 gedateerd en 6 ongedateerd. Er staat specifiek bij twee jaar voor de aardbeving. Dit was een hele erge aardbeving waar 100 jaar later nog over gesproken werd door Zacharia.

  • Zacheria 14:4 En Zijn voeten zullen te dien dage staan op den Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, tegen het oosten; en de Olijfberg zal in tweeën gespleten worden naar het oosten, en naar het westen, zodat er een zeer grote vallei zal zijn; en de ene helft des bergs zal wijken naar het noorden, en de helft deszelven naar het zuiden. 5 Dan zult gijlieden vlieden door de vallei Mijner bergen (want deze vallei der bergen zal reiken tot Azal ), en gij zult vlieden, gelijk als gij vloodt voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, den koning van Juda; dan zal de HEERE, mijn God, komen, en al de heiligen met U, o HEERE!

Zoals de Here bij Zijn eerste komst weg was gegaan vanaf de Olijfberg, zo zal Hij weer terugkomen op de Olijfberg. Het is een geografische aanduiding en moet gewoon letterlijk genomen worden. Bij deze komst zal er een aardbeving zijn, maar er was dus ook al een grote aardbeving geweest tijdens Uzzia. De aardbeving was een straf van God voor Zijn volk.

De opbouw van het bijbelboek is als volgt:

1:1-2:3         introductie en oordeel over de zes omringende landen

2:4-16          oordeel over Juda en Israël

3:1-6:14       drie toespraken die beginnen met “Hoort dit woord”

7:1-9:10       visioenen

7:1-3           sprinkhanen

7:4-6           vuur

7:7-9           paslood

8:1-14         korf met vruchten

9:1-10         sla het kapiteel

9:1-15         herstel

Niemand komt weg met de zonden, maar God houdt Zich aan Zijn verbond. Er is een toekomst voor Zijn volk.

In de tijd van Amos was er een levendige handel, waardoor er een kleine groep van rijke handelaren / leiders was, die de armen onderdrukten.

De rijken hadden overdreven luxe zoals ivoren bedden, paleizen enz. terwijl er grote armoede was. God straft hiervoor.

We zien dit duidelijk terug in de profetie van Amos:

  • Amos 4:1 Hoort dit woord, gij koeien van Basan! gij, die op den berg van Samaria (hoofdstad van Israël) zijt, die de armen verdrukt, die de nooddruftigen verplettert; gij, die tot hunlieder heren zegt: Brengt aan, opdat wij drinken.

  • Amos 8:4 Hoort dit, gij, die den nooddruftige opslokt! en dat om te vernielen de ellendigen des lands; 5 Zeggende: Wanneer zal de nieuwe maan overgaan, dat wij leeftocht mogen verkopen? en de sabbat, dat wij koren mogen openen? verkleinende de efa, en den sikkel vergrotende, en verkeerdelijk handelende met bedrieglijke weegschalen; 6 Dat wij de armen voor geld mogen kopen, en den nooddruftige om een paar schoenen; dan zullen wij het kaf van het koren verkopen.

  • Amos 2:6 Alzo zegt de HEERE: Om drie overtredingen van Israël, en om vier zal Ik dat niet afwenden; omdat zij den rechtvaardige voor geld verkopen, en den nooddruftige om een paar schoenen.

  • Amos 5:11 Daarom, omdat gij den arme vertreedt en een last koren van hem neemt, zo hebt gij wel huizen gebouwd van gehouwen steen, maar gij zult daarin niet wonen; gij hebt gewenste wijngaarden geplant, maar gij zult derzelver wijn niet drinken.

Er is uiterlijke religie en ze denken God daarmee te behagen, maar geestelijk zijn ze zo ver mogelijk van God af.

  • Jesaja 1:10 Hoort des HEEREN woord, gij oversten van Sodom! neemt ter ore de wet onzes Gods, gij volk van Gomorra! 11 Waartoe zal Mij zijn de veelheid uwer slachtoffers? zegt de HEERE; Ik ben zat van de brandoffers der rammen, en het smeer der vette beesten, en heb geen lust aan het bloed der varren, noch der lammeren, noch der bokken. 12 Wanneer gijlieden voor Mijn aangezicht komt te verschijnen, wie heeft zulks van uw hand geeist, dat gij Mijn voorhoven betreden zoudt? 13 Brengt niet meer vergeefs offer, het reukwerk is Mij een gruwel; de nieuwe maanden, en sabbatten, en het bijeenroepen der vergaderingen vermag Ik niet, het is ongerechtigheid, zelfs de verbodsdagen. 14 Uw nieuwe maanden en uw gezette hoogtijden haat Mijn ziel, zij zijn Mij tot een last; Ik ben moede geworden, die te dragen. 15 En als gijlieden uw handen uitbreidt, verberg Ik Mijn ogen voor u; ook wanneer gij het gebed vermenigvuldigt, hoor Ik niet; want uw handen zijn vol bloed.

Het gaat God niet om de offers op zich, maar om de gesteldheid van het hart.

  • Amos 4:4 Komt te Beth-el, en overtreedt te Gilgal; maakt des overtredens veel, en brengt uw offers des morgens, uw tienden om de drie dagen! 5 En rookt van het gedesemde een lofoffer, en roept vrijwillige offers uit, doet het horen; want alzo hebt gij het gaarne, gij kinderen Israels! spreekt de Heere HEERE. 6 Daarom heb Ik ulieden ook reinheid der tanden gegeven in al uw steden, en gebrek van brood in al uw plaatsen; nochtans hebt gij u niet bekeerd tot Mij, spreekt de HEERE.

Dit is een ironisch gedeelte, de Heer wil geen offers en zeker geen gedesemde (gezuurde) offers, maar het volk wil het graag zo doen. Dus krijgen ze reinheid van tanden, of te wel hongersnood, hun tanden blijven schoon, want ze hebben niets te eten.

God ziet alles wat we doen, niets kunnen we voor Hem verbergen, Hij kent je hart.

Maar ten tijde van Amos was het geloof een schijnvertoning. Na Salomo werd het rijk verdeeld in het tweestammenrijk en het tienstammenrijk. Omdat de tempel in Jeruzalem stond en gelovigen vanuit het noordelijke tienstammenrijk naar Juda gingen, stelden de koningen van het noordelijk rijk afgoden op in Betel en Gilgal om te aanbidden om zo het volk in het rijk te houden.

De profeet haalt veel aan uit de geschiedenis van Israël. Hij kende de schriften goed.

  • Amos 3:1 Hoort dit woord, dat de HEERE tegen ulieden spreekt, gij kinderen van Israël! namelijk tegen het ganse geslacht, dat Ik uit Egypteland heb opgevoerd,

  • Amos 5:25 Hebt gij Mij veertig jaren in de woestijn slachtofferen en spijsoffer toegebracht, o huis Israëls?

  • Amos 7:16 Nu dan, hoor des HEEREN woord: Gij zegt: Gij zult niet profeteren tegen Israel, noch druppen tegen het huis van Izak.

  • Amos 5:6 Zoekt den HEERE, en leeft; opdat Hij niet doorbreke in het huis van Jozef als een vuur, dat vertere, zodat er niemand zij, die het blusse in Beth-el;

Amos was een schaapsherder en hoorde niet bij de profetenschool, eigenlijk was hij een nietszeggend figuur. En hij moest vanuit Juda naar Israël naar de rijken om hen te wijzen op hun dwalingen.

  • Amos 7:14 Toen antwoordde Amos, en zeide tot Amazia: Ik was geen profeet, en ik was geen profetenzoon; maar ik was een ossenherder, en las wilde vijgen af.

Deze vijgen (sycamorevijgen) groeiden aan een wilde vijgenboom, die overal groeiden, en om ze beter te laten rijpen moesten ze gekerfd of gekneusd worden. Een mooi beeld van Israël dat pas zal rijpen nadat het gekneusd is, Jacobs benauwdheid.

Want pas als ze ten einde raad zijn, zullen ze God aanroepen en zich bekeren.

Amos betekent last, hij had een zware boodschap voor het volk, een boodschap van oordeel.

Het oordeel betreft de zes volken rondom en Israël en Juda zelf.

Als het oordeel over de vijand wordt uitgesproken zijn ze blij, maar het komt ook over henzelf.

Wij zijn door genade behouden, maar zullen eens voor de rechterstoel van Christus verschijnen. We moeten zo leven dat we Zijn goedkeuring zullen krijgen.


De zes volken zijn:

  1. Fenicië met als hoofdstad Tyrus in het noordwesten.
  2. Syrië met als hoofdstad Damascus in het noordoosten.
  3. Ammon met als hoofdstad Rabba in het westen.
  4. Moab ook in het westen.
  5. Edom met als hoofdstad Bosra in het zuidwesten.
  6. De Filistijnen met als hoofdstad Gaza aan de westkust.

Amos zegt: zo zegt de Here. Dat zouden de mensen vandaag ook nog wel willen zoveel zekerheid over wat de Here wil. Amos spreekt het oordeel uit over de volken die God hebben mishaagd.

Hij gebruikt daarvoor een Hebreeuwse uitdrukking om drie, ja om vier. Deze uitdrukking betekent heel veel.

  • Job 33:29 Zie, dit alles werkt God twee maal of driemaal met een man;

Hadden ze één of twee keer gezondigd, dan had de Heer nog de straf kunnen laten gaan, maar bij drie ja vier is de maat vol en zal de straf volgen.

  • Amos 1:3 Alzo zegt de HEERE: Om drie overtredingen van Damaskus, en om vier zal Ik dat niet afwenden; omdat zij Gilead met ijzeren dorswagens hebben gedorst. 4 Daarom zal Ik een vuur in het huis van Hazael zenden, dat zal de paleizen van Benhadad verteren. 5 En Ik zal den grendel van Damaskus verbreken, en zal uitroeien den inwoner van Bikeat-aven, en dien, die den scepter houdt, uit Beth-eden; en het volk van Syrie zal gevankelijk weggevoerd worden naar Kir, zegt de HEERE.

Hier volgt het oordeel dat ze over zich hebben afgeroepen in 2 Kon. 8:12 en 13:3.

  • 2 Koningen 8:12 Toen zeide Hazael: Waarom weent mijn heer ? En hij zeide: omdat ik weet, wat kwaad gij den kinderen Israëls doen zult; gij zult hun sterkten in het vuur zetten, en hun jonge manschap met het zwaard doden, en hun jonge kinderen verpletteren, en hun zwangere vrouwen opensnijden.
  • 2 Koningen 13:3 Daarom ontstak des HEEREN toorn tegen Israël; en Hij gaf hen in de hand van Hazael, den koning van Syrië, en in de hand van Benhadad, den zoon van Hazael, al die dagen.

Benhadad is de titel voor Syrische koningen.

  • Amos 1:6 Alzo zegt de HEERE: Om drie overtredingen van Gaza, en om vier zal Ik dat niet afwenden; omdat zij Mijn volk gevankelijk hebben weggevoerd met een volkomen wegvoering, om aan Edom over te leveren. 7 Daarom zal Ik een vuur zenden in den muur van Gaza, dat zal haar paleizen verteren. 8 En Ik zal den inwoner uitroeien uit Asdod, en dien, die den scepter houdt, uit Askelon; en Ik zal Mijn hand wenden tegen Ekron, en het overblijfsel der Filistijnen zal vergaan, zegt de Heere HEERE.

  • Amos 1:9 Alzo zegt de HEERE: Om drie overtredingen van Tyrus, en om vier zal Ik dat niet afwenden; omdat zij Mijn volk met een volkomen wegvoering hebben overgeleverd aan Edom, en niet gedacht aan het verbond der broederen. 10 Daarom zal Ik een vuur zenden in den muur van Tyrus, dat zal haar paleizen verteren.

Het verbond der broederen werd gesloten in 1 Kon. 5:1 en 12.

  • 1 Koningen 5:1 Chiram nu, de koning van Tyrus, zond zijn dienaren naar Salomo, omdat hij gehoord had, dat men hem tot koning gezalfd had in de plaats van zijn vader, want Chiram was altijd met David zeer bevriend geweest.
  • 1 Koningen 5:12 De HERE nu had Salomo wijsheid geschonken, zoals Hij hem had toegezegd. En er was vrede tussen Chiram en Salomo, en die beiden sloten een verbond.
  • Amos 1:11 Alzo zegt de HEERE: Om drie overtredingen van Edom, en om vier zal Ik dat niet afwenden; omdat hij zijn broederen met het zwaard heeft vervolgd, en zijn barmhartigheden verdorven; en dat zijn toorn eeuwiglijk verscheurt, en hij zijn verbolgenheid altoos behoudt. 12 Daarom zal Ik een vuur zenden in Theman, dat zal de paleizen van Bozra verteren.

Het bijbelboek Obadja gaat alleen over het oordeel over Edom. Edom is van Ezau, vandaar dat gesproken wordt over broederen.

  • Amos 1:13 Alzo zegt de HEERE: Om drie overtredingen der kinderen Ammons, en om vier zal Ik dat niet afwenden; omdat zij de zwangere vrouwen van Gilead hebben opengesneden, om hun landpale te verwijden. 14 Daarom zal Ik een vuur aansteken in den muur van Rabba, dat zal haar paleizen verteren; met een gejuich ten dage des strijds, met een onweder ten dage des wervelwinds. 15 En hunlieder koning zal gaan in de gevangenis, hij en zijn vorsten te zamen, zegt de HEERE.

  • Amos 2:1 Alzo zegt de HEERE: Om drie overtredingen van Moab, en om vier zal Ik dat niet afwenden; omdat hij de beenderen des konings van Edom tot kalk verbrand heeft. 2 Daarom zal Ik een vuur in Moab zenden, dat zal de paleizen van Kerioth verteren; en Moab zal sterven met groot gedruis, met gejuich, met geluid der bazuin. 3 En Ik zal den rechter uit het midden van haar uitroeien; en al haar vorsten zal Ik met hem doden, zegt de HEERE.

Dit was wel een goede boodschap voor Israël om te horen dat de omringende landen geoordeeld zullen worden, maar dan gaat de profetie verder, en als God de volken die de waarheid niet kennen zo zal oordelen, wat dan degenen die God wel kennen.

  • Amos 3:2 Uit alle geslachten des aardbodems heb Ik ulieden alleen gekend; daarom zal Ik al uw ongerechtigheden over ulieden bezoeken.

Wij hebben het ware Leven en dat geeft een zware verantwoordelijkheid. Wat zal Christus vinden van wat we denken en doen. Hij ziet ons en eens zullen we verantwoording af moeten leggen. We moeten de Heer vragen: als U mij door genade zoveel wilt leren, geef dan de kracht ermee om te gaan.

  • Amos 2:4 Alzo zegt de HEERE: Om drie overtredingen van Juda, en om vier zal Ik dat niet afwenden; omdat zij de wet des HEEREN verworpen, en Zijn inzettingen niet bewaard hebben; en hun leugenen hen verleid hebben, die hun vaders hebben nagewandeld. 5 Daarom zal Ik een vuur in Juda zenden, dat zal Jeruzalems paleizen verteren.

Zij hadden de inzettingen, kenden Gods wil.

  • Amos 2:6 Alzo zegt de HEERE: Om drie overtredingen van Israël, en om vier zal Ik dat niet afwenden; omdat zij den rechtvaardige voor geld verkopen, en den nooddruftige om een paar schoenen. 7 Die er naar hijgen, dat het stof der aarde op het hoofd der armen zij, en den weg der zachtmoedigen verkeren; en de man en zijn vader gaan tot een jonge dochter om Mijn heiligen Naam te ontheiligen.

Uit dit gedeelte blijkt weer hun houding ten opzichte van de armen, ze vertrapten de armen (stof op het hoofd).

  • Amos 2:8 En zij leggen zich neder bij elk altaar op de verpande klederen, en drinken den wijn der geboeten in het huis van hun goden. 9 Ik daarentegen heb den Amoriet voor hunlieder aangezicht verdelgd, wiens hoogte was als de hoogte der cederen, en hij was sterk als de eiken; maar Ik heb zijn vrucht van boven, en zijn wortelen van onderen verdelgd. 10 Ook heb Ik ulieden uit Egypteland opgevoerd; en Ik heb u veertig jaren in de woestijn geleid, opdat gij het land van den Amoriet erfelijk bezat. 11 En Ik heb sommigen uit uw zonen tot profeten verwekt, en uit uw jongelingen tot Nazireen; is dit niet alzo, gij kinderen Israels ? spreekt de HEERE. 12 Maar gijlieden hebt aan de Nazireen wijn te drinken gegeven, en gij hebt den profeten geboden, zeggende: Gij zult niet profeteren.

Ze wilden de waarheid niet horen.

  • Amos 2:13 Ziet, Ik zal uw plaatsen drukken, gelijk als een wagen drukt, die vol garven is. 14 Zodat de snelle niet zal ontvlieden, en de sterke zijn kracht niet verkloeken, en een held zal zijn ziel niet bevrijden. 15 En die den boog handelt, zal niet bestaan, en die licht is op zijn voeten, zal zich niet bevrijden; ook zal, die te paard rijdt, zijn ziel niet bevrijden. 16 En de kloekhartigste onder de helden zal te dien dage naakt heenvlieden, spreekt de HEERE.

De volgende hoofdstukken bevatten drie toespraken.

  • Psalm 147:19 Hij maakt Jakob Zijn woorden bekend, Israël Zijn inzettingen en Zijn rechten. 20 Alzo heeft Hij geen volk gedaan; en Zijn rechten, die kennen zij niet. Hallelujah!

Andere volken kenden de Here niet. Maar God verkoos Israël om ze klaar te maken om de andere volken te bereiken.


  • Amos 3:6 Zal de bazuin in de stad geblazen worden, dat het volk niet siddere? zal er een kwaad in de stad zijn, dat de HEERE niet doet ?

Het kwaad waar hier over gesproken wordt, zijn de oordelen die God voltrekt bij ongehoorzaamheid, zoals in hoofdstuk 1 werd aangekondigd. Het is niet zo dat God het kwaad gewild heeft als onderdeel van de schepping.


  • Amos 3:14 Dat Ik, ten dage als Ik Israëls overtredingen over hem bezoeken zal, ook bezoeking zal doen over de altaren van Beth-el; en de hoornen des altaars zullen worden afgehouwen, en ter aarde vallen. 15 En Ik zal het winterhuis met het zomerhuis slaan; en de elpenbenen huizen zullen vergaan, en de grote huizen een einde nemen, spreekt de HEERE.

De luxe (zomerhuis en winterhuis) zal worden weggedaan.


In de tweede toespraak vanaf 4:1, waar eerst met ironie wordt gewezen op de afgoderij van het tienstammenrijk, wordt een opsomming gegeven van oordelen die gegeven zijn om het volk te doen bekeren, maar helaas eindigen de verzen met nochtans hebt gij u niet bekeerd tot Mij, spreekt de HEERE.

Dit staat in vers 6, 8, 9, 10, 11, met als belangrijke conclusie: bereid u om uw God te ontmoeten.

De straffen waren om hen te doen bekeren, maar ze deden het niet.

We hebben te maken met een rechtvaardig God, Die degenen die kennis hebben verantwoordelijk daarvoor houdt.

Het centrum van dit bijbelboek zijn de hoofdstukken 3, 4, en 5, waarin drie toespraken staan.

  • Amos 3:2 Uit alle geslachten des aardbodems heb Ik ulieden alleen gekend.

Uit dit vers blijkt de bijzondere positie van Israël. Maar je kunt God niet kennen zonder verantwoordelijkheid. Ze wilden wel Gods kennis en waarheid, maar het mocht hun niets kosten van hun eigen leven.

Hoe meer God Zich aan ons openbaart, hoe blijer we moeten zijn met die verantwoordelijkheid. We moeten vragen om genade en kracht om meer aan God terug te kunnen geven.

Van Israël werd ook veel gevraagd, ze moesten herinnerd worden aan de grote verantwoordelijkheid die ze hadden en omdat ze faalden, werden ze gestraft.


Hoofdstuk 4 bevat de tweede toespraak. Deze toespraak is tegen de elite, die het geld alleen aan zichzelf besteedde.


  • Amos 4:1 Hoort dit woord, gij koeien van Basan! gij, die op den berg van Samaria zijt, die de armen verdrukt, die de nooddruftigen verplettert; gij, die tot hunlieder heren zegt: Brengt aan, opdat wij drinken.

  • Amos 4:7 Daartoe heb Ik ook den regen van ulieden geweerd, als er nog drie maanden waren tot den oogst, en heb doen regenen over de ene stad, maar over de andere stad niet doen regenen; het ene stuk lands werd beregend, maar het andere stuk lands, waar het niet op regende, verdorde.

God zal de regen tegenhouden en er komt hongersnood. Hij kan het op de ene stad laten regenen en op de andere niet. God is soeverein. Hoewel de wetenschap denkt dat wonderen niet kunnen.

God straft altijd met het doel dat Zijn volk zich tot Hem terugkeert, maar het blijkt uit dit gedeelte dat dat niet gebeurt.

vs. 6 hongersnood

vs. 8 geen regen

vs. 9 brandkoren en sprinkhaan

vs. 10 pest

vs. 11 omkering als Sodom en Gomorra

Als Gods volk zondigt, heeft God verdriet daarvan.


In hoofdstuk 5 staat de derde toespraak met daarin aansporingen.

Vers 4: Zoekt Mij en leeft. En niet de afgoden. God was in die tijd in Jeruzalem, daar moesten ze heen.

Vers 6: Zoekt de Here en leeft, opdat Hij niet vare als een vuur in het huis van Jozef.

Vers 8: God is de Schepper, Here is Zijn naam.

Vers 14: Zoekt het goede en niet het kwade.


    • Amos 5:18 Wee dien, die des HEEREN dag begeren! Waartoe toch zal ulieden de dag des HEEREN zijn? Hij zal duisternis wezen en geen licht. 19 Als wanneer iemand vlood voor het aangezicht eens leeuws, en hem ontmoette een beer; of dat hij kwam in een huis, en leunde met zijn hand aan den wand, en hem beet een slang. 20 Zal dan niet des HEEREN dag duisternis zijn, en geen licht ? En donkerheid, zodat er geen glans aan zij?
      • Amos 5:21 Ik haat, Ik versmaad uw feesten, en Ik mag uw verbods dagen niet rieken. 22 Want ofschoon gij Mij brandofferen offert, mitsgaders uw spijsofferen, Ik heb er toch geen welgevallen aan; en het dankoffer van uw vette beesten mag Ik niet aanzien. 23 Doe het getier uwer liederen van Mij weg; ook mag Ik uwer luiten spel niet horen. 24 Maar laat het oordeel zich daarhenen wenden als de wateren, en de gerechtigheid als een sterke beek.
      • Amos 5:25 Hebt gij Mij veertig jaren in de woestijn slachtofferen en spijsoffer toegebracht, o huis Israels ?
      • Amos 5:27 Daarom zal Ik ulieden gevankelijk wegvoeren, ver boven Damaskus henen, zegt de HEERE, Wiens Naam is God der heirscharen.
      • Amos 7:1 De Heere HEERE deed mij aldus zien; en ziet, Hij formeerde sprinkhanen, in het begin des opkomens van het nagras; en ziet, het was het nagras, na des konings afmaaiingen. 2 En het geschiedde, als zij het kruid des lands geheel zouden hebben afgegeten, dat ik zeide: Heere HEERE! vergeef toch; wie zou er van Jakob blijven staan; want hij is klein! 3 Toen berouwde zulks den HEERE; het zal niet geschieden, zeide de HEERE.
      • Amos 7:4 Wijders deed mij de Heere HEERE aldus zien; en ziet, de Heere HEERE riep
      • uit, dat Hij wilde twisten met vuur; en het verteerde een groten afgrond, ook verteerde het een stuk lands. 5 Toen zeide ik: Heere HEERE! houd toch op; wie zou er van Jakob blijven staan; want hij is klein! 6 Toen berouwde zulks den HEERE. Ook dit zal niet geschieden, zeide de Heere HEERE.
      • Amos 7:7 Nog deed Hij mij aldus zien; en ziet, de Heere stond op een muur, die naar
      • het paslood gemaakt was, en een paslood was in Zijn hand. 8 En de HEERE zeide tot mij: Wat ziet gij, Amos ? En ik zeide: Een paslood. Toen zeide de HEERE: Zie, Ik zal het paslood stellen in het midden van Mijn volk Israel; Ik zal het voortaan niet meer voorbijgaan. 9 Maar Izaks hoogten zullen verwoest, en Israels eigendommen verstoord worden; en Ik zal tegen Jerobeams huis opstaan met het zwaard.
      • Amos 8:1 De Heere HEERE deed mij aldus zien; en ziet, een korf met zomervruchten. 2 En Hij zeide: Wat ziet gij, Amos ? En ik zeide: Een korf met zomervruchten. Toen zeide de HEERE tot mij: Het einde is gekomen over Mijn volk Israel; Ik zal het voortaan niet meer voorbijgaan. 3 Maar de gezangen des tempels zullen te dien dage huilen, spreekt de Heere HEERE; vele dode lichamen zullen er zijn, in alle plaatsen zal men ze stilzwijgend wegwerpen.
      • Amos 9:1 Ik zag den Heere staan op het altaar, en Hij zeide: Sla dien knoop, dat de posten beven, en doorkloof ze allen in het hoofd; en Ik zal hun achterste met het zwaard doden; en vliedende zal onder hen niet ontvlieden, noch de ontkomende onder hen behouden worden. 2 Al groeven zij tot in de hel, zo zal Mijn hand ze van daar halen, en al klommen zij in den hemel, zo zal Ik ze van daar doen nederdalen. 3 En al verstaken zij zich op de hoogte van Karmel, zo zal Ik ze naspeuren en van daar halen; en al verborgen zij zich van voor Mijn ogen in den grond van de zee, zo zal Ik van daar een slang gebieden, die zal ze bijten. 4 En al gingen zij in gevangenis voor het aangezicht hunner vijanden, zo zal Ik van daar het zwaard gebieden, dat het hen dode; en Ik zal Mijn oog tegen hen zetten ten kwade, en niet ten goede. 5 Want de Heere HEERE der heirscharen is het, Die het land aanroert, dat het versmelte, en allen, die daarin wonen, treuren; en dat het geheel oprijze als een rivier, en verdronken worde als door de rivier van Egypte. 6 Die Zijn opperzalen in den hemel bouwt, en Zijn benden heeft Hij op aarde gefondeerd; Die de wateren der zee roept, en giet ze uit op den aardbodem; HEERE is Zijn Naam.
      • Hand. 15:13 En nadat dezen uitgesproken waren, nam Jakobus het woord en zeide: Mannen broeders, hoort naar mij!  14 Simeon heeft uiteengezet, hoe God van meet aan erop bedacht geweest is een volk voor zijn naam uit de heidenen te vergaderen.  15 En hiermede stemmen overeen de woorden der profeten, gelijk geschreven staat:  16 Daarna zal Ik wederkeren en de vervallen hut van David weder opbouwen, en wat daarvan is ingestort, zal Ik weder opbouwen, en Ik zal haar weder oprichten,  17 opdat het overige deel der mensen de Here zoeke, en alle heidenen, over welke mijn naam is uitgeroepen, spreekt de Here, die deze dingen doet,  18 welke van eeuwigheid bekend zijn.
      • Amos 9:15 En Ik zal ze in hun land planten; en zij zullen niet meer worden uitgerukt uit hun land, dat Ik hunlieden gegeven heb, zegt de HEERE, uw God.

Waarom wilden ze de dag des Heeren? Ze dachten dat het hun meer macht en geld zou geven, ze waren het zicht op de waarheid kwijt.

Hoofdstuk 6 en 7 gaat dan verder tegen de rijken. In hoofdstuk 7 staan 5 visioenen, waarin we zien dat Amos pleit voor zijn volk. Net als Abraham pleitte voor de rechtvaardigen in Sodom en Gomorra en Mozes pleitte voor het volk.

Het gebed maakt verschil. Het kan God van gedachte doen veranderen.


Dan volgt er een tussenstuk tussen de visioenen, want men zegt tegen Amos dat hij maar terug moet gaan naar zijn eigen land, Juda, ze willen hem niet. Maar Amos antwoordt dat hij door God geroepen is om te profeteren. Dan volgende de laatste visioenen.


Israël is rijp voor het einde. Ze willen zelfs geen feestdagen of sabbat meer, maar op die dagen ook handel drijven. De aardbeving wordt aangekondigd.


Vers 2 en 3, het maakt niet uit waar je heengaat, de Heer is overal en zal je altijd vinden.

Na alle oordelen en straffen eindigt het boek toch positief met de belofte van herstel.

Want te dien dage zal de vervallen hut van David weer opgericht worden.


Israël zal een zegen zijn voor de volken tot het einde der aarde.

Deel deze pagina via

Darwin

Darwin: een aanhanger van Johannes van Helmond?Johannes van Helmond leefde rond begin 1600 en schreef een recept voor het maken van muizen: als je oude lappen en graan in een vat stopt en wegzet op een zolder of in een schuur, dan zullen na verloop van tijd vanzelf muizen ontstaan. Het was een wetenschappelijk experiment en herhaalbaar met telkens hetzelfde resultaat. Ook vandaag de dag kan je hetzelfde experiment herhalen met nog steeds dezelfde resultaten.  Het was Louis Pasteur die drie eeuwen later, aan het einde van de 19e eeuw, aantoonde dat het spontaan ontstaan van muizen (en leven), onzin was... totdat de evolutietheorie de kop op stak, met haar bewering dat in een ver verleden spontaan leven ontstaan is uit een levensloze massa... Ik denk dat Darwin een aanhanger was van Johannes van Helmond ... ;) (overgenomen uit Bijbelvast onderwijs)                       

Even een vraag

De genderhype:

Volg ons via twitter @egkaleo

Amen

Veel bijbelstudies op onze site
komen van bijbelmagazine Amen.
Meer weten over dit unieke blad
kijk dan snel op amen.nl

Abonneer je op Amen

Agenda

  • 01 10 2017
    samenkomst met Oby Vossema 10:00 tot 11:30

Recente preken

Loading Player...

Vers van de dag

Filippenzen 2:3-4
Doet geen ding door twisting of ijdele eer, maar door ootmoedigheid achte de een den ander uitnemender dan zichzelven. Een iegelijk zie niet op het zijne, maar een iegelijk zie ook op hetgeen der anderen is.