The missing link... een theorie is zo sterk als zijn zwakste schakel

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 
Bijbelstudie van Stuart Allen "De sabbat"

Het onderwerp voor vandaag is door iemand aangedragen en het gaat over de sabbat.

Is onze zondag de sabbat en moeten wij de sabbat houden? Is het de Dag des Heeren? Wat is de sabbat in de Bijbel?

Bij het beantwoorden van deze vraag gaan we niet kijken wat mensen of groeperingen hiervan zeggen, maar we kijken in de Bijbel wat God hierover zegt. We beginnen in het Oude Testament en kijken dan in het Nieuwe Testament.

De eerste vermelding m.b.t. de sabbat of zevende dag vinden we in Genesis 2:

  • Genesis 2:1 Alzo zijn volbracht de hemel en de aarde, en al hun heir. 2 Als nu God op den zevenden dag volbracht had Zijn werk, dat Hij gemaakt had, heeft Hij gerust op den zevenden dag van al Zijn werk, dat Hij gemaakt had.

God rustte op de zevende dag, niet omdat Hij moe was of uitgeput, maar omdat het deel uitmaakt van Zijn grote plan met de wereld, het doel van de eeuwen.

  • Hebreeen 4:4 Want Hij heeft ergens van den zevenden dag aldus gesproken: En God heeft op den zevenden dag van al Zijn werken gerust. 5 En in deze plaats wederom: Indien zij in Mijn rust zullen ingaan! 9 Er blijft dan een rust over voor het volk Gods.

Er zal een rustperiode komen voor het volk van God.

In Genesis 2 staat niet het woord sabbat, maar er wordt gesproken over de zevende dag. De sabbat is altijd de zevende dag, geen enkele andere dag wordt de sabbat genoemd.

Aan Adam werd niet de opdracht gegeven om de zevende dag te houden, pas bij Mozes komt deze opdracht, dus meer dan 2500 jaar is er geen sabbat gehouden.

De eerste keer dat het woord sabbat voorkomt, is in Exodus 16.

  • Exodus 16:20 Doch zij hoorden niet naar Mozes, maar sommige mannen lieten daarvan over tot den morgen. Toen wiesen er wormen in, en het werd stinkende; dies werd Mozes zeer toornig op hen. 21 Zij nu verzamelden het allen morgen, een iegelijk naardat hij eten mocht; want als de zon heet werd, zo versmolt het. 22 En het geschiedde op den zesden dag, dat zij dubbel brood verzamelden, twee gomers voor een; en al de oversten der vergadering kwamen en verkondigden het aan Mozes. 23 Hij dan zeide tot hen: Dit is het, dat de HEERE gesproken heeft: Morgen is de rust, de heilige sabbat des HEEREN! wat gij bakken zoudt, bakt dat, en ziedt (kookt), wat gij zieden (koken) zoudt; en al wat over blijft, legt het op voor u in bewaring tot den morgen. 24 En zij leiden het op tot den morgen, gelijk als Mozes geboden had; en het stonk niet, en er was geen worm in. 25 Toen zeide Mozes: Eet dat heden, want het is heden de sabbat des HEEREN; gij zult het heden op het veld niet vinden. 26 Zes dagen zult gij het verzamelen; doch op den zevenden dag is het sabbat, op denzelven zal het niet zijn. 27 En het geschiedde aan den zevenden dag, dat sommigen van het volk uitgingen, om te verzamelen; doch zij vonden niet. 28 Toen zeide de HEERE tot Mozes: Hoe lang weigert gijlieden te houden Mijn geboden en Mijn wetten ? 29 Ziet, omdat de HEERE ulieden den sabbat gegeven heeft, daarom geeft Hij u aan den zesden dag voor twee dagen brood; een ieder blijve in zijn plaats! dat niemand uit zijn plaats ga op den zevenden dag! 30 Alzo rustte het volk op den zevenden dag. 31 En het huis Israels noemde deszelfs naam Man; en het was als korianderzaad, wit, en de smaak daarvan was als honigkoeken. 32 Voorts zeide Mozes: Dit is het woord, hetwelk de HEERE bevolen heeft: Vul een gomer daarvan tot bewaring voor uw geslachten, opdat zij zien het brood, dat Ik ulieden heb te eten gegeven in deze woestijn, toen Ik u uit Egypteland uitleidde. 33 Ook zeide Mozes tot Aaron: Neem een kruik, en doe een gomer vol Man daarin; en zet die voor het aangezicht des HEEREN, tot bewaring voor uw geslachten. 34 Gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had, alzo zette ze Aaron voor de getuigenis tot bewaring. 35 En de kinderen Israels aten Man veertig jaren, totdat zij in een bewoond land kwamen; zij aten Man, totdat zij kwamen aan de pale van het land Kanaan.

We zien hier het volk dat voor het eerst Manna krijgt, ze hadden het nog nooit gezien en ze wisten niet wat het was. Ze zeiden: "Wat is het", of in het Hebreeuws "Manna". God voorzag op wonderbare wijze in hun noden.

Het leek op korianderzaad en het smaakte heerlijk. God geeft iets heerlijks. Manna is het beeld van Christus, het levende brood.

Ze verzamelden op de zesde dag twee keer zoveel en ze snapten het niet en gingen ermee naar Mozes.

Op de zevende dag was er geen manna. God zorgde voor Zijn volk, ze hoefden op de sabbat niets te doen. Als God een wet geeft, dan zorgt Hij er ook voor dat het volk zich eraan kan houden.

Israël kon gehoorzamen, want ze kregen dubbel eten op de 6e dag. Ze hoefden geen vuur te maken, want het was warm genoeg. Kunnen wij hier in dit klimaat op de 7e dag warm blijven zonder vuur? Wij kunnen het niet houden, als we het licht aansteken.

Het principe van de sabbat zien we bij het pascha in hoofdstuk 12.

  • 16 En op den eersten dag zal er een heilige verzameling zijn; ook zult gij een heilige verzameling hebben op den zevenden dag; er zal geen werk op denzelven gedaan worden; maar wat van iedere ziel gegeten zal worden, datzelve alleen mag van ulieden toegemaakt worden.

De 1e dag is er een samenkomst en de 7e dag is er geen samenkomst en mogen ze geen werk doen. God verloste het volk en het volk hoeft geen werk te doen, ze zijn onder de bescherming van het bloed. Wij hoeven niet te werken voor onze verlossing, Christus heeft Zichzelf gegeven.

We kunnen het alleen dankbaar aanvaarden in genade. Het verbond was tussen God en Israel.

  • Exodus 20:8 Gedenkt den sabbatdag, dat gij dien heiligt. 9 Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; 10 Maar de zevende dag is de sabbat des HEEREN uws Gods; dan zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch uw vreemdeling, die in uw poorten is; 11 Want in zes dagen heeft de HEERE den hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte ten zevenden dage; daarom zegende de HEERE den sabbatdag, en heiligde denzelven.

Heiligen is apart zetten.

  • Exodus 19:3 En Mozes klom op tot God. En de HEERE riep tot hem van den berg, zeggende: Aldus zult gij tot het huis van Jakob spreken, en den kinderen Israels verkondigen: 4 Gijlieden hebt gezien, wat Ik den Egyptenaren gedaan heb; hoe Ik u op vleugelen der arenden gedragen, en u tot Mij gebracht heb. 5 Nu dan, indien gij naarstiglijk Mijner stem zult gehoorzamen, en Mijn verbond houden, zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken, want de ganse aarde is Mijn;

Israel moest Gods verbond houden. De morele wet, de ceremoniele wet en de burgerlijke wet.

  • Exodus 31:12 Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: 13 Gij nu, spreek tot de kinderen Israels, zeggende: Gij zult evenwel mijn sabbatten onderhouden; want dit is een teken tussen Mij en tussen ulieden, bij uw geslachten; opdat men wete, dat Ik de HEERE ben, Die u heilige.

De sabbat is als een teken gegeven tussen God en Israel. God heiligt het volk, ze krijgen een aparte dag voor een apart gezet volk. Een volk met speciale wetten, kleren, speciaal eten en een sabbat.

Helemaal apart van de volken. Het is een verbond tussen twee partijen en de sabbat was een onderdeel ervan.

Wij hebben geen recht om dit op iemand anders te betrekken. Dit verbond alleen tussen God en Israel.

  • Exodus 31:16 Dat dan de kinderen Israëls den sabbat houden, den sabbat onderhoudende in hun geslachten, tot een eeuwig verbond.

Dus niet voor de heidenen. Worden de heidenen ergens geoordeeld voor het niet houden van de sabbat? Nooit is de sabbat universeel ingesteld voor de volken in het Oude Testament.

  • Exodus 31:17 Hij zal tussen Mij en tussen de kinderen Israels een teken in eeuwigheid zijn; dewijl de HEERE, in zes dagen, den hemel en de aarde gemaakt, en op den zevenden dag gerust en Zich verkwikt heeft.

Als God Zijn feesten geeft in Leviticus 23 begint God met de sabbat. Wij beginnen met Pasen en eindigen met het komende Koninkrijk.

  • Leviticus 23:1 Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: 2 Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: De gezette hoogtijden des HEEREN, welke gijlieden uitroepen zult, zullen heilige samenroepingen zijn; deze zijn Mijn gezette hoogtijden. 3 Zes dagen zal men het werk doen, maar op den zevenden dag is de sabbat der rust, een heilige samenroeping; geen werk zult gij doen; het is des HEEREN sabbat, in al uw woningen.

God begint met de sabbat der rust.

  • Deuteronomium 5:12 Onderhoudt den sabbatdag, dat gij dien heiligt; gelijk als de HEERE, uw God, u geboden heeft. 13 Zes dagen zult gij arbeiden, en al uw werk doen; 14 Maar de zevende dag is de sabbat des HEEREN, uws Gods; dan zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw os, noch uw ezel, noch enig van uw vee, noch de vreemdeling, die in uw poorten is; opdat uw dienstknecht, en uw dienstmaagd ruste, gelijk als gij. 15 Want gij zult gedenken, dat gij een dienstknecht in Egypteland geweest zijt, en dat de HEERE, uw God, u van daar heeft uitgeleid door een sterke hand en een uitgestrekten arm; daarom heeft u de HEERE, uw God, geboden, dat gij den sabbatdag houden zult.

Ze waren slaven in Egypte. Ze hadden geen sabbat in Egypte, nooit rust, alleen maar werken, werken, werken. Daarom kregen ze een rustdag. Deze dag was ook een herinnering aan de bevrijding uit de slavernij.

Maar is dit anders in het Nieuwe Testament? In het Oude Testament komt sabbat 108 keer voor. Je kunt alle teksten opzoeken, dat is veel werk, maar dan weten we precies wat God bedoelt.

Het Oude Testament leert: de sabbat is de 7e dag, geen andere dag. Het is voor Israel. Het is een rustdag, een heilige dag, er is geen werk nodig ook niet voor het eten.

In het Nieuwe Testament zien we dat de leiders niet tevreden zijn en van de sabbat een last maken, een juk dat niet te dragen is. Ze voegden toe.

  • Mattheus 12:1 In dien tijd ging Jezus, op een sabbatdag, door het gezaaide, en Zijn discipelen hadden honger, en begonnen aren te plukken, en te eten. 2 En de Farizeen, dat ziende, zeiden tot Hem: Zie, Uw discipelen doen, wat niet geoorloofd is te doen op den sabbat. 3 Maar Hij zeide tot hen: Hebt gij niet gelezen, wat David gedaan heeft, toen hem hongerde, en hun, die met hem waren? 4 Hoe hij gegaan is in het huis Gods, en de toonbroden gegeten heeft, die hem niet geoorloofd waren te eten, noch ook hun, die met hem waren, maar den priesteren alleen. 5 Of hebt gij niet gelezen in de wet, dat de priesters den sabbat ontheiligen in den tempel, op de sabbatdagen, en nochtans onschuldig zijn ? 6 En Ik zeg u, dat Een, meerder dan de tempel, hier is. 7 Doch zo gij geweten hadt, wat het zij: Ik wil barmhartigheid en niet offerande, gij zoudt de onschuldigen niet veroordeeld hebben. 8 Want de Zoon des mensen is een Heere ook van den sabbat.

De discipelen werkten op de sabbat. De sabbat was gegeven voor de mens, niet andersom. De priesters zijn ook niet schuldig als ze werken op de sabbat.

Na de opstanding van de Here Jezus krijgt Petrus de sleutels van het Koninkrijk en mogen heidenen ook deelhebben aan de zegeningen.

In Abraham zouden alle volken geheiligd worden. Het volk van Israel dacht dat zij de enige waren die gezegend zouden worden, maar in Handelingen zien we dat de heidenen er ook bij komen. Moesten die heidenen de sabbat houden? Moeten gelovigen nu de sabbat houden?

  • Handelingen 15:9 En heeft geen onderscheid gemaakt tussen ons en hen, gereinigd hebbende hun harten door het geloof. 10 Nu dan, wat verzoekt gij God, om een juk op den hals der discipelen te leggen, hetwelk noch onze vaders, noch wij hebben kunnen dragen? 11 Maar wij geloven, door de genade van den Heere Jezus Christus, zalig te worden, op zulke wijze als ook zij.

Petrus zegt: Wij hebben de hele wet en konden hem niet houden, moeten wij dan de heidenen die onbekend zijn met het Oude Testament en alle wetten een juk opleggen?

Het antwoord staat in vers 22:

  • 15:22 Toen heeft het den apostelen en den ouderlingen, met de gehele Gemeente, goed gedacht, enige mannen uit zich te verkiezen, en met Paulus en Barnabas te zenden naar Antiochie: namelijk Judas, die toegenaamd wordt Barsabas, en Silas, mannen, die voorgangers waren onder de broeders. 23 En zij schreven door hen dit navolgende: De apostelen, en de ouderlingen, en de broeders wensen den broederen uit de heidenen, die in Antiochie, en Syrie, en Cilicie zijn, zaligheid. 24 Nademaal wij gehoord hebben, dat sommigen, die van ons uitgegaan zijn, u met woorden ontroerd hebben en uw zielen wankelende gemaakt, zeggende, dat gij moet besneden worden, en de wet onderhouden; welken wij dat niet bevolen hadden; 25 Zo heeft het ons eendrachtelijk te zamen zijnde, goed gedacht, enige mannen te verkiezen, en tot u te zenden, met onze geliefden, Barnabas en Paulus. 26 Mensen, die hun zielen overgegeven hebben voor den Naam van onzen Heere Jezus Christus. 27 Wij hebben dan Judas en Silas gezonden, die ook met den mond hetzelfde zullen verkondigen. 28 Want het heeft den Heiligen Geest en ons goed gedacht, ulieden geen meerderen last op te leggen dan deze noodzakelijke dingen: 29 Namelijk, dat gij u onthoudt van hetgeen den afgoden geofferd is, en van bloed, en van het verstikte, en van hoererij; van welke dingen, indien gij uzelven wacht, zo zult gij weldoen. Vaart wel. 30 Dezen dan, hun afscheid ontvangen hebbende, kwamen te Antiochie; en de menigte vergaderd hebbende, gaven zij den brief over.

De Heilige Geest geeft antwoord (vs. 28) het was niet hun eigen idee. Maar de heidenen moesten zich aan 4 dingen houden. Maar de sabbat staat daar niet bij.

Dat moeten we goed opmerken.

Paulus schrijft ook over dagen in zijn brief aan de Galaten, de eerste brief geschreven tijdens de Handelingenperiode.

  • Galaten 4:9 En nu, als gij God kent, ja, veelmeer van God gekend zijt, hoe keert gij u wederom tot de zwakke en arme beginselen, welke gij wederom van voren aan wilt dienen? 10 Gij onderhoudt dagen, en maanden, en tijden, en jaren. 11 Ik vrees voor u, dat ik niet enigszins tevergeefs aan u gearbeid heb.

Er is steeds onenigheid over genade en werken. Je kunt niet behouden worden als je lasten oplegt.

Wetten zijn zwak en arm, want het vlees is zwak, vlees kan de wet niet houden. Het gaat om genade.

In de Romeinenbrief geschreven aan het einde van de Handelingenperiode schrijft Paulus:

  • Romeinen. 14:5 De een acht wel den enen dag boven den anderen dag; maar de ander acht al de dagen gelijk. Een iegelijk zij in zijn eigen gemoed ten volle verzekerd. 6 Die den dag waarneemt, die neemt hem waar den Heere; en die den dag niet waarneemt, die neemt hem niet waar den Heere. Die daar eet, die eet zulks den Heere, want hij dankt God; en die niet eet, die eet zulks den Heere niet, en hij dankt God.

De Joden achten de 7e dag boven de rest. Voor de heidenen zijn alle dagen gelijk. Als de sabbat verplicht was, had Paulus dat hier gezegd, maar dat was niet nodig.

Men zegt: Nu niet de 7e dag, maar zondag de 1e dag is de sabbat.

In de Bijbel wordt de eerste dag altijd de 1e genoemd, dat wordt nooit de sabbat genoemd. De Heer stond op op de 1e dag van de week, en de gelovigen kwamen samen op de 1e dag van de week.

Je kunt niet de 7e veranderen in de 1e, want dan verstoor je de typologie.

De Dag des Heren is nooit de 1e dag van de week.

De Dag des Heren is een profetische periode, niet een dag van 24 uur.

  • Kolossenzen 2:14 Uitgewist hebbende het handschrift, dat tegen ons was, in inzettingen bestaande, hetwelk, zeg ik, enigerwijze ons tegen was, en heeft datzelve uit het midden weggenomen, hetzelve aan het kruis genageld hebbende; 15 En de overheden en de machten uitgetogen hebbende, heeft Hij die in het openbaar tentoongesteld, en heeft door hetzelve over hen getriomfeerd. 16 Dat u dan niemand oordele in spijs of in drank, of in het stuk des feest dags, of der nieuwe maan, of der sabbatten; 17 Welke zijn een schaduw der toekomende dingen, maar het lichaam is van Christus.

Als wij ons afvragen of we de sabbat moeten houden, moeten we dan de 1e of de 7e, dan had Paulus dat hier gezegd, maar het is een schaduw en wij hebben de werkelijkheid.

De schaduw was nodig, maar nu niet meer nodig.

  • Kolossenzen 2:2 Opdat hun harten vertroost mogen worden, en zij samengevoegd zijn in de liefde, en dat tot allen rijkdom der volle verzekerdheid des verstands, tot kennis der verborgenheid van God en den Vader, en van Christus; 3 In Denwelken al de schatten der wijsheid en der kennis verborgen zijn.
  • Kolossenzen 2:10 En gij zijt in Hem volmaakt, Die het Hoofd is van alle overheid en macht;

Laatste punt: We waarderen heel erg dat we 1 dag hebben om samen te komen, dat we niet hoeven te werken, maar elke dag moet heilig zijn voor God.

Maar we zijn bevrijdt van alle wetten. We kunnen het volmaakte werk niet verbeteren of aanvullen door wetten te houden.

We mogen Hem danken en rusten in het volbrachte werk.

Deel deze pagina via

Darwin

Darwin: een aanhanger van Johannes van Helmond?Johannes van Helmond leefde rond begin 1600 en schreef een recept voor het maken van muizen: als je oude lappen en graan in een vat stopt en wegzet op een zolder of in een schuur, dan zullen na verloop van tijd vanzelf muizen ontstaan. Het was een wetenschappelijk experiment en herhaalbaar met telkens hetzelfde resultaat. Ook vandaag de dag kan je hetzelfde experiment herhalen met nog steeds dezelfde resultaten.  Het was Louis Pasteur die drie eeuwen later, aan het einde van de 19e eeuw, aantoonde dat het spontaan ontstaan van muizen (en leven), onzin was... totdat de evolutietheorie de kop op stak, met haar bewering dat in een ver verleden spontaan leven ontstaan is uit een levensloze massa... Ik denk dat Darwin een aanhanger was van Johannes van Helmond ... ;) (overgenomen uit Bijbelvast onderwijs)                       

Even een vraag

De genderhype:

Volg ons via twitter @egkaleo

Amen

Veel bijbelstudies op onze site
komen van bijbelmagazine Amen.
Meer weten over dit unieke blad
kijk dan snel op amen.nl

Abonneer je op Amen

Agenda

  • 01 10 2017
    samenkomst met Oby Vossema 10:00 tot 11:30

Recente preken

Loading Player...

Vers van de dag

Psalmen 90:12-12
Leer ons alzo onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen.