De grote vijand van de waarheid is meestal niet de leugen, opzettelijk, bedrieglijk en oneerlijk, maar de mythe, vasthoudend, overtuigend en onrealistisch. Vaak houden we vast aan de clichés van onze voorgangers. We toetsen alle feiten op een aantal voorgekauwde interpretaties. We hebben vaak een mening zonder ergens over na te denken.
J.F. Kennedy

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 
De leer van de uitverkiezing is één van de lastige dogma's uit de theologie. Niet alleen wat de leer zelf betreft, maar ook in verband met de uitwerking ervan op het geloofsleven. Want wanneer weet men nu met zekerheid dat men uitverkoren is? Mensen hebben aan het begrip uitverkiezing een heel verkeerde betekenis gegeven die niet in de Bijbel terug te vinden is. In deze uitleg is de mens zijn door God gegeven autonomie afgenomen en verworden tot een marionet waar Hij met schijnbare willekeur mee omgaat.

DOOR  IN AMEN 62 

Het begrip uitverkiezing in het N.T.
'Uitverkiezing' is de letterlijke vertaling van het Griekse woord 'ekloge'. In het Nieuwe Testament komt het begrip zo'n vijftig maal voor (naast zelfstandig naamwoord ook als werkwoord en bijvoeglijk naamwoord). Het voert te ver om alle teksten waar uitverkiezing voorkomt afzonderlijk te bespreken. Daarom wordt het begrip hier besproken in categorieën van toepassing met de daarbij behorende bijbelpassages. Daarbij wordt zo nodig aangegeven wie de uitverkiezer is (door wie?), wie uitverkoren wordt (voor wie?), waar de uitverkiezing gestalte krijgt (welke plaats/sfeer?) en wat het doel is van de uitverkiezing (waarom?).

1. Iets uitkiezen in het algemeen

(Luk. 10:42, 14:7)
• In Lukas 10:42 is het Maria die er voor kiest om luisterend aan de voeten van de Heer te zitten in plaats van druk met het bereiden van eten bezig te zijn, zoals haar zus Marta.
• In Lukas 14:7 gaat het over de Farizeeën die de beste plaatsen uitkiezen aan tafel. Het is een aardse zaak waar zij zich mee bezig houden. De Here Jezus zegt hierover dat wie zich verhoogt, vernederd zal worden.

2. Christus als de Uitverkorene

(Luk. 23:35, 1 Petr. 2:4,6)
• Door wie? > Door God (1 Petr. 2:4).
• Voor wie? > Voor Christus.
• Welke plaats/sfeer? > Op aarde en in de hemel.
• Waarom? > Om verlossing voor Israël, de mensheid en de schepping te brengen.

3. Uitverkoren engelen

(1 Tim. 5:21)
Er wordt hier over uitverkoren engelen gesproken om hen wellicht te onderscheiden van gevallen engelen, waarover onder andere in Genesis 6:2, 1 Petrus 3:20 en Openbaring 12:7 wordt gesproken.

4. Een persoon of groep mensen in het bijzonder

(Hand. 9:15, Rom. 16:13, Jak. 2:5, 2 Joh. 1:1,13)
• In Handelingen 9:15 gaat het expliciet over Paulus die door de Here is uitverkoren om op aarde een bijzondere bediening te vervullen.
• In Romeinen 16:13 wordt Rufus expliciet als uitverkorene in de Here genoemd. Omdat hij daarmee wordt onderscheiden van de andere genoemde personen in het gedeelte, zal hij waarschijnlijk een bijzondere taak hebben gehad waarvoor de Here hem uitkoos.
• In Jakobus 2:5 gaat het over de armen onder de gelovigen die door God zijn uitverkoren om een rijker geloof te hebben en met voorrang erfgenaam te zijn van het koninkrijk.
• In 2 Johannes 1:1 wordt de vrouw aan wie Johannes schrijft als uitverkoren beschreven. De reden hiervan wordt niet vermeld. Dit geldt ook voor de in 2 Johannes 1:13 genoemde zuster.

5. Uitverkorenen Gods in het algemeen

(Luk. 18:7, Rom. 8:33),
• Door wie? > Door God (Luk. 18:7).
• Voor wie? > Voor hen die in het algemeen door God uitverkoren zijn.
• Welke plaats/sfeer? > Dat valt hier niet expliciet te duiden.
• Waarom? > Dit wordt niet vermeld.

6. Gods verkiezend voornemen

(Rom. 9:11)
• Door wie? > Door God.
• Voor wie? > Expliciet voor Jakob (Rom. 9:12-13), impliciet voor het volk Israël (Rom. 9:6).
• Welke plaats/sfeer? > Op aarde (Rom. 9:27-28).
• Waarom? > Om Gods volheid in de wereld bekend te maken (Rom. 11:12).

7. Uitverkoren vaderen

(Hand. 13:17, Rom. 11:28)
• Door wie? > Door God.
• Voor wie? > Voor Abraham, Isaäk en Jakob en in hun dus voor het gehele volk Israël
• Welke plaats/sfeer? > Op aarde, in het beloofde land (Hand. 13:19).
• Waarom? > Om tot een licht voor de heidenen te zijn (Hand. 13:47).

8. Uitverkiezing van discipelen/apostelen

(Luk. 6:13, Joh. 6:70, 13:18, 15:16,19, Hand. 1:2,24, 6:5, 15:7,22, 25)
• Door wie? > Direct en indirect door de Here Jezus en God. Waar de apostelen in Handelingen nieuwe dienstknechten voor de Here kiezen, doen zij dit geleid door de kracht van de Heilige Geest.
• Voor wie? > Voor een beperkt aantal gelovige mannen uit Israël.
• Welke plaats/sfeer? > Zij hebben hun taak op aarde.
• Waarom? > Om in een bijzondere bediening te getuigen van het werk van de Here Jezus (Hand. 1:8).

9. Gelovigen uit Israël

(1 Petr. 1:2, 2:9, 2 Petr. 1:10)
  • Door wie? > Door God.
  • Voor wie? > Voor gelovigen uit Israël d.m.v. heiliging door de Geest (1 Petr. 1:2).
  • Welke plaats/sfeer? > Op aarde (1 Petr. 2:9-10).
  • Waarom? > Om de grote daden Gods te verkondigen (1 Petr. 2:9-10).

10. Uitverkorenen van Israël in de eindtijd

(Matt. 22:14, 24:22,24,31, Marc. 13:20,22,27, Opb. 17:14)
• Door wie? > Door God.
• Voor wie? > Voor gelovigen uit Israël (Opb. 7:4).
• Welke plaats/sfeer? > Op aarde tijdens de dag des Heren (Opb. 5:10).
• Waarom? > Met Christus heersen op aarde voor duizend jaren lang (Opb. 20:4).

11. De uitverkoren gelovigen tijdens de gedeeltelijke verharding van Israël

(Rom. 11:5,7, 1 Kor. 1:27,28, 1 Thes. 1:4)
  • Door wie? > Door God (1 Kor. 1:27,28).
  • Voor wie? > Voor een gemengde groep van gelovigen uit Israël en de heidenen (Rom. 1:16).
  • Welke plaats/sfeer? > Op aarde op dat moment tot jaloersheid wekkend (Rom. 11:11) en na de opstanding met een hemels lichaam op aarde getuigend van Gods heerlijkheid (Rom. 8:23).
  • Waarom? > Om het verharde deel van Israël tot jaloersheid te wekken (Rom. 11:11).

12. Uitverkorenen behorend tot het lichaam van Christus

(Efe. 1:4, Kol. 3:12, 2 Tim. 2:10, Tit. 1:1)
  • Door wie? > Door God (Efe. 1:4).
  • Voor wie? > Voor hen die in Hem zijn, dat is Christus (Efe. 1:4).
  • Welke plaats/sfeer? > In de hemel (Efe. 1:3, Efe, 2:6).
  • Waarom? > Om de heerlijkheid van Gods genade groot te maken aan de overheden en machten in de lagere hemelse regionen (Efe. 1:6, 3:10).
Uit deze opsomming valt een aantal belangrijke conclusies te trekken. Duidelijk is dat uitverkiezing niet gekoppeld is aan behoud in de zin dat het aan het behoud voorafgaat. Veel meer is het zo dat uitverkiezing op de behoudenis volgt. Ook is uitverkiezing geen eenduidig universeel werkend principe. Er is sprake van verschillende groepen of individuen die op verschillende momenten met verschillende doelstellingen worden uitgekozen. Van hieruit bezien kunnen de principes die voor de ene groep bestemd zijn, niet automatisch op de andere groep toegepast worden. Dit is, om het met een praktisch voorbeeld duidelijk te maken, hetzelfde als het hanteren van gelijke criteria voor deelnemers aan een hardloopwedstrijd als voor deelnemers aan een worstelwedstrijd. Evenzeer kunnen de verschillende roepingen die God voor de gelovigen in de verschillende fasen van Zijn heilsplan heeft, ook niet onder één noemer geplaatst worden.
Er is bijvoorbeeld een opvallend verschil te zien tussen de verschillende uitverkiezingen die voor Israël gelden en de uitverkiezing van hen die tot het Lichaam van Christus behoren. De sfeer van uitverkiezing wat betreft hen die tot Israël behoren is de aarde, terwijl de sfeer van hen die tot het Lichaam van Christus behoren de hemel is. Dit verschil is ook te zien in de doelen van beide groepen (het punt 'waarom?'). Bij Israël betreft het telkens een op aarde gericht doel. Bij het Lichaam van Christus is het primair op de hemel gericht. Het grootste verschil is echter nog wel te zien in de doelgroep van uitverkiezing (het punt 'voor wie?'). Bij Israël zijn dit uiteindelijk altijd mensen. Bij het Lichaam van Christus zijn dit ten diepste geen mensen, maar is Christus de Uitverkorene: "Hij [God] heeft ons immers in Hem uitverkoren." (Efe. 1:4) Doordat de gelovige in Christus Jezus geplaatst is, wat explicieter uitgedrukt lid van Zijn lichaam geworden is, deelt hij in de uitverkiezing van Christus. Er is een wezenlijk verschil tussen uitverkoren worden op grond van het volbrachte werk van Christus, zoals dat voor Israël geldt, en uitverkoren worden doordat men in Christus is, zoals dat voor het Lichaam van Christus geldt.

De betekenis van uitverkiezing voor ons als gelovigen in deze tijd

Het is duidelijk dat de uitverkiezing van ons als leden van het Lichaam van Christus niet op dezelfde wijze verloopt als de uitverkiezing van Israël. Maar hoe verloopt dan de uitverkiezing van de gelovigen in deze tijd? Hier wordt in Efeziërs 1:4 antwoord op gegeven. De gelovigen zijn in Christus Jezus uitverkoren. Dit betekent niet dat zij uitverkoren zijn om in Christus Jezus te zijn. Maar het betekent dat zij uitverkoren zijn omdat zij in Christus Jezus geplaatst zijn. Uitverkoren om in Christus Jezus te zijn, legt het criterium buiten Christus en doet af aan de uitverkoren positie van Christus en de unieke positie van de gelovige in Hem. De mens moet eerst uitgekozen worden voordat hij in Christus Jezus geplaatst wordt. Een dergelijke benadering ligt in dezelfde lijn als de traditionele leer van de uitverkiezing, waarvan wij eerder tot de conclusie kwamen dat deze niet Schriftuurlijk is.
Uitverkoren zijn omdat men in Christus Jezus is, legt het criterium in Christus, Die immers Zelf de Uitverkorene is. Iedereen die in Christus gelooft, mag Zich in Hem geplaatst weten en is vanaf dat moment met Christus mee uitverkoren omdat Hij de Uitverkorene is. Dit komt overeen met wat in Kolossenzen 2:9-12 staat : "…en gij hebt de volheid verkregen in Hem (…) In Hem zijt gij ook met een besnijdenis, die geen werk van mensenhanden is, besneden (…) daar gij met Hem begraven zijt in de doop (…) In Hem zijt gij ook mede opgewekt…" Alles wordt verkregen doordat men in Hem is, ook de uitverkiezing. Het is echter de vrije keuze van de mens om deze rijkdom van genade aan te nemen of juist af te wijzen. De uitverkiezing gaat niet aan het tot-geloof-komen en behouden-worden vooraf, maar volgt er op. Ieder mens die tot geloof komt is, vervolgens ook uitverkoren. Vanuit deze uitleg is het vervolg van Efeziërs 1:4 ook logischer. Hier staat dat de uitverkiezing al plaats gevonden heeft vóór de grondlegging der wereld. Dit was mogelijk omdat Christus al vóór de grondlegging van de wereld bestond en uitverkoren was: "…want Gij hebt Mij liefgehad vóór de grondlegging der wereld…" (Joh. 17:24).
Maar wat is dan het doel van de uitverkiezing? Dit volgt verderop in Efeziërs 1, vers 4: "…opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor Zijn aangezicht…". De noodzaak hiervan wordt vervolgens in vers 6, 12 en 14 van Efeziërs 1 gegeven, waar staat dat dit is om de heerlijkheid van Gods genade de lof toe te brengen. God heeft de gelovige in Christus Jezus uitverkoren om Zijn genade groot te maken.

Wat doet uitverkiezing met ons aardse leven?

De belangrijkste conclusie van deze studie is dat de traditionele uitverkiezingsleer niet in overeenstemming is met wat de Bijbel leert. Het is niet zo dat God sommige mensen uitverkoren heeft tot zaligheid en sommige mensen tot verderf. Het is niet zo dat de mens geen enkele invloed heeft op zijn behoud. Het is niet zo dat de mens geen vrije keuze voor God kan maken. Nee, God wil dat alle mensen behouden worden (1 Tim. 2:4) en geeft door het offer van Jezus Christus de gehele mensheid de mogelijkheid daartoe. Het is vervolgens aan de mens zelf om de keuze te maken of hij het aangeboden heil aanneemt of afwijst. Wie de genade van God aanneemt, mag vervolgens weten dat hij behouden en door God tot een bepaalde roeping uitverkoren is. Dit is niet de verdienste van de mens zelf, maar het is op grond van het volbrachte werk van Jezus Christus. De mens heeft echter wel de vrije wil om Gods verlossing aan te nemen dan wel af te wijzen.
Wat betekent dit nu voor ons aardse leven? Het mag duidelijk zijn dat er op aarde geen sprake is van drie groepen mensen: de uitverkorenen die tot geloof gekomen zijn, de uitverkoren die nog niet tot geloof gekomen zijn en degenen die in het geheel niet uitverkoren zijn. Als er al sprake zou zijn van groepen mensen, dan zouden dat er slechts twee zijn: de gelovigen en de ongelovigen. De gelovigen mogen zich in Christus uitverkoren weten na hun keuze voor God en Jezus Christus. De ongelovigen kunnen ook aan de uitverkiezing in Christus deel krijgen als zij een persoonlijke keuze voor God en Jezus Christus maken.
Het is bemoedigend om dit te beseffen. De mens die zich nog niet verzekerd weet van Gods heil hoeft niet fatalistisch af te wachten tot hij een bekeringservaring krijgt. Hij hoeft niet te twijfelen of God hem uitverkoren heeft of niet. Hij hoeft zich geen minder mens te voelen dan zij die (in zijn ogen) wel de zekerheid van uitverkiezing hebben. Slechts één ding is nodig, namelijk geloven dat Jezus Christus gestorven is voor zijn zonden en opgestaan uit het graf om de dood te overwinnen. Wie dat met het hart gelooft en met de mond belijdt, mag zich behouden en een kind van God weten. Hij heeft, daaruit voortvloeiend, in Christus Jezus deel aan Zijn uitverkiezing. Gods genade is groter dan wij met onze beperkte menselijke gedachten kunnen beseffen."O diepte van rijkdom, van wijsheid en van kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beschikkingen en hoe onnaspeurlijk zijn wegen! Want: wie heeft de zin des Heren gekend? Of wie is Hem tot raadsman geweest? Of wie heeft Hem eerst iets gegeven, waarvoor hij vergoeding ontvangen moet? Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen: Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid! Amen." (Rom. 11)

Deel deze pagina via

Even een vraag

Fake nieuws:

Volg ons via twitter @egkaleo

Agenda

  • 17 12 2017
    samenkomst met Frans Voskamp 10:00 tot 11:30

Recente preken

Loading Player...

Vers van de dag

Psalmen 119:14-14
Ik ben vrolijker in den weg Uwer getuigenissen, dan over allen rijkdom.