Bidden is de enige stem van het geloof
Jonathan Edwards

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 
De Bijbel: uniek in z’n ontstaan
door Ineke van Lieshout uit: Amen 2
 
"Het gras verdort, de bloem valt af, maar het Woord van onze God bestaat voor eeuwig" (Jes. 40:8).
Wie kent deze woorden niet? Alle dingen vergaan. Planten en bomen sterven, de dieren, de mens, niets van al wat leeft, is daarvan uitgezonderd. Behalve God en Zijn Woord, dat blijft tot in eeuwigheid. De Heere Jezus bevestigde dit: "De hemel en de aarde zullen voorbij­gaan, maar Mijn woorden zullen zeker niet voorbijgaan" (Matt. 24:35). Interessant is de vraag: hoe ontstond het blijvende Woord van onze God?
 
Periode
Het Oude Testament is vanaf Mozes geschreven gedurende 11 eeuwen. Daarna gaf God ongeveer 400 jaar geen opdracht tot schrijven, totdat de auteurs van het Nieuwe Testament, gedreven door Gods Geest, deze taak weer opnamen. De boekrollen van het Nieuwe Testament kwamen toen binnen een tijdsbestek van ongeveer 100 jaar tot stand. De gehele Bijbel werd dus over een periode van 1600 jaar op schrift gesteld. Deze periode eindigt in de 1e eeuw na Christus.
 
Schrijvers
De Bijbelboeken zijn voornamelijk door Joden geschreven. In het bijzonder in Israël, maar ook tijdens hun verblijf in andere werelddelen, zoals Azië, Afrika en Europa. De wel 40 auteurs verkeerden in verschillende omstandigheden. Ze noteerden Gods Woord tijdens veldslagen, in paleizen, in de woestijn, in bergspelonken, op een eiland, in een kerker en op doorreis. De schrijvers verschilden van rang en stand. Zo schreef een koning (Salomo), een herder / boer (Amos), een militair (Jozua), een arts (Lukas), en een visser (Petrus).
De Bijbelschrijvers konden niet met elkaar overleggen om dezelfde denkbeelden uit te werken. Ondanks dat vormen de 66 boeken een samenhangend, afgerond verslag. Het ademt dezelfde Geest! Onbewust werkten zij aan de grote 'Bijbel'.
 
Wereldliteratuur
De opbouw, de stijl en het karakter van vele Bijbelboeken hebben een hoog letterkundig gehalte. De geschiedenissen van bijvoorbeeld Abraham, Mozes of Noach, zijn zo uniek verteld, dat ze bekend werden in de gehele wereld. Het Spreukenboek met al zijn wijsheden, of het onderzoek naar de betekenis van het leven door de Prediker, behoren tot de wereldliteratuur. Zo ook de Psalmen. De diep menselijke gevoelens, die in de poëzie naar voren worden gebracht, spreken aan, ongeacht de cultuur waarin men leeft.
Hoe herkenbaar is het lijdensdrama van Job? Zijn verweer, de vermaning en zijn uiteindelijke herstel nemen we tot ons als een aangrijpend gedicht. Ook het Nieuwe Testament, bijvoorbeeld de hogere weg van de liefde, die Paulus wijst, is zeer bekend: "Al zou ik de talen van de mensen en van de engelen spreken, maar ik had de liefde niet ..." (1 Kor. 13:1).
Al deze verschillende vormen van po­ëzie en proza laten ons kennis maken met de God, Die Zijn Naam aan dit boek verbonden heeft. Daarom is het geen gewoon boek. Het is Goddelijk geïnspireerd.
 
Vele oude manuscripten
Goed, andere heilige boeken kennen gelijksoortige pretenties. Maar niet vergeten mag worden dat de beginboeken van de Bijbel de oudste overgeleverde boeken zijn op de wereld.
Hoe kun je zeker weten, dat de Bijbel het Boek van God is?
Natuurlijk blijft het een kwestie van geloof, maar toch, de overeenkomst tussen de gevonden manuscripten geeft te denken. De beschrijvingen zijn telkens zo identiek, dat archeologen en geschiedkundigen bij hun nieuwe ontdekkingen telkens moeten erkennen dat de Bijbel betrouwbaar is. Steeds meer wetenschappers geven de absolute autoriteit van de Bijbel toe. In onze vorige eeuw vond men nog 90 papyrusrollen uit 200-800 na Christus. Volgens Bijbel- en taalgeleerden komt de inhoud van alle voorname punten daarin met elkaar overeen. Nu bezitten we meer dan 1100 (gedeelte­lijke) afschriften van het Oude Testament in de oorspronkelijke taal. Ook zijn er nog verscheidene met elkaar overeenkomende handschriften van het Nieuwe Testament, die op verschillende tijden in verschillende landen zijn samengesteld. Hierin mogen we de werking van Gods Geest herkennen.
 
Zorgvuldig bewaard
God waakt echt over Zijn Woord, om het te behouden en te vervullen: "Dat hebt u goed gezien, want Ik waak over Mijn woord om dat te doen" (Jer. 1:12). Door alle eeuwen heen probeerde men de profeten met hun Heilige Geschriften uit te roeien. Desondanks bewaarden de Joden het Heilige Woord tijdens hun verdrukkingen onder vaak moeilijke omstandigheden. De manuscripten werden lange tijd bewaard in aarden vaten, meestal in een afgeslo­ten vertrek van de synagoge. Het meest spectaculair zijn de Dode Zeerollen. In 1947 vond men in de grotten van Qum Ran (nabij Jericho) een volledig manu­script van Jesaja, daterende uit de 2e eeuw vóór Christus. Met deze vondst kon men 1000 jaar verder terug vergelijken dan voorheen. Er was een bijna volmaakte overeenkomst tussen de huidige teksten, met varianten van weinig betekenis.
Flavius Josephus zei ± 100 na Christus: 'Niets kan beter bevestigd worden dan de echtheid van de Geschriften. Zij kunnen niet het onderwerp van onenigheid zijn. Want wij bezitten geen grotere hoeveelheid boeken die niet met elkaar overeen­stemmen, of die elkaar tegenspreken'. Philo van Alexandrië, een tijdgenoot van de apostelen, sprak: 'De Joden zouden liever tienduizendmaal sterven, dan dat ze zouden toelaten dat een enkel woord van hun Geschriften veranderd zouden worden'.
 
De Masoreten
De Joden hadden heilig ontzag voor het Woord. In de 3000 jaar vanaf Mozes (± 1500 voor Christus) tot de boekdrukkunst (± 1450 na Christus) is de Bijbel voortdurend overge­schreven. In principe had men talloze fouten kunnen maken. Echter, de Joden dupliceerden de boekrollen zeer zorgvuldig. Eén fout van een enkele letter, maakte een heel manuscript onbruikbaar. Dan werd de boekrol begraven, uit eer voor de Naam van God, die er in voorkwam. De Bijbel is vrijwel ongeschonden bewaard gebleven. Dit erfgoed hebben wij aan de Joden te danken. Het voorrecht van de Jood is, "dat hun de woorden van God zijn toevertrouwd" (Rom. 3:2).
 
Hun taak was niet gemakkelijk. Het overschrijven werd bemoeilijkt, omdat in het Hebreeuws alleen de medeklinkers werden geschreven. De lezer moest de klinkers er zelf aan toevoegen.
In de 6e eeuw vóór Christus werd Israël in ballingschap gevoerd. Hun assimilatie in Babel en in Egypte bracht het gevaar mee, dat de kennis van het Hebreeuws verloren ging en er daardoor meer fouten bij het kopiëren zouden ontstaan. In 100 na Christus standaardiseerden Joodse geleerden de Hebreeuwse grondtekst. Dit vormde de basis voor het baanbrekende werk van de Masoreten (rabbijnen van Tiberias en Babylon). Voor het overschrijven van de vastgestelde tekst ontwierpen zij een controlesysteem. In de kantlijn van de standaardtekst stond onder meer aangegeven:
-     het aantal letters;
-     het aantal uitdruk­kingen;
-     de middelste letter van elk woord en het vers en
-     het midden van elk boek of verzameling van boeken.
 
Zo telden zij na, dat de letter Alef 42.377 en de letter Beth 38.218 keer in het Oude Testament voor komt. Hierdoor voorkwam men toevoegingen of weglatingen. De Masoreten hebben ook de klinkertekens uitgevonden om de uitspraak van een woord aan te geven. Ook brachten ze een systeem aan voor de accenten, om bij lezing (in de synagoge) de nuances in toon en ritme te behouden.
 
Vroege vertalingen
De oorspronkelijke teksten werden in drie talen op Schrift gesteld: het Oude Testament in het Hebreeuws en het Aramees1 en het Nieuwe Testament in het Grieks. Aanvankelijk werd het Oude Testament mondeling in de synagoge in de landstaal vertaald. Meer en meer ontstond de behoefte om het Woord in de eigen taal te kunnen lezen. Voor zover we weten, werd enkele eeuwen vóór het begin van onze jaartelling, met het vertaalwerk begonnen. Het Aramees blijkt één van de eerste talen te zijn, waarin men het Oude Testament vastlegde, de Targoemiem.2
Ongeveer tegelijkertijd volgde de Griekse vertaling van het Oude Testament, de Septuagin­ta (de 'zeventig'). Het is de oudste Griekse Vertaling van de Joodse Bijbel. Volgens een legende zou deze ± 250 vóór Christus door 70 Joodse vertalers in Egypte zijn gemaakt, in opdracht van Ptolemeüs Filadelfus (285-246 voor Christus). Deze werd gebruikt door de Griekssprekende Joden en door de eerste Christenen. Omdat steeds meer Christenen de Septuaginta gebruikten, raakte deze vertaling bij Joden in onmin.
 
Canon
Naast de Bijbel waren er ook andere geschriften in omloop, waarvan men niet zeker was of ze tot de Bijbel behoorden. Op het Concilie van Hippo Regius in 393 en te Carthago in 397 werd vastgesteld, welke boeken tot het geheel der Schriften gerekend konden worden en welke niet. Wat ertoe behoort, noemde men canoniek, van canon (= meetlat). De boeken waarover men niet zeker was, noemde men apocrief. Laatstgenoemde zijn geschreven in het Grieks en niet in de gewone Bijbels opgenomen. Het Oude Testament was reeds als canoniek erkend in de tijd van de Heere Jezus, aangehaald als 'de Schriften' of 'de Schrift'. Bijvoorbeeld: "Zegt de Schrift niet dat de Christus komt uit het geslacht van David en uit het dorp Bethlehem, waar David was?" (Joh. 7:42).
 
Een compleet vertaalde Bijbel in het Nederlands was eeuwenlang niet beschik­baar. Vaak bezat men slechts het Boek der Psalmen. Pas in 1360 kwam de Histo­riebijbel, die méér Boeken bevatte: Genesis tot en met Koningen, met Ezechiël, Daniël, Habakuk, Esther, Job en het Nieuwe Testament tot en met Handelingen. Doch, de boekdrukkunst was nog niet uitgevonden, zodat slechts een enkeling over het Woord beschikte. De Statenvertaling is de eerste Nederlandse vertaling uit de grondtalen. Ze kwam in 1637 van de pers. Voor een groot publiek werd het toen mogelijk om zelf het Woord te onderzoeken.
 
Eeuwig leven
Dat is erg belangrijk. Immers, wat gebeurt er met een mens, die het Woord onderzoekt en het zich toe-eigent? De Heere zei: "U onderzoekt de Schriften, want u denkt daardoor eeuwig leven te hebben, en die zijn het die van Mij getuigen" (Joh.5:39). Er zit dus eeuwig leven in, door de Persoon van Christus!
We begonnen dit artikel met de onverganke­lijkheid van het Woord van God. De onvergankelijke kracht daarvan werkt door in de gelovige mens, tot eeuwig leven in Hem. Jezus zei: "Als iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn woord in acht nemen; en Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen naar hem toe komen en bij hem intrek nemen" (Joh. 14:23).
 
 
1 Aramees is: Ezra 4:7-6:18; 7:12-26; Jer. 10:11 en Dan. 2:4-7:28.
2 De Targoem Onkelos is de belangrijkste van de vier Targoemiem van de Torah. De Targoemiem Jonathan is een vertaling van de histori­sche en profeti­sche boeken van het Oude Testament.

Deel deze pagina via

Darwin

Darwin: een aanhanger van Johannes van Helmond?Johannes van Helmond leefde rond begin 1600 en schreef een recept voor het maken van muizen: als je oude lappen en graan in een vat stopt en wegzet op een zolder of in een schuur, dan zullen na verloop van tijd vanzelf muizen ontstaan. Het was een wetenschappelijk experiment en herhaalbaar met telkens hetzelfde resultaat. Ook vandaag de dag kan je hetzelfde experiment herhalen met nog steeds dezelfde resultaten.  Het was Louis Pasteur die drie eeuwen later, aan het einde van de 19e eeuw, aantoonde dat het spontaan ontstaan van muizen (en leven), onzin was... totdat de evolutietheorie de kop op stak, met haar bewering dat in een ver verleden spontaan leven ontstaan is uit een levensloze massa... Ik denk dat Darwin een aanhanger was van Johannes van Helmond ... ;) (overgenomen uit Bijbelvast onderwijs)                       

Even een vraag

Fake nieuws:

Volg ons via twitter @egkaleo

Agenda

  • 26 11 2017
    samenkomst met Hoite Slagter 10:00 tot 11:30

Recente preken

Loading Player...

Vers van de dag

Psalmen 144:3-3
O HEERE! wat is de mens, dat Gij hem kent, het kind des mensen, dat Gij het acht?