God heeft wel de tijd gemaakt, maar over haast heeft Hij nooit gesproken

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Dit artikel is welwillend beschikbaar gesteld door M. van Amersfoort van Talencentrum Barneveld. 

Inleiding

Onder profetieën in het Oude Testament verstaan we de uitspraken, redevoeringen of handelingen van die personen die als profeet door God geroepen zijn om Zijn wil aan Zijn volk bekend te maken.

 

Verschillende namen

We vinden in het Oude Testament verschillende namen voor de personen die geroepen zijn om Gods wil aan het volk bekend te maken.

 

navi

De meest voorkomende naam, namelijk die van "profeet", is een vertaling van het Hebreeuwse woord "navi".

Het woord "navi" komt van het werkwoord "nava", dat "ver­kon­digen" kan betekenen.

In de Septuaginta, de Griekse vertaling van het Oude Testa­ment, is "navi" weergegeven  door "prophètès" (pro = voor en phèmi = ik spreek ….dus "voorspeller")

Zo komen wij aan het woord "profeet".

 

roèh / chozè

Er is nog een ander woord waarmee een profeet in het Oude Testament wordt aangeduid, namelijk "ziener".

"Ziener" is de vertaling van het Hebreeuwse woord "roèh", dat een vorm is van het werkwoord "zien". We treffen ook het Hebreeuwse woord "chozèh" voor "ziener". Ook dit woord "chozèh" komt van een werkwoord dat onder andere "zien" betekent.

Zieners kregen te zien wat ze anderen moesten verkondigen.

De woorden "profeet" en "ziener" zijn dus geheel synoniem.

Samuël wordt in de Bijbel dan ook zowel "profeet" als "zie­ner" genoemd.

De woorden "navi" en "roèh" of "chozèh" laten ons echter de twee kanten zien: als "navi" is de profeet de verkondi­ger van de Godsopenbaring, als "roèh" is de profeet meer de ontvanger ervan.

Een profeet is dus iemand die een openbaring van God ont­vangt en deze aan anderen verkondigt.

 

Niet alleen toekomstvoorspeller!

Een profeet is dus zeer zeker niet alleen maar een toe­komstvoorspeller.

Men komt gemakkelijk tot deze voorstelling, omdat de "alle­daagse" betekenis van ons woord profeteren de beteke­nis van "toekomst voorspellen" heeft.

Nee, zij spreken Gods waarheid -vaak uitermate actueel- tot mensen, dikwijls in een tijd dat men er niet naar wil luisteren. Zij stellen heden, verleden en toekomst in het licht van God.


De inleiding van de Godsspraken

"Alzo spreekt de HEERE", de HEERE der heirscharen," zegt Jesaja in Jes. 22:15.

"Hoor het woord, dat de HEERE tot ulieden spreekt, o huis van Israel. Zo zegt de HEERE: …" lezen we in Jer. 10:1 en 2. In Jer. 16:1 lezen we: "En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende: …".

Bovenstaande inleidingen op de Godsspraken maken duidelijk wat beweerd is in de vorige alinea’s: Een profeet is dus iemand die een openbaring van God ont­vangt en deze aan anderen verkondigt.

 

Valse profeten

Er is in de Bijbel niet alleen sprake van ware profeten. Ook treden er valse profeten op.

Op verschillende plaatsen in de Bijbel lezen we van zulke profeten.

De Israëlitische koningen plachten zich met zulke "godsmannen" te omringen.

Isebel onderhield er 450 (1 Koningen 18:19).

Achab had 400 profeten in dienst, die hem naar zijn mond praatten. Alleen Micha de zoon van Jimla bewaart zijn zelfstandigheid.

In Micha 3: 5-8 wordt in niet onduidelijke bewoordingen gezegd dat die officiële profeten bereid zijn dat te verkondigen waarvoor men hen betaalt.

Ook Jeremia had te maken met de valse profeet Hananja, die het "vrede, vrede en geen gevaar" predikte.

Tenslotte. Ook Bileam was een valse profeet, maar geheel anders dan de hiervoor genoemde valse profeten. Bileam was een waarzegger. Hij werd echter door Gods Geest overweldigd en heeft geen andere woorden kunnen spreken, dan die de Geest hem gaf te spreken.

 

Schriftprofeten en daadprofeten

We kunnen de profeten in twee groepen verdelen: schrift-pro­feten en daad-profeten.

De daad-profeten leefden in de vroege tijd van de koningen en hun daden zijn uitvoerig beschreven.

Daarentegen valt bij de schrift-profeten de nadruk op het Woord.

Voorbeelden van daad-profeten zijn: Elia en Elisa.

Voorbeelden van schrift-profeten zijn Jesaja en Jeremia.

 

Profetessen

Behalve van profeten lezen in de Bijbel ook van profe­tes­sen, namelijk  Mirjam (Ex.15:20), Debora (Richt.4:4), Hulda (2 Kon. 22:14-20) en de vrouw van Jesaja (Jes.8:3).

Ook is er in de Bijbel sprake van valse profetessen. In Neh.6:14 lezen van een zekere Noadja.

Apokalyptiek


We hebben bijvoorbeeld in Daniël 9:3-19 met een bijzonder soort profetieën te doen. We spreken hier over "apocalyptiek".

Het woord "apocalyptiek komt van het Griekse werkwoord "apokalyptein", dat "blootleggen" betekent.

Dit werkwoord hebben de vertalers van de Septuaginta ge­bruikt om het Hebreeuwse werkwoord "gillah" te vertalen.

Dit werkwoord "gillah" betekent eveneens "blootleggen" of "onthullen".

Onder "apocalyptiek" verstaat men dan ook het openbaar maken van Gods gedachten en daden, die verband houden met het gaan van deze wereld naar de wederkomst van Christus.

 

Kenmerken bijbelse apocalyptiek.

Kenmerkend voor deze apocalyptische Bijbelgedeelten zijn:

- het spreken in verhullende taal

- het veelvuldig gebruik van allegorie

- de soms voor ons ondoorzichtige beeldspraak

- de voorliefde voor transcendente gedachten

- de met sombere gedachten gepaard gaande tekening van de gang naar het einde.

- de toekomst staat in het teken van het naderende Godsrijk

 

Het profetisch perspectief

Bij elke profetie moeten we ons afvragen: welke betekenis heeft deze profetie op deze plaats?

Gaat het om de letterlijke betekenis van deze profetische woorden?

Is bijvoorbeeld het visioen bij Ezechiël (Ez.40 en verder) wel of niet letterlijk bedoeld?

Amos 9:11vv is volgens Jacobus (Hand.15:16) vervuld met de komst van Christus. Is dat de enige vervulling? Of is deze profetie ook al vervuld met de bouw van de tweede tempel?

Er kunnen namelijk verschillende lagen in een profetie zijn.

We spreken in dit geval van het profetisch perspectief.

Zo heeft Jes.7:14 een letterlijke betekenis voor die tijd; er wordt immers een teken voor koning Achaz genoemd!; maar het teken slaat ook zondermeer op de komst van Chris­tus.

Verder moeten we er rekening mee houden dat er profetieën zijn die nog vervuld moeten worden.

 

A.M. van Amersfoort talencentrumbarneveld.nl

Dit artikel is welwillend beschikbaar gesteld door M. van Amersfoort van Talencentrum Barneveld.

Inleiding

Onder profetieën in het Oude Testament verstaan we de uitspraken, redevoeringen of handelingen van die personen die als profeet door God geroepen zijn om Zijn wil aan Zijn volk bekend te maken.

Verschillende namen

We vinden in het Oude Testament verschillende namen voor de personen die geroepen zijn om Gods wil aan het volk bekend te maken.

navi

De meest voorkomende naam, namelijk die van "profeet", is een vertaling van het Hebreeuwse woord "navi".

Het woord "navi" komt van het werkwoord "nava", dat "ver­kon­digen" kan betekenen.

In de Septuaginta, de Griekse vertaling van het Oude Testa­ment, is "navi" weergegeven door "prophètès" (pro = voor en phèmi = ik spreek ….dus "voorspeller")

Zo komen wij aan het woord "profeet".

roèh / chozè

Er is nog een ander woord waarmee een profeet in het Oude Testament wordt aangeduid, namelijk "ziener".

"Ziener" is de vertaling van het Hebreeuwse woord "roèh", dat een vorm is van het werkwoord "zien". We treffen ook het Hebreeuwse woord "chozèh" voor "ziener". Ook dit woord "chozèh" komt van een werkwoord dat onder andere "zien" betekent.

Zieners kregen te zien wat ze anderen moesten verkondigen.

De woorden "profeet" en "ziener" zijn dus geheel synoniem.

Samuël wordt in de Bijbel dan ook zowel "profeet" als "zie­ner" genoemd.

De woorden "navi" en "roèh" of "chozèh" laten ons echter de twee kanten zien: als "navi" is de profeet de verkondi­ger van de Godsopenbaring, als "roèh" is de profeet meer de ontvanger ervan.

Een profeet is dus iemand die een openbaring van God ont­vangt en deze aan anderen verkondigt.

Niet alleen toekomstvoorspeller!

Een profeet is dus zeer zeker niet alleen maar een toe­komstvoorspeller.

Men komt gemakkelijk tot deze voorstelling, omdat de "alle­daagse" betekenis van ons woord profeteren de beteke­nis van "toekomst voorspellen" heeft.

Nee, zij spreken Gods waarheid -vaak uitermate actueel- tot mensen, dikwijls in een tijd dat men er niet naar wil luisteren. Zij stellen heden, verleden en toekomst in het licht van God.


De inleiding van de Godsspraken

"Alzo spreekt de HEERE", de HEERE der heirscharen," zegt Jesaja in Jes. 22:15.

"Hoor het woord, dat de HEERE tot ulieden spreekt, o huis van Israel. Zo zegt de HEERE: …" lezen we in Jer. 10:1 en 2. In Jer. 16:1 lezen we: "En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende: …".

Bovenstaande inleidingen op de Godsspraken maken duidelijk wat beweerd is in de vorige alinea’s: Een profeet is dus iemand die een openbaring van God ont­vangt en deze aan anderen verkondigt.

Valse profeten

Er is in de Bijbel niet alleen sprake van ware profeten. Ook treden er valse profeten op.

Op verschillende plaatsen in de Bijbel lezen we van zulke profeten.

De Israëlitische koningen plachten zich met zulke "godsmannen" te omringen.

Isebel onderhield er 450 (1 Koningen 18:19).

Achab had 400 profeten in dienst, die hem naar zijn mond praatten. Alleen Micha de zoon van Jimla bewaart zijn zelfstandigheid.

In Micha 3: 5-8 wordt in niet onduidelijke bewoordingen gezegd dat die officiële profeten bereid zijn dat te verkondigen waarvoor men hen betaalt.

Ook Jeremia had te maken met de valse profeet Hananja, die het "vrede, vrede en geen gevaar" predikte.

Tenslotte. Ook Bileam was een valse profeet, maar geheel anders dan de hiervoor genoemde valse profeten. Bileam was een waarzegger. Hij werd echter door Gods Geest overweldigd en heeft geen andere woorden kunnen spreken, dan die de Geest hem gaf te spreken.

Schriftprofeten en daadprofeten

We kunnen de profeten in twee groepen verdelen: schrift-pro­feten en daad-profeten.

De daad-profeten leefden in de vroege tijd van de koningen en hun daden zijn uitvoerig beschreven.


Daarentegen valt bij de schrift-profeten de nadruk op het Woord.

Voorbeelden van daad-profeten zijn: Elia en Elisa.

Voorbeelden van schrift-profeten zijn Jesaja en Jeremia.

Profetessen

Behalve van profeten lezen in de Bijbel ook van profe­tes­sen, namelijk  Mirjam (Ex.15:20), Debora (Richt.4:4), Hulda (2 Kon. 22:14-20) en de vrouw van Jesaja (Jes.8:3).

Ook is er in de Bijbel sprake van valse profetessen. In Neh.6:14 lezen van een zekere Noadja.

Apokalyptiek


We hebben bijvoorbeeld in Daniël 9:3-19 met een bijzonder soort profetieën te doen. We spreken hier over "apocalyptiek".

Het woord "apocalyptiek komt van het Griekse werkwoord "apokalyptein", dat "blootleggen" betekent.

Dit werkwoord hebben de vertalers van de Septuaginta ge­bruikt om het Hebreeuwse werkwoord "gillah" te vertalen.

Dit werkwoord "gillah" betekent eveneens "blootleggen" of "onthullen".

Onder "apocalyptiek" verstaat men dan ook het openbaar maken van Gods gedachten en daden, die verband houden met het gaan van deze wereld naar de wederkomst van Christus.

Kenmerken bijbelse apocalyptiek.

Kenmerkend voor deze apocalyptische Bijbelgedeelten zijn:

- het spreken in verhullende taal

- het veelvuldig gebruik van allegorie

- de soms voor ons ondoorzichtige beeldspraak

- de voorliefde voor transcendente gedachten

- de met sombere gedachten gepaard gaande tekening van de gang naar het einde.

- de toekomst staat in het teken van het naderende Godsrijk

Het profetisch perspectief

Bij elke profetie moeten we ons afvragen: welke betekenis heeft deze profetie op deze plaats?

Gaat het om de letterlijke betekenis van deze profetische woorden?

Is bijvoorbeeld het visioen bij Ezechiël (Ez.40 en verder) wel of niet letterlijk bedoeld?

Amos 9:11vv is volgens Jacobus (Hand.15:16) vervuld met de komst van Christus. Is dat de enige vervulling? Of is deze profetie ook al vervuld met de bouw van de tweede tempel?

Er kunnen namelijk verschillende lagen in een profetie zijn.

We spreken in dit geval van het profetisch perspectief.

Zo heeft Jes.7:14 een letterlijke betekenis voor die tijd; er wordt immers een teken voor koning Achaz genoemd!; maar het teken slaat ook zondermeer op de komst van Chris­tus.

Verder moeten we er rekening mee houden dat er profetieën zijn die nog vervuld moeten worden.

A.M. van Amersfoort talencentrumbarneveld.nl

Dit artikel is welwillend beschikbaar gesteld door M. van Amersfoort van Talencentrum Barneveld. 

 

Inleiding

Onder profetieën in het Oude Testament verstaan we de uitspraken, redevoeringen of handelingen van die personen die als profeet door God geroepen zijn om Zijn wil aan Zijn volk bekend te maken.

Verschillende namen

We vinden in het Oude Testament verschillende namen voor de personen die geroepen zijn om Gods wil aan het volk bekend te maken.

 

navi

De meest voorkomende naam, namelijk die van "profeet", is een vertaling van het Hebreeuwse woord "navi".

Het woord "navi" komt van het werkwoord "nava", dat "ver­kon­digen" kan betekenen.

In de Septuaginta, de Griekse vertaling van het Oude Testa­ment, is "navi" weergegeven  door "prophètès" (pro = voor en phèmi = ik spreek ….dus "voorspeller")

Zo komen wij aan het woord "profeet".

roèh / chozè

Er is nog een ander woord waarmee een profeet in het Oude Testament wordt aangeduid, namelijk "ziener".

"Ziener" is de vertaling van het Hebreeuwse woord "roèh", dat een vorm is van het werkwoord "zien". We treffen ook het Hebreeuwse woord "chozèh" voor "ziener". Ook dit woord "chozèh" komt van een werkwoord dat onder andere "zien" betekent.

Zieners kregen te zien wat ze anderen moesten verkondigen.

De woorden "profeet" en "ziener" zijn dus geheel synoniem.

Samuël wordt in de Bijbel dan ook zowel "profeet" als "zie­ner" genoemd.

De woorden "navi" en "roèh" of "chozèh" laten ons echter de twee kanten zien: als "navi" is de profeet de verkondi­ger van de Godsopenbaring, als "roèh" is de profeet meer de ontvanger ervan.

Een profeet is dus iemand die een openbaring van God ont­vangt en deze aan anderen verkondigt.

Niet alleen toekomstvoorspeller!

Een profeet is dus zeer zeker niet alleen maar een toe­komstvoorspeller.

Men komt gemakkelijk tot deze voorstelling, omdat de "alle­daagse" betekenis van ons woord profeteren de beteke­nis van "toekomst voorspellen" heeft.

Nee, zij spreken Gods waarheid -vaak uitermate actueel- tot mensen, dikwijls in een tijd dat men er niet naar wil luisteren. Zij stellen heden, verleden en toekomst in het licht van God.


De inleiding van de Godsspraken

"Alzo spreekt de HEERE", de HEERE der heirscharen," zegt Jesaja in Jes. 22:15.

"Hoor het woord, dat de HEERE tot ulieden spreekt, o huis van Israel. Zo zegt de HEERE: …" lezen we in Jer. 10:1 en 2. In Jer. 16:1 lezen we: "En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende: …".

Bovenstaande inleidingen op de Godsspraken maken duidelijk wat beweerd is in de vorige alinea’s: Een profeet is dus iemand die een openbaring van God ont­vangt en deze aan anderen verkondigt.

Valse profeten

Er is in de Bijbel niet alleen sprake van ware profeten. Ook treden er valse profeten op.

Op verschillende plaatsen in de Bijbel lezen we van zulke profeten.

De Israëlitische koningen plachten zich met zulke "godsmannen" te omringen.

Isebel onderhield er 450 (1 Koningen 18:19).

Achab had 400 profeten in dienst, die hem naar zijn mond praatten. Alleen Micha de zoon van Jimla bewaart zijn zelfstandigheid.

In Micha 3: 5-8 wordt in niet onduidelijke bewoordingen gezegd dat die officiële profeten bereid zijn dat te verkondigen waarvoor men hen betaalt.

Ook Jeremia had te maken met de valse profeet Hananja, die het "vrede, vrede en geen gevaar" predikte.

Tenslotte. Ook Bileam was een valse profeet, maar geheel anders dan de hiervoor genoemde valse profeten. Bileam was een waarzegger. Hij werd echter door Gods Geest overweldigd en heeft geen andere woorden kunnen spreken, dan die de Geest hem gaf te spreken.

Schriftprofeten en daadprofeten

We kunnen de profeten in twee groepen verdelen: schrift-pro­feten en daad-profeten.

De daad-profeten leefden in de vroege tijd van de koningen en hun daden zijn uitvoerig beschreven.


Daarentegen valt bij de schrift-profeten de nadruk op het Woord.

Voorbeelden van daad-profeten zijn: Elia en Elisa.

Voorbeelden van schrift-profeten zijn Jesaja en Jeremia.

Profetessen

Behalve van profeten lezen in de Bijbel ook van profe­tes­sen, namelijk  Mirjam (Ex.15:20), Debora (Richt.4:4), Hulda (2 Kon. 22:14-20) en de vrouw van Jesaja (Jes.8:3).

Ook is er in de Bijbel sprake van valse profetessen. In Neh.6:14 lezen van een zekere Noadja.

Apokalyptiek


We hebben bijvoorbeeld in Daniël 9:3-19 met een bijzonder soort profetieën te doen. We spreken hier over "apocalyptiek".

Het woord "apocalyptiek komt van het Griekse werkwoord "apokalyptein", dat "blootleggen" betekent.

Dit werkwoord hebben de vertalers van de Septuaginta ge­bruikt om het Hebreeuwse werkwoord "gillah" te vertalen.

Dit werkwoord "gillah" betekent eveneens "blootleggen" of "onthullen".

Onder "apocalyptiek" verstaat men dan ook het openbaar maken van Gods gedachten en daden, die verband houden met het gaan van deze wereld naar de wederkomst van Christus.

Kenmerken bijbelse apocalyptiek.

Kenmerkend voor deze apocalyptische Bijbelgedeelten zijn:

- het spreken in verhullende taal

- het veelvuldig gebruik van allegorie

- de soms voor ons ondoorzichtige beeldspraak

- de voorliefde voor transcendente gedachten

- de met sombere gedachten gepaard gaande tekening van de gang naar het einde.

- de toekomst staat in het teken van het naderende Godsrijk

Het profetisch perspectief

Bij elke profetie moeten we ons afvragen: welke betekenis heeft deze profetie op deze plaats?

Gaat het om de letterlijke betekenis van deze profetische woorden?

Is bijvoorbeeld het visioen bij Ezechiël (Ez.40 en verder) wel of niet letterlijk bedoeld?

Amos 9:11vv is volgens Jacobus (Hand.15:16) vervuld met de komst van Christus. Is dat de enige vervulling? Of is deze profetie ook al vervuld met de bouw van de tweede tempel?

Er kunnen namelijk verschillende lagen in een profetie zijn.

We spreken in dit geval van het profetisch perspectief.

Zo heeft Jes.7:14 een letterlijke betekenis voor die tijd; er wordt immers een teken voor koning Achaz genoemd!; maar het teken slaat ook zondermeer op de komst van Chris­tus.

Verder moeten we er rekening mee houden dat er profetieën zijn die nog vervuld moeten worden.

A.M. van Amersfoort talencentrumbarneveld.nl

 

Deel deze pagina via

Darwin

Darwin: een aanhanger van Johannes van Helmond?Johannes van Helmond leefde rond begin 1600 en schreef een recept voor het maken van muizen: als je oude lappen en graan in een vat stopt en wegzet op een zolder of in een schuur, dan zullen na verloop van tijd vanzelf muizen ontstaan. Het was een wetenschappelijk experiment en herhaalbaar met telkens hetzelfde resultaat. Ook vandaag de dag kan je hetzelfde experiment herhalen met nog steeds dezelfde resultaten.  Het was Louis Pasteur die drie eeuwen later, aan het einde van de 19e eeuw, aantoonde dat het spontaan ontstaan van muizen (en leven), onzin was... totdat de evolutietheorie de kop op stak, met haar bewering dat in een ver verleden spontaan leven ontstaan is uit een levensloze massa... Ik denk dat Darwin een aanhanger was van Johannes van Helmond ... ;) (overgenomen uit Bijbelvast onderwijs)                       

Even een vraag

De genderhype:

Volg ons via twitter @egkaleo

Agenda

  • 24 09 2017
    samenkomst met Peter Slagter 10:00 tot 11:30

Recente preken

Loading Player...

Vers van de dag

Efeze 5:1-1
Zijt dan navolgers Gods, als geliefde kinderen;