De grote vijand van de waarheid is meestal niet de leugen, opzettelijk, bedrieglijk en oneerlijk, maar de mythe, vasthoudend, overtuigend en onrealistisch. Vaak houden we vast aan de clichés van onze voorgangers. We toetsen alle feiten op een aantal voorgekauwde interpretaties. We hebben vaak een mening zonder ergens over na te denken.
J.F. Kennedy

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 
Om een indruk van licht te hebben, zijn er hoofdzakelijk drie dingen nodig:
  1. het licht
  2. het zintuig om het licht te ontvangen: het oog
  3. het openen van de oogleden
De twee eerste hangen niet van ons af, het derde wel. Alle mensen, uitgezonderd de blinden, kunnen zien, want God heeft hun daartoe zowel het licht als het oog gegeven. Maar daarom zien nog alle mensen niet noodzakelijkerwijze. Zij kunnen hun oogleden sluiten. Indien ze lange tijd geen gebruik van hun ogen zouden maken, zou hun oog ongeschikt worden om het licht te ontvangen. Dit geschiedt b.v. bij de paarden, die hun leven in een kolenmijn doorbrengen.
In de geestelijke wereld gaat het ook zo. Er is een geestelijk licht en een geestelijk oog. Het licht, Christus, schijnt over allen, doch alleen de wedergeborenen hebben het geestelijk oog en kunnen het licht ontvangen. De anderen, al geloven ze in God, verstaan niet de dingen, die des Geestes Gods zijn (1 Korinthe 2:14). Alle mensen zijn naar geboorte geestelijk blind. Als God ze dan door de wedergeboorte het geestelijk zien mogelijk maakt, wil dit echter nog niet zeggen, dat ze daarom zien: ze kunnen hun oogleden sluiten en geen gebruik maken van Gods gave. Ook hier kan dan ten slotte het orgaan zijn dienst niet meer vervullen. Dan is men verblind. Dat verblinden kan alleen plaats vinden bij hen, die reeds een geestelijk oog ontvangen hebben, die wedergeboren zijn. De anderen zijn blind en behoeven dus niet verblind te worden. Wel kunnen hun natuurlijke vermogens verduisterd worden, zodat ze zelfs deze niet goed meer kunnen gebruiken.
We willen nu met de Concordantie enige teksten nagaan over licht en verlichten, blind en verblinden, duisternis en verduisteren

PHOOS, licht

  • Lukas 2:32 "Een licht tot verlichting der Heidenen"
  • Johannes 1:9 "Dit was het waarachtig licht, hetwelk verlicht een iegelijk mens"
  • Johannes 3:19 "Dat het licht in de wereld gekomen is en de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht, want hun werken waren boos"
  • Handelingen 13:47 "Ik heb u gesteld tot een licht der heidenen"
  • Handelingen 26:18 "Om hun ogen te openen en hen te bekeren van de duisternis tot het licht, en van de macht des Satans tot God"
  • 2 Korinthe 11:14 "De Satan zelf verandert zich in een engel des lichts"
  • Efeze 5:8 "Maar nu zijt gij licht in den Heere: wandelt als kinderen des lichts"

PHOOTIZOO, verlichten

  • Efeze 1:18 "Verlichte ogen uws verstands"
  • Efeze 3:9 "En allen te verlichten"
  • Hebreeen 6:4 "Die eens verlicht geweest zijn"

TUPHLOS, blind

  • Mattheus 11:5 "De blinden worden ziende"
  • Mattheus 15:14 "Zij zijn blinde leidslieden der blinden"
  • Johannes 9:39 "Opdat degenen, die niet zien, zien mogen, en die zien, blind worden"
  • Johannes 9:41 "Indien gij blind waart, zo zoudt gij gene zonde hebben, maar nu zegt gij: wij zien; zo blijft dan uw zonde"

TUPHLOOO, verblinden

  • Johannes 12:40 "Hij heeft hun ogen verblind en hun hart verhard"
  • 2 Korinthe 4:4 "In welke de god dezer eeuw de zinnen verblind heeft"
  • 1 Johannes 2:11 "De duisternis heeft zijn ogen verblind".

SKOTOS, duisternis

  • Efeze 6:12 "Tegen de geweldhebbers der wereld, der duisternis dezer eeuw"
  • Kolossenzen 1:13 "Die ons getrokken heeft uit de macht der duisternis"

SKOTIZOMAI, verduisteren

  • Romeinen 1:21 "Hun onverstandig hart is verduisterd geworden"
  • Romeinen 11:10 "Dat hun ogen verduisterd worden"
  • Efeze 4:18 "Verduisterd in het verstand"

Men ziet hoe de Heere Jezus heel in het bijzonder een licht genoemd wordt. Hij is de bron van het licht. Zij die met Hem in gemeenschap staan, zijn ook lichten, maar hun licht heeft zijn oorsprong niet in hen, maar komt van de Heere. Het licht verlicht wel ieder mens, maar zij ontvangen het niet altijd.
Zij hebben liever de duisternis. Zij, die wandelen bij het licht Gods in de natuur, worden zo ontvankelijk gemaakt om het geestelijk oog te ontvangen, d.i. om wedergeboren te worden. De anderen blijven blind, doch moeten zich niet verontschuldigen omdat ze geen orgaan hebben om te zien. De uitdrukking "ogen openen" betreft niet het openen der oogleden, maar wijst op een werking Gods, die het zien mogelijk maakt (zie b.v. Mattheus 20:33). Het is het ziende maken van een blinde (Mattheus 11:5). Op geestelijk gebied is dat de wedergeboorte. Het is geheel een werk van God. Mensen kunnen echter een middel daartoe zijn (Handelingen 26:18: om hun ogen te openen). Maar zelfs als men een oog heeft, dat kan zien, dan moet de mens het nog willen gebruiken: hier hebben we de bekering (Handelingen 26:18: en hen te bekeren van de duisternis tot het licht). Zie ook Johannes 12:40. Waar geen licht is, is duisternis. De duisternis is dus een afwezigheid van iets, zij is niet geschapen. Zo is ook de zonde een gebrek aan heerlijkheid, een missen, iets negatiefs. Het schepsel, dat van God is afgescheiden, vervalt tot duisternis, omdat het licht, dat alleen van God kan komen, ontbreekt. Zo worden ze ook blind geboren. Satan is duisternis, doch neemt de uitwendige gedaante aan van een engel des lichts (niet de vorm of bestaanswijze, zie Gedaante en vorm). Als men 2 Korinthe 4:4 met 1 Johannes 2:11 vergelijkt, bemerkt men, dat de "god dezer eeuw" overeenkomt met de "duisternis" en de "zinnen" (Grieks nous: de inwendige mens) met de "ogen". Efeze 6:12 spreekt van de geweldhebbers der duisternis en Kolossenzen 1:13 van de macht der duisternis. Als het schepsel Gods gave veracht, dan kan God die terugtrekken: het licht verdwijnt en het oog wordt verduisterd, verblind (Romeinen 11:10; Johannes 12:40; 2 Korinthe 4:4; 1 Johannes 2:11). De niet wedergeborene kan uit de schepping God leren kennen (Romeinen 1:19, 20). Gebruikt hij de natuurlijke vermogens niet, dan kunnen zij verduisterd worden (Romeinen 1:21). Satan en andere engelen der duisternis zoeken de mens te verblinden en te verduisteren. Zijn werking heeft vooral plaats op geestelijk, godsdienstig gebied. We zien dus, hoe God het licht geeft en de organen om het te ontvangen. Satan wil het omgekeerde. Het hangt nu van de mens af God te verheerlijken door Zijn genadegaven aan te nemen. Stelt hij prijs op het natuurlijke licht, dan krijgt hij ogen voor het geestelijk licht. Gebruikt hij zijn ogen, dan zal het licht overvloedig schijnen en ontvangen worden. Verkiest hij de duisternis, dan krijgt hij geen ogen. Gebruikt hij de ogen niet, die hij gekregen heeft, dan verdwijnt het licht en de ogen worden ongeschikt om het te ontvangen.

Deel deze pagina via

Darwin

Darwin: een aanhanger van Johannes van Helmond?Johannes van Helmond leefde rond begin 1600 en schreef een recept voor het maken van muizen: als je oude lappen en graan in een vat stopt en wegzet op een zolder of in een schuur, dan zullen na verloop van tijd vanzelf muizen ontstaan. Het was een wetenschappelijk experiment en herhaalbaar met telkens hetzelfde resultaat. Ook vandaag de dag kan je hetzelfde experiment herhalen met nog steeds dezelfde resultaten.  Het was Louis Pasteur die drie eeuwen later, aan het einde van de 19e eeuw, aantoonde dat het spontaan ontstaan van muizen (en leven), onzin was... totdat de evolutietheorie de kop op stak, met haar bewering dat in een ver verleden spontaan leven ontstaan is uit een levensloze massa... Ik denk dat Darwin een aanhanger was van Johannes van Helmond ... ;) (overgenomen uit Bijbelvast onderwijs)                       

Even een vraag

De genderhype:

Volg ons via twitter @egkaleo

Agenda

  • 01 10 2017
    samenkomst met Oby Vossema 10:00 tot 11:30

Recente preken

Loading Player...

Vers van de dag

Psalmen 90:12-12
Leer ons alzo onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen.